Moedertjelief

Door Carola Janssen in de categorie De wenkbrauw op 7 mei 2012
Tags: , , ,

Carola en Maria trekken de wenkbrauwen op

Wat zijn moeders? Dat zijn best moderne vrouwen die elke dag dingen beleven. Ze hebben oplossingen voor honderden huishoudelijke problemen. Heerlijke recepten hebben ze, en mooie naai- en breipatronen die ze graag delen met andere moderne moeders. En waar maak je zo’n moeder op Moederdag nu eens echt blij mee? Waarmee zou zij echt in haar nopjes zijn? Een eigen website natuurlijk! Een Moederpedia (sic!) met huishoud-FAQ’s! Een eigen webshop!

Moeder bedankt haar zoon voor de website

Dank je wel voor de website!

Ahum. Ik ben moeder. Mijn compagnon is moeder. Onze office manager is moeder. Herkennen wij ons in die beschrijving? In geen velden of wegen. De mannen van Onpole, die me vandaag hun nieuwsbrief stuurden met deze ultieme moederdagsuggestie, slaan de plank volledig mis.

Maar wacht even, wij kregen de nieuwsbrief. Herkennen wij onze eigen moeders dan? Die lieve 80-plussers die nog wel skypen en Wordfeud spelen op de iPad? Willen die misschien een website? Een webshop? Natuurlijk niet. Dan liever de benzinestationschrysanten en de Mon Chérie die de nieuwsbriefschrijvers badinerend afdoen als laatstemomentcadeau.

Wat gaat hier mis? De schrijvers hebben zich niet verdiept in hun doelgroep. Ze zijn seksistisch. Ze hebben een 60 jaar oud beeld van moeders én van kinderen.

Hoe los je zoiets op? Een aanhaakcampagne is natuurlijk prima. Met een speciale moederdagaanbieding is niks mis. Maar zorg dat je weet wie je lezers zijn. Spreek hen aan. Met beelden die kloppen. Natuurlijk zijn er moeders die recepten verzamelen, huishoudproblemen oplossen of graag breien. Maar zijn dat de opvallendste kenmerken van vrouwen die je blij maakt met een website of -shop? Dat zijn vrouwen die spelletjes doen op hun smartphone, websites pinnen op Pinterest, hun belevenissen delen op Facebook. Daar heb je dan ook meteen de aanknopingspunten om een goede tekst te schrijven. Wat zijn voor die vrouwen de voordelen van een eigen site? Als je dat beschrijft, wordt het een interessant cadeau.

Op de website van Onpole lees ik dat ze ook webredactie doen:

Bij OnPole kennen ze de regels waar goede webteksten aan moeten voldoen en wordt er geschreven (als grafisch ontwerpers) vanuit het beeld van de website: met oog voor de lay-out.

Ik denk dat we bij Kiezel ook maar eens websites moeten gaan ontwerpen (als tekstschrijvers) vanuit de inhoud van de website, met oog voor de content. En dan gaan we die aanbieden met Vaderdag.

Wat geef jij moeder aanstaande zondag?

—-

In de rubriek De wenkbrauw winden de Kiezels zich op over taal en communicatie die ze onder ogen krijgen. Lees alle andere afleveringen van De wenkbrauw.

SEXI overtuigen

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 27 april 2012
Tags: , , ,
SEXI is verleidelijk

Verleidelijke artikelen

Nee, het Kiezelblog is niet overgeschakeld naar goedkope aandachttrekkerij met seks, drugs en rock-’n-roll. Het gaat nog steeds over overtuigend en wervend schrijven. Vind je dat jammer, lees dan vooral door. Want SEXI overtuigen is uiterst verleidelijk.

Concrete voorbeelden

Als je SEXI argumenteert, trek je je lezer (of luisteraar) stapje voor stapje over de streep. De letters staan voor State, EXplain, Illustrate. Je begint met State: een stelling, een bewering, een mening. Een kernachtige boodschap. “SEXI overtuigen is uiterst verleidelijk”, bijvoorbeeld. Vervolgens leg je uit (EXplain) waarom dat zo is en waarom het belangrijk is. Niet zozeer waarom het voor jou belangrijk is, maar waarom het ertoe doet voor je lezer, want die wil je overtuigen. Tenslotte geef je een voorbeeld dat je boodschap ondersteunt: Illustrate. Je roept daarmee een levendig beeld op. Hoe concreter, hoe beter.

Naar de ja-stand

Deze manier van overtuigen heeft alles in zich om de lezer in de ‘ja-stand’ te krijgen. Je boodschap is samengevat in één compacte zin. Een oneliner die gemakkelijk blijft hangen. Maar een oneliner op zich is niet genoeg. Mensen gaat pas echt rechtop zitten als je vertelt wat het ze gaat opleveren. Dat komt in de uitleg. En met een geloofwaardig en concreet voorbeeld maak je het af. Want een verhaal, daar kunnen mensen zich in herkennen. Je ziet ze al instemmend knikken.

Bewijsmateriaal

De alinea hierboven legt uit waarom deze methode haar verleidelijke naam eer aandoet. Het is de EXplain. Nu je de achtergrond en het belang kent, hoef ik alleen nog wat bewijsmateriaal toe te voegen: Illustrate. Een concreet verhaal, cijfers uit een wetenschappelijk onderzoek, of een uitspraak van een expert op dit vakgebied. Ik zou bijvoorbeeld debat-expert Lars Duursma van Debatrix kunnen opvoeren, die mij liet kennismaken met deze Britse methode: “Lars Duursma legt de methode uitvoerig uit in zijn interessante boek Ik krijg altijd gelijk.”

Betere alinea’s

SEXI argumenteren heeft nog een voordeel: je gaat er beter van schrijven. Alinea’s worden kernachtig, logisch en leesbaar en de structuur van je totale verhaal staat als een huis.

Val in de smaak

SEXI overtuigen geeft je verhaal body en aantrekkingskracht. Het laat zien dat je goed nagedacht hebt over je boodschap en over de manier waarop je de ander voor je standpunt wilt winnen. Je wordt er ’n verleidelijke verhalenverteller van. En dat valt bij iedereen in de smaak.

Hoe SEXI schrijf jij? Laat het me weten.

Cursus Stof Afnemen voor ambtenaren

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 16 april 2012
Tags: ,

“Naar aanleiding van uw melding over het niet werken van een link kan ik u bevestigen dat dit inderdaad een probleem bleek te zijn. Er is een verkeerde link meegezonden in het formulier. Dit is naar aanleiding van klachten zoals onder andere die van u, uitgezocht en inmiddels aangepast. Het spijt ons bijzonder dat u hier hinder van hebt ondervonden en bieden dan ook onze excuses aan. Vertrouwende u hiermee van dienst geweest te zijn, met vriendelijke groet, Klantenservice Gemeente Rotterdam”

Ambtelijke schrijvers’s Morgens, stipt om half negen, komt de ambtenaar binnen op kantoor. Hij hangt met zorgvuldig afgemeten bewegingen zijn beige regenjas aan de kapstok en trekt zijn stofjas aan. ‘Goeiesmorges juffrouw Jannie…’ Hij doopt zijn kroontjespen in de inktpot, zet zijn computer aan en begint meteen aan de stapel klachten van Rotterdamse burgers. Licht gebogen over zijn bureau formuleert hij scrupuleus zijn antwoorden, op dezelfde keurige manier als hij al veertig jaar doet. Een nederige, dienstbare klerk.

De letterlijke tekst in de eerste alinea kreeg Carola deze week in haar mailbox. Ja, ja, die Rotterdamse ambtenaren, die gaan met hun tijd mee!

Hier is een korte cursus Stof Afnemen op zijn plaats.

Onderdeel 1: Schrijf zoals je praat
Als je iemand belt over een klacht, antwoord je dan: ‘Naar aanleiding van… enzovoort’? Nee. Schrijf in gewonemensentaal, zo’n beetje zoals je spreekt. Mensen snappen dat beter. Ze onthouden de boodschap zelfs beter als die in minder formele taal is gesteld. ‘U hebt ons laten weten dat een link in een van onze formulieren niet werkt. Bedankt voor uw opmerkzame reactie.’

Onderdeel 2: Val klanten niet lastig met je werkproces
‘… kan ik u bevestigen dat dit inderdaad een probleem bleek te zijn. Er is een verkeerde link meegezonden in het formulier. Dit is naar aanleiding van klachten zoals onder andere die van u, uitgezocht en inmiddels aangepast.’ Carola wist echt wel dat de link niet werkte. Daar hoeft ze geen bevestiging van. Alleen dat er inmiddels iets aan gedaan is, is interessant. Nu ontstaat het beeld dat de klacht eerst langdurig in een ambtelijke molen is rondgegaan en zes handtekeningen heeft verzameld voordat ambtenaar BXF306 uiteindelijk de code kon aanpassen. ‘We hebben de fout inmiddels hersteld.’ Dat is voldoende.

Onderdeel 3: Eén keer spijt betuigen is genoeg
Voor een verkeerde link hoef je niet door het stof. ‘Het spijt ons bijzonder dat u hier hinder van hebt ondervonden en bieden dan ook onze excuses aan.’ Afgezien van de kromtaal is een zin met spijt én excuses een beetje veel van het goede. ‘Onze excuses hiervoor.’ Klaar.

Onderdeel 4: Sluit eigentijds af
‘Vertrouwende u hiermee van dienst geweest te zijn.’ Wat wil je hiermee zeggen? Vervang die holle standaardzin door inhoud waar de klant iets een heeft. En maak het bericht persoonlijk met een naam. ‘Hebt u nog vragen? Bel met onze klantenservice [telefoonnummer]. Met vriendelijke groet, [naam], klantenservice gemeente Rotterdam.’

Lees verder:

Woorden die niet meer mogen, deel 1, over reeds en tevens

Woorden die niet meer mogen, deel 5, over welke

Dat zou u kunnen mogen willen, over overbodige hulpwerkwoorden

Is u geboren in 1908, over eigentijds formuleren

Ambtelijk taalgebruik, over stof afnemen

Over ons – vier tips

Door Carola Janssen in de categorie Internetmarketing op 10 april 2012
Tags: , , ,
Blije Aziaten stralen uit waar Cisco voor staat

Beeldbron: www.cisco.com

Over ons. Niks zo lastig als over jezelf schrijven. Want wat schrijf je op die pagina? Ga je jezelf de hemel in prijzen? Vertel je wat je resultaten zijn – zoals copywriters je altijd aanraden? Vertel je wie je bent, wat je drijft? Sinds wanneer je bedrijf bestaat en hoeveel mensen er werken? En waar zet je al die informatie?

Omschrijving Toen ik vandaag voor een artikel op zoek ging naar wat Cisco nu eigenlijk precies doet, wist ik wat ik zocht: een omschrijving van hun activiteiten. Die verwachtte ik in de vorm van een tagline op de homepage. Een tagline is namelijk een omschrijving van wat je doet. Kort en bondig, niet meer en niet minder. CreateSend: digitale nieuwbrieven versturen zonder omkijken. Zoiets.

Wat doet Cisco? Als je op de homepage van Cisco kijkt, zie je blije Aziaten met mobieltjes en tablets. Je ziet scorende basketballers. Maar wat, o wat doet Cisco? Dan maar op zoek naar de pagina Over ons. Die verwacht ik bovenin, want dat is de internetconventie: de link naar Over ons staat rechts bovenin. Maar niet bij Cisco, die heeft onderin About Cisco. Een klik daar helpt je niet verder. Wat contactinfo en heel veel links. Onder Facts and Information vind ik dan gelukkig de Company Overview. Maar eh….

At Cisco (NASDAQ: CSCO) customers come first and an integral part of our DNA is creating long-lasting customer partnerships and working with them to identify their needs and provide solutions that support their success. The concept of solutions being driven to address specific customer challenges has been with Cisco since its inception.

Wat doet Cisco? Nog steeds geen idee. Door naar de Nederlandse Over-onspagina. Helpt niet. Doorklikken naar Overzicht van het bedrijf? Foutmelding. Pas als ik in het linkermenu klik op Cisco Nederland krijg ik een beetje info. Nou ja een beetje… 1500 woorden info. In lettertjes die ik tien jaar geleden nog goed kon lezen…

Genoeg gebasht. Hoe moet het wel?

  1. Zorg dat op elke pagina van je website staat wat je doet. Als je naam dat al voldoende uitdrukt – zo veel te beter. Anders: gebruik een tagline.
  2. Zorg voor een goed vindbare Over ons. Rechtsboven. Punt.
  3. Beschrijf ook daar op de eerste plaats wat je doet. De resultaten daarvan mogen erbij. Maar vooral: wat.
  4. Neem daarna de ruimte om te vertellen wat je nog meer kwijt wilt. Hoe je het doet, sinds wanneer, met wie… Maar hou je in. 1500 woorden. Tsss – zoveel wil niemand van je weten.

We zijn niet zo happig op bananen, lijkt het wel

Door Corinne Brouwer in de categorie Internetmarketing, Losse kiezels op 4 april 2012
Tags: , ,

Mijn onderzoek naar bananen en calls to action is in volle gang. Om je geheugen even op te frissen: een banaan is een visueel opvallende button op een website waarop een call to action, een klik-uitlokkend tekstje, staat (zie afbeelding 1). De eerste resultaten wijzen al een richting aan. En er is verrassend nieuws: websitegebruikers gebruiken maar al te graag de geijkte navigatiemogelijkheden. Het menu dus. En de zoekmachine. Het lijkt wel of ze helemaal geen aandacht hebben voor bananen.

Afbeelding 1. Een voorbeeld van een banaan op de homepagina van CreateSend

Insteek van het onderzoek

Eerst even dit: mijn onderzoek zou initieel gaan over bananen en calls to action, maar ik heb me volledig gewijd aan de tekstvorm van de calls to action. Waarom, zul je je afvragen. Want ja, voor de werking van bananen is nog geen empirisch bewijs, dus interessant is het zeker. Het probleem zit ‘m – zoals zo vaak in het leven – in de beschikbare tijd. Toch zitten de bananen wel in het onderzoek. Dat moest sowieso om de calls to action te testen. Alles wat ik in deze blog roep over bananen is gebaseerd op het surfgedrag van 36 websitegebruikers.

Ik bouw, jij bouwt

Bouw je droomhuis

Droomhuis bouwen

Ik bouw mijn droomhuis

Werkt het beter om je call to action in de infinitief, in de gebiedende wijs of in de ik-persoon te zetten? Met observatieonderzoek en splittests probeer ik erachter te komen. Bij het observatieonderzoek kreeg iedere proefpersoon een aantal vragen waarop het antwoord op een website te vinden was. Ik bekeek het navigatiepad dat de gebruikers aflegden en beoordeelde in hoeverre dit afweek van het ideale navigatiepad, de weg die het snelst en makkelijkst naar de informatie leidt.

Tijdens de splittests, waar ik nog mee bezig ben, krijgt de bezoeker random één van drie varianten (zoals hierboven) te zien. Ik houd natuurlijk bij op welke variant het meest geklikt wordt.

Zo klikmagnetisch lijken bananen niet te zijn

De meest verrassende voorlopige uitkomst: websitebezoekers klikken zelden op bananen, behalve als ze op een doodlopende pagina komen en geen uitweg zien. Een doodlopende pagina, daar bedoel ik mee: een pagina waar niet de informatie staat die de bezoeker wilde. Er staat dan iets als ‘Er is momenteel geen informatie beschikbaar over paarden trainen’. Op dat moment klikken mensen op de banaan en het maakt niet uit wat er op staat. Als er ‘Lees over voer voor paarden’ staat, klikken ze daar op.

Bananen afschaffen?

Wat het precieze effect van een banaan is, zal uit een andere studie moeten blijken. Tot die tijd durf ik niet te tornen aan het advies van Aartjan van Erkel en Seth Godin om bananen te gebruiken op je website. Misschien kan er eens een stagiair bij Aartjan aan de slag…

Heb je vragen over mijn onderzoek? Commentaar of opmerkingen? Ik lees ze graag via het reactievenster. Mailen mag ook: corinne@kiezelcommunicatie.nl.

Corinne Brouwer is masterstudente Communicatiestudies aan de Universiteit Utrecht. Ze loopt gedurende 2,5 maand stage bij Kiezel Communicatie. Deze blog is deel 2 van een serie blogs over haar onderzoek. Lees deel 1: Zijn we echt zo happig op bananen? Een uitgebreide editie van die blog staat bij Frankwatching: De ideale call-to-action: klikmagneten en gele bananen. In haar volgende en laatste blog zal ze de definitieve resultaten van het onderzoek naar calls to action uit de doeken doen.

Leven of doodgaan

Door Carola Janssen in de categorie De wenkbrauw op 30 maart 2012
Tags: , ,

Carola en Maria trekken de wenkbrauwen op
LeefDoorPlan. Een plan om door te leven? Nee, het is de naam van de overlijdensrisicoverzekering die mijn financieel adviseur me aanraadde. Ik heb er een nodig omdat ik een nieuw huis aan het kopen ben. Maar ja, doodgaan… Daar trek je geen klanten mee, zal de marketeer gedacht hebben. Dóórleven, dat is wat de mensen willen. Bij Fame zongen ze het al – I’m gonna live forever! Ja, als er na je dood geld vrij komt dan kunnen de nabestaanden gemakkelijker doorleven. Maar dat doorleven gaat helemaal niet over mij – terwijl ik nog wel de klant ben!

Pijn en kriebels

Er is een grote angst voor woorden met een negatieve lading. Dood, maar ook ‘moeten’, ‘betalen’ en ander verderf mag je eenvoudigweg niet meer gebruiken. Klanten spreken ons daar ook wel eens op aan: kunnen jullie dit niet positiever verwoorden… Terwijl de pijn benoemen ook voor verbinding en herkenning zorgt. De drang om alles leuk te laten lijken, aangenaam te maken en roze te kleuren geeft me de kriebels. Spreken van doorleven als het over doodgaan gaat, is een eufemisme van de bovenste plank.

Ga zo door

Overigens raakte Tekstschrijver Tim helemaal geïnspireerd in onze chat over deze on-naam.
  • Ontdek de streber in jezelf met het StreefDoorPlan!
  • Nieuw, nu ook voor wevers, het WeefDoorPlan
  • Angstig? Kies dan het BeefDoorPlan!
  • Piloot? Maak kennis met ons ZweefDoorPlan!
  • Te enthousiast? Profiteer van ons SchietDoorPlan!

Ga jij dood?

Tim weet zonder kijken hoe het plan in elkaar zit:

Stap 1: blijf ademen
Stap 2: ga niet dood

Maria is het overigens niet met Tim en mij eens – eigenlijk zou ik haar van de wenkbrauwfoto moeten afknippen in dit geval. Zij stoort zich niet aan de naam LeefDoorPlan en kan zich goed voorstellen dat mensen zich erdoor aangesproken voelen. De naam, zo zegt zij, laat zien dat je je nabestaanden op de eerste plaats zet. Wat vind jij? Wil jij je overlijdensriscio omzetten in een leefdoorplan?

Dansen op je graf
Overigens was het antwoord van Freddy Mercury (die nooit zal sterven) op Fame’s statement: Who wants to live forever?

Woorden die niet meer mogen – aflevering 6

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 22 februari 2012
Tags: , ,
Wie biedt?

Wie biedt? En wat dan wel?

Wij bieden service. Wij bieden oplossingen. Wij bieden diensten. Op dit moment hebben we bij Kiezel een website onder handen waar de biedingen je om de oren vliegen. Een veiling is er niets bij. En als je ergens maar vaak genoeg mee geconfronteerd wordt, dan overschrijd je vanzelf een allergiegrens, de tolerantiedrempel. Dat is gebeurd. De Kiezels krijgen rode bultjes van het bieden. Daarom is bieden vanaf nu een Woord Dat Niet Meer Mag.

De vraag is of die irritatie gerechtvaardigd is of dat het een kwestie van overprikkeling is. Wat is er toch mis met bieden?

Wat is er mis met bieden?

Bieden is een gemakswoord. Het is een bochtenafsnijwoord. Het is een woord dat je de kans geeft weg te glippen zonder dat je werkelijk hoeft te verwoorden wat je doet. Het is kortom een leeg woord. En het lijkt heel klantgericht, je biedt je klanten iets aan, maar wat is bieden nou helemaal?(Aan)bieden gaat over jou.

Wat dan?

De remedie voor een tekst die zendergericht is (zoals wanneer je aan het bieden bent), is klantgericht denken. Wat heb ik eraan, ik – jouw toekomstige klant. Wat zijn de resultaten als ik die service, die oplossingen, die diensten bij je afneem? Zodra je dát verwoordt, ben je veilingmeester af.

Lees ook over de andere woorden die niet meer mogen

Aflevering 5: welke

Aflevering 4: handvatten

Aflevering 3: leuk

Aflevering 2: kunnen en mogen

Aflevering 1: tevens en reeds

Zijn we echt zo happig op bananen?

Door Corinne Brouwer in de categorie Losse kiezels op 13 februari 2012


Direct inschrijven
Schrijf je direct in
Ik schrijf me direct in

Op welke tekst zou jij klikken?

Daar ben ik benieuwd naar. Die eerste twee teksten heb je vast wel eens gezien. Toen je je inschreef voor een nieuwsbrief, bijvoorbeeld. De derde komt iets minder vaak voor. Of het terecht is dat die derde zo weinig voorkomt? Misschien, maar misschien ook niet: niemand weet welke van deze drie calls to action, zoals we dit soort oproepen noemen, de meeste kliks oplevert. Het is tijd voor onderzoek.

De ideale call to action

Een call to action maakt het hoofddoel van de pagina duidelijk (hier: bezoekers laten inschrijven) en zet aan tot actie. Aartjan van Erkel (2011) vertelt ons dat de call to action ook een behoefte van de bezoeker prikkelt (hier: op de hoogte blijven van nieuwtjes en kennis verwerven) en een klassieke klikmagneet bevat (hier: ‘direct’). Op die drie punten ontlopen de call to actions elkaar niet. Hun jasje is wel steeds anders: een persoonlijke ik-zin, een strenge gebiedende wijs en een algemene vorm. Welke jas het best past, weten we niet.

We zijn gek op opvallende dingen

De call to action hoort van het scherm te spatten en dan met name in een visueel opvallende button waar de call to action op staat. Godin (2002) noemt dit element een banaan, een term die in Nederland beroemd is gemaakt door Van Erkel (2011). En je raadt het al: de bezoekers zijn de aapjes, die niet kunnen wachten om de banaan te verorberen.

Zoals het met apen is, zo is het bijvoorbeeld ook met jonge donsvogeltjes die naar de rode stip op de snavel van hun moeder pikken. Ze weten dat ze dan krijgen wat ze willen: voedsel. Het is automatisch gedrag dat hoogst efficiënt blijkt te zijn. Voor internetgebruikers geldt dat net zo goed. De banaan zet je bezoeker aan tot automatisch gedrag, zodat hij doet wat jij wilt dat-ie doet (Cialdini, 2009).

Onderzoek naar bananen en calls to action

Stel je voor dat je als websiteontwerper je bezoekers echt door je website kunt sturen met behulp van bananen. Klinkt als een mooie theorie, nietwaar? Maar is het ook waar? De theorie van de banaan (Godin, 2002) wordt nog niet empirisch ondersteund. Als ik dat lees, gaat mijn onderzoekersbloed sneller stromen. Mijn tweede vraag is in welke vorm de call to action het best werkt (gebiedende wijs, ik-vorm of algemene vorm). En een derde: of je ‘m wel of niet op een banaan moet plaatsen.

Heb jij aanvullende ideeën voor mijn onderzoek of vragen over call to actions in het algemeen? Input is welkom. Ik lees deze graag via het reactievenster. Mailen kan ook: corinne@kiezelcommunicatie.nl.

Cialdini, B. C. (2009). Invloed: De zes geheimen van het overtuigen. Den Haag: Sdu Uitgevers.
Erkel, van A. (2011). Verleiden op internet. Culemborg: Van Duuren Management.
Godin, S. (2002). The big red fez: How to make any web site better. New York: Fireside.

Corinne Brouwer is masterstudente Communicatiestudies aan de Universiteit Utrecht. Ze loopt gedurende 2,5 maand stage bij Kiezel Communicatie. Via deze blog houdt ze je op de hoogte van haar stageonderzoek naar calls to action.

2012 – Helemaal goed

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 28 december 2011
Tags: ,

Een kleurig en optimistisch 2012Helemaal goed. Ik hoor het mezelf elke dag wel een paar keer zeggen. Vooral aan de telefoon, als ik een gesprek afsluit. Dus we zien elkaar volgende week? Helemaal goed. En elke keer denk ik dan: helemaal goed? Helemaal fout! Wat is er mis met: Dat is goed? Waarom he-le-maal goed? Is helemaal goed beter dan gewoon goed?

Kritiekloze losbollen

Het erge is dat deze stroom zelfkritiek niet leidt tot zelfverbetering. Het gemopper komt altijd als mosterd na de maaltijd, het potje op tijd op tafel krijgen lukt me niet. Paulien Cornelisse schreef er jaren terug al over in Taal is zeg maar echt mijn ding. Ik behoor volgens haar tot de kritiekloze losbollen. We zeggen helemaal omdat we geen zin hebben in gezeur en toen maar besloten hebben om alles leuk en goed te vinden.

Pseudogezellig

Tegenover ‘mijn soort’ mensen staan volgens Cornelisse chagrijnige realisten. Die vinden alles semigoed (semihip, pseudogezellig). En kiezen kun je niet, je karakter heeft lang geleden al voor je gekozen. Zit ik toch helemaal goed, vind ik zelf. En het voordeel is: ik heb een kant-en-klaar helemaal goed voornemen voor 2012. En jullie, lieve Kiezelbloglezers, wens ik voor het allerallerlaatst een helemaal goed nieuwjaar.

Heb jij een talig voornemen? We lezen het graag via het reactieveld!

Meer verkopen? Dan geen spelfouten!

Door Carola Janssen in de categorie Losse kiezels op 22 december 2011
Tags: ,

Spelfouten hebben geen invloed op de overtuigingskracht van een tekst. Zo had ik de belangrijkste uitslag onthouden van een experimenteel onderzoek naar de invloed van spelfouten in sollicitatiebrieven en sponsorbrieven op de tekstwaardering, overtuigingskracht en het imago van de zenderHet vermogen van de spelfoudt. Dus toen tekstschrijver Tim gisteren aan mij vroeg of hij een klant op een d/t-fout in een mail moest wijzen, zei ik nee. Het maakt voor zijn verkoopresultaten niet uit. Natuurlijk ging Tim het verhaal meteen uitpluizen – hij gelooft mij nooit op mijn mooie blauwe ogen en hij zit sowieso niet op die manier in elkaar. Wat bleek? Ik had het helemaal (of bijna helemaal) verkeerd onthouden!

Zo zit het

Hoe zit het nu? Dit is de conclusie:

  • Uit dit onderzoek blijkt dat spelfouten een negatieve invloed hebben op de tekstwaardering, overtuigingskracht en het imago van de zender. Deze invloed is bij splitsing op kennis van spelling het sterkst voor de groep proefpersonen met kennis van spelling. Gemiddeld is het negatieve effect van spelfouten het grootst voor de sponsorbrief.

En:

  • Er is voor de totale steekproef geen interactie-effect tussen spelfout en het soort brief op de begrijpelijkheid.

Wel is het zo dat mensen die zelf geen kennis van spelling hebben, een brief beter waarderen als er fouten in staan! Dat is zo opvallend dat dit het enige was wat ik onthouden had. Hoe dat komt, vermeldt het onderzoek niet – misschien herkennen mensen zich onbewust in de schrijver. En als je jezelf herkend herkent vind je de ander aardiger. En – zo las Tim ook in het onderzoek – als mensen je aardig vinden, word je eerder uitgenodigd op gesprek.

Fout!

Terug naar de beginvraag. Moet Tim zijn klant wijzen op zijn spelfout? Nee, vind ik. Ik maak zelf geregeld d/t-fouten. Ik ken de regels, maar dat is blijkbaar niet voldoende. Mij op mijn fouten wijzen helpt dan ook niet (fijn Tim, dat je dat niet doet bij mij). Het is natuurlijk wel aan te raden om alle teksten door iemand anders te laten controleren. Maria doet dat voor mij, die haalt mijn missers er gegarandeerd uit (zij had dan ook maar 3 fouten bij het Nationaal Dictee der Nederlandse Taal, waarmee ze beter was dan de beste).

Kortom: wil je meer verkopen, dan kun je maar het beste geen spelfouten maken, tenzij je zeker weet dat de ander helemaal niet kan spellen.

Lees de complete chat tussen mij en tekstschrijver Tim.

Wat doe jij? Wijs jij een ander op zijn spelfouten?

Share |