Vaagtaal. Wie is daar niet tegen?

Vaagtaal, ten strijde tegel beleidsbabbels en managementspeakMet hooggespannen verwachtingen las ik het boekje Vaagtaal! De ondertitel Vecht mee tegen beleidsbabbels, managementspeak en zorggezemel had me verleid om het boekje aan te schaffen, want daar kon ik het als ambassadeur van heldere teksten alleen maar mee eens zijn. Op de barricaden!

Vaagtaal: een LOA
Ja, ja, ja, knik ik als ik het uitgangspunt van het boekje lees: ‘Vaagtaal is een epidemische en besmettelijke ziekte’. Jonge professionals die bij mij een schrijftraining moeten volgen van hun baas, lijden er allemaal aan. Oudere werknemers net zo goed trouwens. Wie net begint als junioradviseur of beleidsmedewerker, houdt zich staande met rapporten die uit hun voegen barsten van interessante woorden, lijdende vormen en de naamwoordstijl. Die bol staan van clichés, tangconstructies en voorzetseluitdrukkingen. En wie zich al lang in die rapportenwereld beweegt, kan gewoon niet anders meer: “Met betrekking tot de vorige maand door het management genomen besluiten moeten de volgende conclusies getrokken worden…” Ja. Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser hebben gelijk: vaagtaal is een LOA. Een door Lezen en Luisteren Overdraagbare Aandoening.

Baat bij vaagtaal
Maar Ligtvoet en De Busser schieten in hun ijver af en toe door. Ze leggen de schuld van alles bij reclamemakers, journalisten en politici. Ten eerste: te veel eer. En bovendien, snap dat dan! Deze taalgebruikers bedienen zich van vage taal omdat ze er garen bij spinnen. Politici omdat ze nu eenmaal tijd moeten volpraten, moeten afleiden van waar het echt om gaat en überhaupt niet veel te zeggen hebben. Nieuwsmakers omdat het nieuws het best landt als ze clichés gebruiken als ‘banen die op de tocht staan’ en ‘het groene licht geven’, reclamemakers omdat hun mooie praatjes gewoon lekker verkopen. Zijn die dan de schuld van ambtenaritis en managementspeak? Nee, schud ik. Dat geloof ik niet.

Vermakelijke voorbeelden
Ligtvoet en De Busser schetsen levendige en vermakelijke voorbeelden – soms wat overtrokken, maar goed, wie niet overdrijft, wordt niet gehoord. Ze laten zien dat het meeste interessante gebabbel uitsluitend een rookgordijn is voor ondeskundigheid en grootspraak en ontmaskeren tussen neus en lippen door bezuinigingsmaatregelen, manipulaties en regelrechte leugens. Jammer dat ze daar weinig voorbeelden tegenover zetten van hoe het beter zou kunnen. Want daar zouden stoffige ambtenaren, zemelende zorgverleners en wolspinnende politici wel iets mee opschieten.

Vaagtaal is een fijn cadeau voor onder de kerstboom voor iedereen die zich ergert aan onduidelijke woorden, omslachtige taal en oeverloos gebabbel. Strijdend het nieuwe jaar in, dus. Helder, concreet en actief.

 

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Meepraten?
We horen graag wat je ervan vindt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *