Creatief met LinkedIn

Door Maria Neele in de categorie Social media op 16 december 2011
Tags: , , ,
Dit is pas creatief!

Creatief? Dit is pas creatief!Creatief, innovatief of flexibel? Gemotiveerd? Probleemoplossend? Als je jezelf zo beschrijft in je LinkedIn-profiel, ben je niet de enige.

LinkedIn onderzocht in dertien landen de buzz words in profielen. De winnaar: creatief. In Nederland, maar ook in Canada, de Verenigde Staten, Engeland, Duitsland en Australië. Allemaal super-creatief.

Heel creatief ook om het zo op te schrijven en te benoemen. En dat terwijl er best manieren zijn om wel op te vallen tussen al die andere LinkedIn’ers die naar de gunsten van opdrachtgevers, werkgevers en recruiters dingen.

Hoe laat je weten dat je creatief (of innovatief, dynamisch, probleemoplossend, gemotiveerd) bent?

Show, don’t tell! Drie tips.

  • Is creatief het juiste woord? Kun je iets concreters verzinnen?
  • Beschrijf resultaten waaruit blijkt dat je creatief (enzovoorts) bent. Je hebt een nieuw festivalformat bedacht, bijvoorbeeld. Of een logistiek proces verbeterd.
  • Vraag aan anderen of ze een aanbeveling over je schrijven waaruit blijkt dat je creatief (enzovoorts) bent. Zie ook de vorige tip.

Lees ook onze blog over Facebook nieuwe stijl en vriendenlijsten.

Met welke termen omschrijf jij jezelf?

Metselen met woorden

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 8 december 2011
Tags: , , ,

Vandaag gaan we metselen; zet de specie maar klaar! Specie maakt van losse stenen een stevig bouwsel. Precies zo gaat het met teksten. Ook daar moet je de losse onderdelen, woorden, zinnen, alinea’s, zorgvuldig samenvoegen. Met taalspecie.

Van de tuinman naar de metselaar
In een vorige blogpost namen we les bij de tuinman. Die leert je flink te snoeien in de tekst, zodat je een verhaal krijgt zonder overbodige woorden. Wil je weten hoe je korte tekst begrijpelijk blijft? Dat leer je van de metselaar. Zoals die specie aanbrengt om de stenen met elkaar in verband te brengen, zo gebruik je als schrijver signaalwoorden: woorden die zinnen en alinea’s met elkaar verbinden. Ze heten zo omdat ze je seintjes geven: let op, het een heeft te maken met het ander. Wees er scheutig mee, want ze maken de tekst gemakkelijker te begrijpen.

Signaalwoorden
Wat moet je je voorstellen bij signaalwoorden? Er zijn er honderden. Een paar voorbeelden:

  • opsommend: ten eerste, vervolgens
  • oorzakelijk: want, daarom, dan ook
  • toelichtend: bijvoorbeeld, zoals
  • tegenstellend: maar, toch
  • vergelijkend: net als, op die manier.

Kleine woordjes, groot gemak.

Lekker
Zonder signaalwoorden krijg je een tekst zonder samenhang, vol wankele argumentaties en misverstanden. Mét help je de lezer om je redenering te volgen. Signaalwoorden brengen bovendien een prettig ritme in de tekst, omdat ze je dwingen korte zinnen af te wisselen met langere. Oorzakelijke verbanden (omdat) of een toelichting (zoals) komen al gauw in een bijzin terecht in plaats van in een tweede zinnetje. En juist die afwisseling leest lekker. Op beeldscherm én op papier.

Meer lezen?

Helpen de signaalwoorden in deze tekst om ‘m snel te begrijpen? Laat het me weten.

Een cliché met een strikje

Door Irene de Vette in de categorie Gratis schrijftips op 6 april 2011
Tags: , , , ,
Vermijd clichés. Deze tip gaf ik lezers van het Kiezelblog, waarop ik er zelf vervolgens doodleuk vier in mijn tekst stopte. Een opmerkzame lezer wees me er fijntjes op en het schaamrood stond me op de kaken. Nu ik dit schrijf, twijfel ik ineens of ik dat eigenlijk wel mag zeggen. Is het schaamrood op de kaken een uitdrukking of een cliché? En er fijntjes op wijzen? Help!

Eerst maar eens helder krijgen wat we precies bedoelen met een cliché. De beste definitie die ik vond: een stijlfiguur waarbij een beeldspraak wordt gebruikt die zijn kracht door het vele gebruik ervan heeft verloren.

Maar, juist omdat iedereen een cliché herkent, kan de beeldspraak ook in je voordeel werken. Ooit waren schiet mij maar lek of zo gek als een deur grappig en vindingrijk. Als je niet wist dat het inmiddels sleetse stijlfiguren waren, vond je dat waarschijnlijk nog. Als je een cliché dus een beetje afstoft werkt ‘ie wel. Een cliché met een strikje, noemen we dat.

Loesje beheerst haar strikjes als geen ander. Surf naar haar site voor inspiratie.
Wees jezelf. Er zijn al zoveel anderen.
Kijk ik om me heen, sta ik midden in het leven.
Je weet pas of het leven hard is als je je tanden erin zet.

Bedenk voor elk cliché dat in je tekst dreigt te sluipen hoe Loesje het zou zeggen. Om dit blogje dan ook in haar woorden af te sluiten: Geef door die zin!


Clichés? Liever niet. Lees ook:

Zakelijk, maar smakelijk

Door Irene de Vette in de categorie Gratis schrijftips op 18 maart 2011
Tags: , , , ,
De tekst moet zakelijk zijn, dus dan maken we ‘m ook meteen maar lekker saai. Die indruk krijg je als je langs websites van bedrijven surft. Een gortdroge brij waar je je als lezer bij de eerste alinea al in verslikt. Wil je schrijven over serieuze zaken? Dan mag je best wat kruiden en een beetje boter gebruiken. Van flauw en zoutloos loopt het water je niet in de mond.

Oeps, die uitdrukking mag eigenlijk niet. Water dat je in de mond loopt, vreselijk! Ik schrijf veel over eten en redigeer al een paar jaar recensies voor SpecialBite. Die recensies worden geschreven door mensen die op de eerste plaats eetgek zijn en lang niet altijd professioneel schrijver. Fijnproeven staat niet gelijk aan fijn schrijven, heb ik gemerkt. Ik help ze op weg met een paar tips.

• Laat zien, proeven, ruiken en voelen
Maak je tekst concreet. Ofwel: show, don’t tell. Dat is eigenlijk de basis van alle lekkere teksten. In een recensie over een restaurant in Twente las ik: Het maandelijks wisselende verrassingsmenu bestaat geheel uit dagverse, eerlijke en biologische producten, op ambachtelijke wijze klaargemaakt door de chef-kok. Een heleboel holle termen. Beschrijf een gerecht. Het mes glijdt door de lende van Saasvelds rund. Daarnaast vind ik op mijn bord zachtgegaard buikspek, zoetzure cherrytomaatjes en tot mijn verrassing krokant gebakken gamba’s. Je weet nu: de chef gebruikt lokaal vlees, kent klassieke bereidingen, maar is ook origineel.

Een ander voorbeeld: het interieur. ‘Stijlvol en klassiek’, of ‘echt van deze tijd’, daar heeft je lezer helemaal niets mee. ‘Spannende LED-verlichting dompelt de muren iedere tien minuten in een andere kleur’ (interieur is trendy), ‘Gebutste houten tafels geven je het gevoel dat je bij de chef thuis in de keuken zit’ (landelijk, huiselijk), ‘Zacht tapijt waar je stilettohakken helemaal in wegzakken’ (chic, klassiek). Je hoeft niet alles te benoemen: beschrijf een paar opvallende details die de zaak karakteriseren.

• Wees origineel

Je moest eens weten hoe vaak ik ‘culinaire hoogstandjes’, ‘verrukkelijke smaakexplosies’ of ‘echt smullen geblazen’ ben tegengekomen. Bleh. Als je de tekst concreet hebt gemaakt, ben je al een eind op weg om clichés uit je tekst te bannen, maar loop je tekst altijd nog eens na. Kan het origineler? Was de bediening langzaam? Zeg: ‘Er mag af en toe best een pepertje in.’ Het chocoladetoetje heerlijk? Schrijf dan: ‘De chocolate delight was een gulle toegift.’

Terug naar de zakelijke tekst
Nu denk je misschien: maar ik schrijf helemaal nooit over eten! Ik verkoop horren. Ik bezorg medicijnen via internet. Ik zit in verzekeringen. Verrassing: dat maakt helemaal niet uit. Laat je lezers altijd meeproeven. Beschrijf hoe zoemende muggen je slaap verstoren: dat gebeurt nooit meer met een hor! Beschrijf hoe makkelijk je medicijnen vanuit je luie stoel kan bestellen: nooit meer door weer en wind naar de apotheek! Beschrijf hoe je op reis in een onbewaakt ogenblik je tas kwijt kunt zijn: prettig dat je dan met een telefoontje alles regelt.

Details, details, details. Smakelijk lezen!

Kijk wat ik kan

Door Carola Janssen in de categorie Social media op 2 november 2010
Tags: , , , ,

Mooi gastblog gepubliceerd waar je trots op bent? Spreek je meer dan een beetje Russisch? Getuigschrift als eersteklas paardenfluisteraar? Sinds kort kun je het vermelden op je LinkedIn-profiel. Er zijn verschillende nieuwe secties om toe te voegen aan je profiel. Talen, Patenten, Publicaties, Certificaten om er een paar te noemen. Ga naar Edit profile en klik op Add sections. Makkelijk zat.

Kabels checken

Wat kan jij?

Skill Will

Veruit de belangrijkste is in mijn ogen wel Skills (vaardigheden). Kies uit de suggesties of voeg zelf vaardigheden toe. Geef aan in welke mate je de vaardigheid beheerst, van Beginner tot Expert, en daarnaast het aantal jaren ervaring dat je in die bepaalde vaardigheid hebt.

Expert of niet?

Natuurlijk profileer je je vooral met de vaardigheden die je op expert-niveau beheerst. Maar het heeft zeker ook zin om vaardigheden te noemen waar je niet top in bent. Het is bijvoorbeeld handig om te laten zien of je als webdesigner verstand hebt van fotografie, als copywriter van marketing, als architect van subsidie aanvragen. Daar hoef je niet meteen expert in te zijn. Maar let op: een eindeloze rij vaardigheden komt al snel ongeloofwaardig over.

Scrollduimpje

En sowieso: beperk je. LinkedIn heeft (nog) niet de mogelijkheid om secties in te klappen. Hoe meer je op je profiel zet, hoe langer die wordt. En mensen moeten wel heel geïnteresseerd in je zijn voor ze hun toch al zo overbelaste scrollduimpje voor je inzetten. Kies dus zorgvuldig de secties die relevant zijn voor je profiel en kies alleen die vaardigheden (of talen, diploma’s, patenten, publicaties) die je profiel body geven.

En jij?

Heb jij al vaardigheden op je profiel gezet? Welke wel, welke niet?

Klanten krijgen via LinkedIn? Schrijf je in voor de workshop ‘Krijg klanten met LinkedIn’.

Beste,

Door Carola Janssen in de categorie De wenkbrauw op 20 augustus 2010
Tags: , , ,

Carola en Maria trekken de wenkbrauwen op

Beste,

Zo begint het mailtje dat ik van de week kreeg van Usability Vlaanderen. Ik schreef me in voor de nieuwsbrief, de blog is namelijk interessant. Je kunt er nieuws en tips vinden over hoe je bezoekers van je site helpt om de taak die ze in hun hoofd hebben uit te voeren. Dat willen wij met onze teksten ook, dus ik wil er meer van weten. Ik schrijf me dus in en krijg per kerende post het ‘beste’-mailtje. Personaliseren is ook niet alles, maar dit is een ander uiterste. Vlaams zeker, dacht ik nog, om mensen zo aan te spreken.

Maar het gaat verder.

U heeft onlangs verzocht om u te abonneren op de E-mail nieuwsbrief van Usability Vlaanderen.
We kunnen amper wachten met u nieuwe artikelen door te sturen, klik daarom op de volgende link om je abonnement onmiddellijk te activeren:

>link<

(Indien deze link niet klikbaar is of wanneer je browser niet opent wanneer u op de link klikt, kopieer en plak deze dan in uw web browser.)

Afgezien van de foute spaties en andere missertjes is het vooral de wisseling van persoon die opvalt. Ja, de keuze tussen u en jij is een lastige. We hebben daar bij Kiezel Communicatie ook enorm mee gestoeid. Eerst alle honderdvierendertig pagina’s van deze site iedereen gevousvoyeerd, en toen toch maar besloten overal te jijen en te jouwen. Een andere optie is natuurlijk: niet kiezen. En dan krijg je dit.
De link bleek klikbaar, maar toen wachtte mij een nieuwe verrassing…

Daar is geen woord Vlaams bij. En als je geen Engels beheerst, is de usability opeens ver te zoeken. Echt een aanrader hoor, die nieuwsbrief van Usability Vlaanderen. Maar een beetje meer aandacht voor alle teksten waar je je bezoeker mee confronteert kan geen kwaad. Bij nadere beschouwing staan ook de blogposts vol taalfouten. Dat leidt me af, ik moet langer nadenken over wat de schrijver bedoelt. Hartstikke jammer, want op de inhoud is niks aan te merken.

Vijf redenen om vandaag niet te schrijven

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 30 mei 2010
Tags: , ,

Een blog schrijven, een artikel, een reactie op een ander artikel? De wil is er, maar er zijn altijd redenen waarom je aan het einde van de dag nog geen alinea hebt geproduceerd. Wat houdt je tegen?

Reden 1: Ik kan het beter vertellen dan schrijven

“Het zit wel goed in mijn hoofd en ik kan het ook vertellen, maar hoe schrijf ik het nou op?” Vaste prik, elke schrijftraining weer wordt me deze vraag gesteld. Veel mensen denken namelijk dat je ineens anders, formeler en officiëler moet formuleren als je schrijft. Alsof schrijftaal een vreemde taal is die je zou moeten leren.

Onzin!

De beste schrijftaal is normale, verzorgde spreektaal. Een truc die helpt: zoek het opnameprogramma op je mobiel of je computer op, vertel je verhaal zoals je het aan een vriend, collega of klant zou doen en luister het terug. Schrijf letterlijk op wat je hoort en maak er daarna goedlopende, korte zinnen van.

Reden 2: Al die onbenullige dingen, wie wil dat nou lezen?

“Zoveel bijzonders heb ik niet te melden.” Als je gaat wachten met schrijven totdat je het middelpunt van het wereldnieuws wordt, kun je je toetsenbord beter op Marktplaats gaan aanbieden. Zoek het liever in het alledaagse, het gewone.

Alles wat jou bezighoudt, kan ook voor iemand anders interessant zijn. Je bent nooit de enige die iets merkwaardig, afschuwelijk, geweldig of raar vindt. Als je iets tegenkomt wat je opvalt, bijvoorbeeld op jouw vakgebied, ga dan na waarom dat is. En schrijf dat op. Zo precies mogelijk.

Reden 3: Anderen hebben er al over geschreven

“Er is al zoveel over geschreven. Wie zit er nou op mijn mening te wachten?” Alles is al gezegd en geschreven. En vaak heel goed, beter dan jij het doet misschien. Wie ben jij dan om er het zoveelste stuk over te schrijven? Wat voegt jouw mening toe?

Toen ik een paar weken geleden over dit onderwerp wilde gaan bloggen, schreef Suzanne Meijles van ProTaal er net over, en dat deed ze goed. Niets op af te dingen of aan toe te voegen. Ik liet het onderwerp liggen.

En toch heb ik het weer opgepakt. Ten eerste omdat jij het blog van Suzanne misschien niet kent – als dat zo is, moet je daar absoluut verandering in brengen – en ook omdat ik het weer net iets anders wil verwoorden. En tenslotte omdat ik mezelf wil bewijzen dat ik me van Reden 3 niets meer aantrek.

Reden 4: Het is zoveel werk

“Schrijven kost me zoveel tijd.” Ja. Dat klopt. Vooral als je niet vaak schrijft, is het een megaklus om er een goed, samenhangend en boeiend artikel uit te persen.

Begin daarom met korte stukjes. Eén gedachte, uitgewerkt in twee of drie alinea’s. Het hoeft niet allesomvattend te zijn en het hoeft niet perfect (zie Reden 2). En verzoen je met de gedachte dat je er tijd voor moet vrijmaken. Als je wilt bloggen, doe je dat met een reden. Je wilt in contact komen met de wereld, met je lezers. Je wilt ze deelgenoot maken van jouw kennis, van de ontwikkelingen op jouw vakgebied. Je wilt je profileren als deskundige.

Als je blogt over onderwerpen die te maken hebben met je vak, beschouw dat dan als investering in marketing en in je eigen expertise.

Reden 5: Hoe weet ik of het goed genoeg is?

“Wat als ze vinden dat het dom geklets is?” Middelmatige of slechte teksten, daar zijn er al genoeg van. Daar zit niemand op te wachten. Het moet dus perfect, niks op aan te merken, waterdicht, messcherp én onderhoudend. Was Reden 3 al een tegenhouder van jewelste, Reden 5 heeft mij nog vaker in zijn greep.

De angst om iets de wereld in te slingeren waar anderen schamper om zullen lachen, houdt me keer op keer tegen. Wat doe ik ertegen? Nog meer lezen, me documenteren, me indekken. Helpt dat? Nee natuurlijk.

Faalangst, de angst voor middelmatigheid, steeds weer opnieuw willen beginnen, niets goed genoeg vinden. En dus maar liever niets publiceren, dat is veel veiliger.

Een troostrijke tekst vond ik bij Copyblogger: “Understanding that you’re your own worst enemy when it comes to writing is invaluable, because you can conquer that enemy just by deciding to.”

Ter harte genomen. Gedaan.

Positivo

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 30 maart 2010
Tags: , , ,

Ik lees op de winkeldeur: ‘Vandaag gesloten vanaf 12 uur’. ‘Geopend tot 12 uur’ kan toch ook?

In een stappenplan: ‘Zorg dat er geen obstakels in de weg staan’. Schrijf liever: ‘Zorg voor een vrije doorgang’.

In een brief, hoe klantgericht (NOT!): ‘Pas als wij uw volledig ingevulde en ondertekende aanvraag hebben ontvangen…’ Ik word blijer van: ‘Zodra wij uw aanvraag hebben ontvangen…’

Oog voor afwijking

Hoe komt het toch dat we geneigd zijn om het negatieve te benadrukken? De verklaring is simpel. Ons brein heeft meer oog voor de afwijking dan voor het normale. Vanuit evolutionair standpunt handig en logisch, want iedere afwijking betekent: even opletten!

Resultaatpositief    schrijven heeft niets te maken met een roze bril

Maar nu de lezer. Je lezer is de klant van je boodschap. Je wilt dat hij je informatie of je standpunt accepteert. Handig om hem dan in een positieve stemming te brengen. Dragen woorden als gesloten, obstakels, pas als daartoe bij? Neu, ik denk ’t niet. Leer het van rasechte verkopers: houd de klant het resultaat voor. In dit geval: Geopend, vrije doorgang en zodra.


Neem een ander standpunt in

Positief schrijven heeft niets te maken met halfvolle of halflege glazen. Eerder met klant- en lezergericht communiceren. Er is net iets meer moeite voor nodig: neem letterlijk een ander standpunt in dan het voor de hand liggende.

Positief schrijven went snel. Als je de truc eenmaal door hebt, is het een eitje. En je wordt er blij van. Nu zet ik mijn roze bril op.

Prikkelbaar

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 14 maart 2010
Tags: ,

Reclame van Dove

Ik wil helemaal niet af van prikkelende gevoelens. Geprikkeld worden is namelijk bijna altijd prettig. Ik probeer zelf ook altijd mijn lezers te prikkelen: om te reageren, om ergens op te klikken of gewoon, om verder te lezen. En dat doen ze alleen als het voor hen ook fijn is. Met een prikkend gevoel wil ik wel afrekenen. Of reageer ik nu te geprikkeld?

Durven en doen

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 10 maart 2010
Tags: , ,

schrijven en skiën: je moet het allebei durvenWat is de overeenkomst tussen lekker skiën en een goed stukje schrijven? Nee, dat zijn niet mijn gedachten terwijl ik Italiaanse pistes onveilig maak, maar terugkijkend op een geslaagde dag komt zoiets weleens bij me op. Dingen die je leuk vindt, hebben vaak veel met elkaar gemeen. En ja, skiën en schrijven, ik zal niet zeggen dat het mijn passies zijn – ik zou niet durven – maar ik doe het allebei graag.

Overeenkomst 1: weten waar je naar toe wilt. Nou is dat met skiën makkelijk: naar beneden. Maar op wat meer gedetailleerd niveau is het evengoed complex. Voortdurend beslis je: daar draaien, let op die andere skiër en houd die snowboarder in de gaten. Net als bij schrijven: overzicht en controle houden en tegelijk ontspannen.

Overeenkomst 2: durven. Vertrouwen op je techniek, en tegelijk de grenzen opzoeken. Dat maakt het spannend en dan blijf je leren. Iets nieuws proberen, tegen jezelf zeggen: je kan ‘t! En als je een keer een uitglijer maakt: dat hoort er ook bij. Wie nooit valt, skiet (of schrijft) onder zijn niveau.

Overeenkomst 3: beginnen is moeilijk. Bijvoorbeeld als je bovenaan een steile helling staat of een schoon, leeg document voor je hebt. Aarzeling. Je moet ergens overheen (zie overeenkomst 2) en als je eenmaal bent begonnen, volgt de rest meestal vanzelf.

Overeenkomst 4: oefenen. Beter worden gaat met vallen en opstaan (zie weer overeenkomst 2). En wat de ene keer met gemak lukt, gaat de volgende dag moeizaam. Weet dan: de volgende keer doe je hetzelfde weer fluitend. Kijk de kunst af bij anderen die het beter kunnen dan jij. En vervolgens meters maken: oefenen, oefenen, oefenen.