2012 – Helemaal goed

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 28 december 2011
Tags: ,

Een kleurig en optimistisch 2012Helemaal goed. Ik hoor het mezelf elke dag wel een paar keer zeggen. Vooral aan de telefoon, als ik een gesprek afsluit. Dus we zien elkaar volgende week? Helemaal goed. En elke keer denk ik dan: helemaal goed? Helemaal fout! Wat is er mis met: Dat is goed? Waarom he-le-maal goed? Is helemaal goed beter dan gewoon goed?

Kritiekloze losbollen

Het erge is dat deze stroom zelfkritiek niet leidt tot zelfverbetering. Het gemopper komt altijd als mosterd na de maaltijd, het potje op tijd op tafel krijgen lukt me niet. Paulien Cornelisse schreef er jaren terug al over in Taal is zeg maar echt mijn ding. Ik behoor volgens haar tot de kritiekloze losbollen. We zeggen helemaal omdat we geen zin hebben in gezeur en toen maar besloten hebben om alles leuk en goed te vinden.

Pseudogezellig

Tegenover ‘mijn soort’ mensen staan volgens Cornelisse chagrijnige realisten. Die vinden alles semigoed (semihip, pseudogezellig). En kiezen kun je niet, je karakter heeft lang geleden al voor je gekozen. Zit ik toch helemaal goed, vind ik zelf. En het voordeel is: ik heb een kant-en-klaar helemaal goed voornemen voor 2012. En jullie, lieve Kiezelbloglezers, wens ik voor het allerallerlaatst een helemaal goed nieuwjaar.

Heb jij een talig voornemen? We lezen het graag via het reactieveld!

Ambtelijk taalgebruik

Door Carola Janssen in de categorie Losse kiezels op 6 mei 2010
Tags: , ,

Hoe oubollig is het woord oubollig? In elk geval is het een woord dat de moeite van het bewaren waard is, vind ik. Het is een fijne voor de Vereniging ter bevordering van het gebruik van het bedreigde Nederlandse woord. Ik ben gek op oubollige woorden. Maar niet in teksten die voor iedereen zijn, zoals ambtelijke teksten. Ambtelijk taalgebruik zou gelijk moeten staan aan helder, concreet, eenvoudig, begrijpelijk. Het tegendeel is waar. Ambtenaren horen te schrijven voor iedereen, maar ze doen het niet.

Taalcampagne Helder Haags

In Den Haag werken ze er al jaren hard aan om helder Haags tot norm te verheffen. De taalcampagne met die naam poogde tussen 2006 en 2008 ambtenaren op het rechte schrijfpad te krijgen en te houden. Zo kwam er een woordenboek voor ambtenaren die helder willen schrijven. Sinds deze week staat dit ambtelijk woordenboek online. Ook reuzehandig voor mensen die documenten van de overheid niet begrijpen. 

Puistjes uitknijpen

In het woordenboek, ontwikkeld door collega Wouter de Koning van Tekstbureau Lekker Helder, vind je de hedendaagse vertaling van oubollige woorden, moeilijke woorden, en zogenaamde puistwoorden. Dat zijn woorden zoals middelen in plaats van geld, of pilot in plaats van proef(project). Die woorden moet je je tekst uitknijpen zoals een puistje, schrijft Wouter. Brr.

Lintje

Wouter verdient wat mij betreft een lintje. En als alle ambtelijke schrijvers zijn woordenboek nu gaan gebruiken wordt ambtelijketaalgebruiker misschien zelfs wel een geuzennaam. En als dat woord je te oubollig is: dat is een erenaam die eerst scheldwoord was…

 

Om een legging ga je toch niet weg?

Door Carola Janssen in de categorie Losse kiezels op 2 april 2010
Tags: , ,

Leggings zijn lelijke dingen, dat geef ik toe. Maar om daar als gemaal nou je eega voor te verlaten? En wie gaat daar dan weer een groot bord van maken en op de weg plaatsen?

Omslag 'Weg om  legging'

Mam, waarom zit je te lachen? Mam heeft gisteren een boek gekregen voor haar verjaardag. Over onjuist spatiegebruik. Ik schreef er al eerder over. Zelfbenoemd spatiegoeroe René Dings strijdt op zijn Platform Onjuist Spatiegebruik al vijf jaar tegen spatiesukkels die geen idee hebben van de aaneenschrijfregels en vond het tijd worden voor een boek. Het is vers van de pers en luchtig leesvoer.

Zelf ben ik een spatiemeester, zo blijkt uit de online test (met dank aan collega @ElsBrouwer) Ik weet hoe het moet. Maar wat het boek grappig maakt zijn niet de spaties zelf, maar de verhalen die Dings er meteen bij serveert ter verklaring van die spaties. Zoals bij wegomlegging waar ik de foute spaties wel zag, maar niet direct de associatie legde met een legging en een scheiding. Dat maakt het boekje erg de moeite waard. De verleiding is groot lekker te gaan citeren. Maar koop het zelf maar. Let op: het maakt wel dat je hardop zit te lachen, terwijl je zoon niet-begrijpend zijn wenkbrauwen optrekt.

Doe de test en vertel me of jij ook de spatie meester bent.

Spatie van het jaar

Door Carola Janssen in de categorie Losse kiezels op 5 januari 2010
Tags: , ,

naakt model

Wat is het verschil tussen naakt modeltekenen en naaktmodeltekenen?

Dat weet iedereen. Waarom is het dan toch zo lastig om onjuiste spaties uit te bannen? Het platform Signalering Onjuist Spatiegebruik voert een hopeloze strijd. Het naaktmodelvoorbeeld heb ik van hun site. De spatie tussen naakt en model won de verkiezing onjuiste spatie van het jaar, ik meen, 2007.  Perfect om uit te leggen waarom spaties zo belangrijk zijn.

Al dan niet een spatie brengt altijd een betekenisverschil met zich mee. Karsten Veerman heeft bovendien wetenschappelijk bewezen dat onjuiste spaties je begrip van een tekst significant vertragen; lees zijn rapport Aaneenschrijfregelkennisbegripsbeïnvloeding (pdf) maar.

Hoe dan ook, het is weer tijd voor de verkiezing van 2009. Mijn favoriet: lieve heersbeestjes. Ze heersen, maar zonder je geweld aan te doen, begrijp ik. Schattig!

Wat is ook weer de regel? Samenstellingen schrijf je aan elkaar. En een samenstelling is een woord dat bestaat uit twee of meer woorden die je ook zelfstandig kunt gebruiken.

Vaagtaal. Wie is daar niet tegen?

Door Maria Neele in de categorie Losse kiezels op 9 december 2009
Tags: , ,

Vaagtaal, ten strijde tegel beleidsbabbels en managementspeakMet hooggespannen verwachtingen las ik het boekje Vaagtaal! De ondertitel Vecht mee tegen beleidsbabbels, managementspeak en zorggezemel had me verleid om het boekje aan te schaffen, want daar kon ik het als ambassadeur van heldere teksten alleen maar mee eens zijn. Op de barricaden!

Vaagtaal: een LOA
Ja, ja, ja, knik ik als ik het uitgangspunt van het boekje lees: ‘Vaagtaal is een epidemische en besmettelijke ziekte’. Jonge professionals die bij mij een schrijftraining moeten volgen van hun baas, lijden er allemaal aan. Oudere werknemers net zo goed trouwens. Wie net begint als junioradviseur of beleidsmedewerker, houdt zich staande met rapporten die uit hun voegen barsten van interessante woorden, lijdende vormen en de naamwoordstijl. Die bol staan van clichés, tangconstructies en voorzetseluitdrukkingen. En wie zich al lang in die rapportenwereld beweegt, kan gewoon niet anders meer: “Met betrekking tot de vorige maand door het management genomen besluiten moeten de volgende conclusies getrokken worden…” Ja. Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser hebben gelijk: vaagtaal is een LOA. Een door Lezen en Luisteren Overdraagbare Aandoening.

Baat bij vaagtaal
Maar Ligtvoet en De Busser schieten in hun ijver af en toe door. Ze leggen de schuld van alles bij reclamemakers, journalisten en politici. Ten eerste: te veel eer. En bovendien, snap dat dan! Deze taalgebruikers bedienen zich van vage taal omdat ze er garen bij spinnen. Politici omdat ze nu eenmaal tijd moeten volpraten, moeten afleiden van waar het echt om gaat en überhaupt niet veel te zeggen hebben. Nieuwsmakers omdat het nieuws het best landt als ze clichés gebruiken als ‘banen die op de tocht staan’ en ‘het groene licht geven’, reclamemakers omdat hun mooie praatjes gewoon lekker verkopen. Zijn die dan de schuld van ambtenaritis en managementspeak? Nee, schud ik. Dat geloof ik niet.

Vermakelijke voorbeelden
Ligtvoet en De Busser schetsen levendige en vermakelijke voorbeelden – soms wat overtrokken, maar goed, wie niet overdrijft, wordt niet gehoord. Ze laten zien dat het meeste interessante gebabbel uitsluitend een rookgordijn is voor ondeskundigheid en grootspraak en ontmaskeren tussen neus en lippen door bezuinigingsmaatregelen, manipulaties en regelrechte leugens. Jammer dat ze daar weinig voorbeelden tegenover zetten van hoe het beter zou kunnen. Want daar zouden stoffige ambtenaren, zemelende zorgverleners en wolspinnende politici wel iets mee opschieten.

Vaagtaal is een fijn cadeau voor onder de kerstboom voor iedereen die zich ergert aan onduidelijke woorden, omslachtige taal en oeverloos gebabbel. Strijdend het nieuwe jaar in, dus. Helder, concreet en actief.

 

Kopzorg over plantpot

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 7 december 2009
Tags: , ,

Tussen-e, wanneer wel, wanneer nietPlantpot. Het woord staart me aan in 12 centimeter grote letters in de parkeergarage van Ikea (we hebben een nieuw kantoor in te richten en we letten op de kleintjes). Plantpot. Jongens en meisjes advertentieschrijvers, dat kán toch niet? Dat hóór je toch!

Maar waarom weet ik zo zeker dat plantpot niet kan? Mmm, daar moet ik het antwoord op schuldig blijven. Ja, omdat het ook plantenbak is. Maar dat is nog geen reden. Je hebt visnet én vissenkop, bijvoorbeeld. Ja, het is wel plantkas, maar daarbij is het eerste deel afgeleid van het werkwoord planten, niet van het zelfstandig naamwoord plant.

Toegegeven, je hebt plantnaam in het woordenboek, als vormvariant van plantennaam, maar dat is een uitzondering tussen meer dan honderd samenstellingen met het zelfstandig naamwoord plant. Plantenpot echter staat er helaas niet in.

Schiet je al wortel? De regels voor de tussenklank e (sjwa geheten, prachtig woord voor de ‘uh’-klank) zijn niet eenduidig, zo blijkt ook uit een artikel van Onze Taal. Je schrijft hem als je ‘m hoort en meestal is er een tussen-e(n) als het eerste deel een zelfstandig naamwoord van één lettergreep is.

Tja, daar kunnen we geen wedstrijd op fluiten natuurlijk. Het woord plantpot druist gewoon tegen mijn woordgevoel in. Is dat genoeg?

Onze – douze – treize

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 23 september 2009
Tags: ,

Ben ik heel elitair als ik ‘Onze Café’ opvat als ‘Elf Café’? Ik fietste langs Onze Café in de volkswijk Crooswijk en bedacht pas in de kakwijk Kralingen dat het een voorbeeld was van het verdwijnen van het onzijdig lidwoord. De huis, die meisje, de broodje. Tussen mannelijke en vrouwelijke woorden maken we eigenlijk al geen verschil meer, maar nu is ook het dus met uitsterven bedreigd.


We vinden wel vaker een steentje in onze schoen: