Schrijven over jezelf – drie vragen beantwoord

Over jezelf schrijven, hoe doe je dat? Niet in de zin van memoires of dagboeknotities, maar zakelijk gezien, op je website. In grote lijnen zijn er drie problemen waar je tegenaan loopt bij een tekst over jezelf of je eigen organisatie.

Ik kan wij zeggen als ik over onszelf schrijf

Ik ben blij dat ik wij kan schrijven

1: Ben ik wij?
Veel zzp’ers gebruiken gebruiken wij, terwijl ze in hun eentje zijn. Dat kan – maar alleen als je jezelf verheven acht boven het volk. Daarom heet dat wij-gebruik ook koninklijk meervoud, pluralis majestatis. Maar zelfs onze Willem zegt tegenwoordig ‘ik’ in de Troonrede.

Waarom zzp’ers wij gebruiken? Ik klinkt klein, denken ze, te klein om serieus genomen te worden.
Maar één telefoontje en je klant weet dat je alleen bent. Met een telefoonbeantwoordingsdienst misschien pas na twee gesprekken, maar het komt uit. En daarmee ook dat je je groter hebt voorgedaan dan je bent.

Niet doen dus. Denk vanuit je klant: die kiest bewust voor een zzp’er. Lekker korte lijntjes, altijd de senior-expert zelf in plaats van de jongste bediende, echte aandacht van iemand die loon naar werken krijgt in plaats van een salaris.

Genoeg redenen kortom om niet moeilijk te doen over je zelfstandig ondernemerschap. Kom uit de kast en draag het epitheton Zonder Personeel met trots.

 2: Is de organisatie enkelvoud of meervoud? 

Ook organisaties waar meer mensen werken, worstelen met de vraag hoe ze zichzelf benoemen.  Het probleem: je mag met een meervoudig woord (wij of  zij/ze) niet verwijzen naar een enkelvoudig woord (de organisatie, het bedrijf).

Voorbeeld: je hebt het over een bedrijf en zegt dat ‘ze’ iets doen, maken of bieden. Maar bedrijf is enkelvoudig en bovendien onzijdig, dus correct is. Het verkoopt zomerjurken, het maakt sandalen, het biedt de lekkerste ijsjes (ik weet niet waar mijn gedachten naar afdwalen – pufpuf).

Ik belde Onze Taal om te vragen hoe het moet. Onze Taal helpt mensen die met taalproblemen zitten, maar is niet zo streng als de Taalunie. Ze vertelden me dat het een glijdende schaal is. Mensen weten dat een bedrijf bestaat bij de gratie van het werk van een groep mensen. Ze zien die als het ware door de bedrijfs- of organisatienaam heen. Daarom kun je in een volgende zin of bijzin best een meervoud gebruiken.

Dat deed ik hierboven zelf ook – heb je het gemerkt? Ik had het over Onze Taal die helpt. En een zin later zeg ik: ze vertelden me. Alleen schoolmeesters vallen erover.

3: Van bedrijfsnaam naar eerste persoon (ik of wij)

Een laatste lastigheid op dit gebied is hoe je verhaaltechnisch de overgang maakt van eigennaam naar ik of wij.

Stel je bedrijfsnaam is Marco Coaching en je schrijft een pagina over je bedrijf. Geen over-ons-pagina, maar een over-mij-pagina, want je hebt je net door Kiezel laten overtuigen voor je zelfstandig ondernemerschap uit te komen.

Dezelfde schoolmeesters waar we wel vaker op afgeven op deze pagina’s zullen vinden dat je dan over ‘hij’ moet schrijven verder. Maar dat vinden wij niet hoor. Dit kan best:
“Marco Coaching is de coachingspraktijk van Marco van Dam. Sinds 2011 komen sporters bij mij die hun grenzen willen verleggen.” 

Natuurlijk probeer je zo veel mogelijk je lezer centraal te zetten waardoor je vooral in de tweede persoon zult schrijven. Dat gaat niet altijd, maar van een enkel ikje of wijtje (als je met meer bent) zullen je (toekomstige) klanten geen last hebben. Vooral als die ik- of wijtekst duidelijk maakt wat jij (lezer) aan mij of ons hebt.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Meepraten?
We horen graag wat je ervan vindt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *