Ik ga je in dit blogbericht wat vertellen over focus, de insteek van je verhaal. Over het feit dat je moet kiezen wat je gaat vertellen én de manier waarop je dat vertelt.
Pepernootdrolletjes
Nu ik dit eenmaal beloofd heb, zou het je vies tegenvallen als je een interview te lezen kreeg met een judoleraar. Een reisimpressie zou je in verwarring brengen. Een recept voor pepernootdrolletjes deed je de wenkbrauwen fronsen. Dat ligt allemaal voor de hand. Meestal ligt het wat subtieler. Ongemerkt zwalkt een verhaal alle kanten op. Wat begint als column, blijkt een interview te zijn. Bij een informatief stuk wordt plotseling om mijn mening gevraagd. En ik raak teleurgesteld, verward of geïrriteerd. Een verhaal heeft focus nodig en een duidelijke insteek.
Houvast
Misschien weet je voor je gaat schrijven in grote lijnen wat je wilt vertellen. Of wellicht staat het onderwerp je helder voor ogen. Of je weet voor welke gelegenheid je schrijft en wie je lezers zullen zijn. Je bent gevraagd om een column, een blogje of een voorwoord, dus de vorm ligt al min of meer vast. Het zijn allemaal elementen die jou als schrijver houvast geven. En in de eerste zin die je schrijft geef je die houvast door aan je lezer. Ik herken het onderwerp, ik merk of ik bij je doelgroep hoor, ik weet wat ik ongeveer kan verwachten. Als je een goede schrijver bent…
Alle ballen verzamelen
Als je een goede schrijver bent, jongleer je met alle ballen. Je kunt doen alsof je er een laat vallen, maar je vangt ‘m toch weer op. Je kunt ballen achter je rug om gooien of onder je been door. Je jongleert met drie ballen of met twintig- dat maakt niet uit. Je gaat in ieder geval niet opeens paarden dresseren. Of als al, dan jonglerend. Ben je geen goede schrijver dan helpt het om heel helder het antwoord voor ogen te hebben van de vragen die ik hierboven stelde: wat wil je schrijven, voor wie en op welke manier? Jongleer (voor publiek) niet met meer ballen dan je aankunt. En onthoud: belofte maakt schuld.
Hij is vrijwel onzichtbaar, maar speelt wel degelijk een rol om je website te laten scoren: de meta description tag, of kortweg de description. Schrijf je een pittige tekst voor je homepage, maar vergeet je aandacht te besteden aan de title en de description? Dan mis je een kans van jewelste om de bezoeker te verleiden juist op jouw website terecht te komen.
Korte samenvatting
We gaven eerder al tien tips voor top titles, nu laten we je zien welke kracht de verborgen verleider meta description tag heeft. De description is een korte samenvatting van je webpagina, onzichtbaar voor de bezoeker van je site. Hij zit aan de achterkant, in de code verwerkt. Alleen zoekmachines als Google of Bing halen hem naar voren. Het is de zwarte tekst onder dat blauwe of paarse regeltje dat Google laat zien.
Geen wervende tekst in de 'snippet' van Kinderdagverblijf Kiekeboe
Een blik in de code van de site van Kinderdagverblijf Kiekeboe: geen description te vinden. En zonder description kiest Google een willekeurig stukje tekst van de pagina. In dit geval: ‘welkom’. Dat doen de concurrenten beter…
Dat doet kinderopvang Hoipipeloi, ook uit Oldenzaal, een stuk beter
Vijf tips voor meta descriptions die bezoekers trekken
Schrijf een samenvatting waarin je belangrijke zoekwoorden verwerkt
Maak de tekst wervend door je in de lezer te verplaatsen
Verleid je lezer met een call to action of een antwoord op een vraag
Maak voor iedere pagina een unieke, eigen samenvatting
Gebruik maximaal 160 tekens, inclusief spaties
Hieronder meer over deze tips. Eerst een filmpje van het Google Webmaster Blog. Dat gaat voor het grootste deel over meta key words, die Google niet gebruikt. We leren eruit dat de description wél van belang is: hij verschijnt in de Google-resultaten.
Snippets
Telt de description ook mee om hoger te scoren in Google? Nee, dat niet. Toch moet je er op een slimme manier zoekwoorden in verwerken. Waarom? Als de woorden die de zoeker intikt niet in de samenvatting staan, gaat Google op zoek naar stukjes tekst waar ze wel staan. De zoekmachine laat dan andere ‘snippets’ zien, knipsels uit de pagina die de woorden bevatten die de zoeker heeft ingetikt. Maar als Google die zoekwoorden al in de description vindt, kiest hij daarvoor.
Call to action
Een tweede reden om descriptions met aandacht te schrijven is dat een verleidelijke tekst natuurlijk beter werkt dan een willekeurige snippet. Met een doordachte description kun je de lezer sturen en verleiden om verder te klikken. Ga, zoals bij alle wervende teksten die je schrijft, in de schoenen van de lezer staan en bedenk waarom die zou willen doorklikken naar jouw pagina. Grijp je kans om een call to action te verwerken, de lezer te informeren over de inhoud van de pagina, een kort antwoord te geven op de vraag van de lezer. ‘Download de brochure’, ‘Bekijk alle trainingen’, ‘De voordelen van busreizen’, ‘Kies uit honderden vakantiewoningen in Spanje’. Een slimme tip van het Vlaamse Usability Blog: verwerk je telefoonnummer erin!
Houd de lengte beperkt tot 160 tekens, inclusief spaties, want meer laat Google toch niet zien.
Elke pagina een unieke description
Google houdt niet van geknipte en geplakte stukken tekst. De robots die je website verkennen, waarderen je site hoger als je op elke pagina een unieke inhoud laat zien, inclusief de title en de meta description. Die samenvatting moet zo precies mogelijk overeenkomen met wat er op de pagina te vinden is. Maak je er niet van af met een rij zoekwoorden, want ook al laat Google die misschien soms zien, veel minder mensen zullen erop doorklikken (click-through-rate).
Waar verander je de descriptions?
Ben je bekend met html-code? Daarin vind je de description vrijwel bovenaan de pagina, herkenbaar als <meta name=”description” content=’Alle benodigdheden voor uw tropische aquarium. Koop ze voordelig in onze webwinkel’/> . Vaak is het gemakkelijker. Veel sites zijn gebouwd in een CMS (Content Management System), waarin je ‘aan de achterkant’ gemakkelijk pagina’s verandert of toevoegt. Daar vind je meestal ook een vakje waarin je een description of samenvatting zet.
Zoek de descriptions
Wil je weten welke descriptions er allemaal aan jouw site hangen? Tik dan op Google in het zoekveld “site:[URL]” (bijvoorbeeld site:www.bol.com/). De zoekmachine toont dan een hele reeks zoekresultaten uit de site met de titles en de bijbehorende descriptions. Aan jou de schone taak om te bepalen wat je wilt en kunt verbeteren.
Jacques Plafond had het goed van de Engelstaligen afgekeken. Die sprak iedereen aan met ‘joe’. Een poldermodelkeuze die navolging verdient. Maar ja, als jij en ik voor onze klanten schrijven, komen we daar over het algemeen toch niet mee weg. We moeten kiezen. Spreken we onze klanten aan met u of jij? Het is een van de allermoeilijkste keuzes bij webteksten. U of jij. Soms weet je het voor een deel van je doelgroep zeker. Dat zijn u’tjes. Maar ja, die anderen… Dat zijn jij’tjes. Zonder twijfel… Maar u en jij op één kussen? Daar slaapt de duivel tussen!
Mevrouw/meneer
Kiezel Communicatie heeft het er ook moeilijk mee gehad. Toen wij anderhalf jaar geleden de teksten voor deze site schreven, vonden we onze klant een ‘u’. Een pagina of zestig lang schreven we formele zinnen. Tot we bedachten: herkennen we ons hierin? Spreken we onze huidige klanten met u aan? Zeggen we meneer, mevrouw, als we ze voor het eerst ontmoeten? De antwoorden luidden: nee. Vervolgens hebben we alle zestig pagina’s omgeturnd. Dat was een klus! Tot een half jaar na dato kwamen we nog wel eens een verdwaald u’tje tegen dat we over het hoofd hadden gezien. (Sterker nog, ik heb zojuist nog wat u’tjes verwijderd uit een weinig bezochte pagina, ons privacy-reglement!)
Bij twijfel, oversteken
Maar wat moet jij nu kiezen? Bij twijfel is mijn advies: kies voor ‘je’. Internet komt heel dicht bij. Je zit tegenover iemand, zo’n veertig, vijftig centimeter van zijn gezicht. Je spreekt een lezer (bij voorkeur) direct aan. Je wilt geen afstand. En als je het niet te nadrukkelijk doet, valt het niet eens op. In de anderhalf jaar dat onze site nu live is, is het nog nooit iemand opgevallen dat alle pagina’s in ‘je’ gesteld staan. Zelfs als we er expliciet op wezen en ernaar vroegen, bleek niemand erover te vallen. Tot onze verrassing.
En joe?
Wat wel belangrijk is: maak er geen Ikea- of Veronica-jij-tekst van. Door ‘jij’ en ‘jouw’ waar mogelijk te vervangen door ‘je’ valt het tutoyeren minder op, wordt het minder nadrukkelijk. Overigens, hier in Zeeland (waar Maria en ik zijn voor onze heidagen) spreken ze ons net als Jacques met joe aan. Dat hoort bij het Zeeuws dialect.
En hoe spreek joe oew klant aan?
Zo begint het mailtje dat ik van de week kreeg van Usability Vlaanderen. Ik schreef me in voor de nieuwsbrief, de blog is namelijk interessant. Je kunt er nieuws en tips vinden over hoe je bezoekers van je site helpt om de taak die ze in hun hoofd hebben uit te voeren. Dat willen wij met onze teksten ook, dus ik wil er meer van weten. Ik schrijf me dus in en krijg per kerende post het ‘beste’-mailtje. Personaliseren is ook niet alles, maar dit is een ander uiterste. Vlaams zeker, dacht ik nog, om mensen zo aan te spreken.
Maar het gaat verder.
U heeft onlangs verzocht om u te abonneren op de E-mail nieuwsbrief van Usability Vlaanderen.
We kunnen amper wachten met u nieuwe artikelen door te sturen, klik daarom op de volgende link om je abonnement onmiddellijk te activeren:
>link<
(Indien deze link niet klikbaar is of wanneer je browser niet opent wanneer u op de link klikt, kopieer en plak deze dan in uw web browser.)
Afgezien van de foute spaties en andere missertjes is het vooral de wisseling van persoon die opvalt. Ja, de keuze tussen u en jij is een lastige. We hebben daar bij Kiezel Communicatie ook enorm mee gestoeid. Eerst alle honderdvierendertig pagina’s van deze site iedereen gevousvoyeerd, en toen toch maar besloten overal te jijen en te jouwen. Een andere optie is natuurlijk: niet kiezen. En dan krijg je dit.
De link bleek klikbaar, maar toen wachtte mij een nieuwe verrassing…
Daar is geen woord Vlaams bij. En als je geen Engels beheerst, is de usability opeens ver te zoeken. Echt een aanrader hoor, die nieuwsbrief van Usability Vlaanderen. Maar een beetje meer aandacht voor alle teksten waar je je bezoeker mee confronteert kan geen kwaad. Bij nadere beschouwing staan ook de blogposts vol taalfouten. Dat leidt me af, ik moet langer nadenken over wat de schrijver bedoelt. Hartstikke jammer, want op de inhoud is niks aan te merken.
Grondrechten waarborgen bij uitstek de menselijke autonomie en de ontplooiing van de individuele persoonlijkheid.
Ik zeg het dagelijks tegen de buurvrouw. Jij ook? En wat vind je van deze zinnen over marktwerking?
Het gaat namelijk niet simpel om de keuze overheid of markt bij het organiseren van de publieke diensten. Het gaat veel meer om een afweging van de effecten op de maatschappelijke welvaart en publieke belangen, waaronder werknemersbelangen.
Ben je er nog? Knipper even met je ogen, knijp jezelf in je arm.
Jargon. Goed of fout?
Jargon zijn alle begrippen waar je uitleg bij nodig hebt om de tekst te begrijpen. Jargon is dus niet per definitie fout. In gesprekken tussen collega’s scheelt jargon veel tijd, er schuilt dan weinig kwaad in. Behalve als je ook buiten je eigen kringetje verwacht dat iedereen weet waar je het over hebt.
Nog erger: beleidstaal
Beleidstaal is veel erger. Dat is taal die niet alleen krom staat van alle jargon maar bovendien zinnen bevat die zo ingewikkeld zijn dat je ze drie keer moet lezen om te begrijpen wat er staat (en dat heeft dus niet te maken met de lengte van de zin). Echt hardcore beleidstaal is dan ook nog eens zo genuanceerd dat je erbij in slaap valt. Het-kan-vriezen-het-kan-dooientekst. Misschien-wellicht-eventueelstukken. Je weet wel, zoals in de voorbeelden.
Afrekenen graag
Toch vonden de deelnemers aan onze training speech-schrijven deze zinnen heel normaal. Ze zagen het niet meer, want ze werken er dagelijks mee. Ze laten dagelijks zulke monsters uit hun tekstverwerkers glijden. Zo gaat dat als je lang voor dezelfde werkgever of in dezelfde branche werkt. Hoe reken je ermee af?
Tip 1: Vertel je verhaal aan de buurvrouw
Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken naar uw lezende gezicht
Dat dichtte Vroman ooit. Tekst wordt bloedeloos als je niet een mens van vlees en bloed voor je hebt om het verhaal aan te vertellen. Ik zie jou nu voor me, ik kijk door het beeldscherm heen naar je lezende gezicht.
Tip 2: Zeg wat je wil zeggen
Wat wil je nu eigenlijk zeggen? Wat bedoel je? Wat wil je van me? Maak expliciet wat je met alle woorden probeert duidelijk te maken. Wat betekent elk woord voor jou? Is dat hetzelfde als wat het voor mij wil zeggen? Zitten er holle woorden bij zonder betekenis? Stel jezelf deze vragen en geef antwoord. En doe iets met de antwoorden, natuurlijk. Soms krijg je met het antwoord per direct een betere, jargonvrije tekst retour.
Tip 3: Wees stoer, durf iets te beweren
Zet je benen stevig op de grond, je armen in je zij en roep het maar gewoon hard tegen de wereld. Zeker in de eerste versie van je tekst. Nuance is kruiderij, die voeg je aan het eind nog toe.
Toekomsttip: Gebruik TermTreffer
Volgend jaar komt TermTreffer op de markt, software waarmee je jargon uit je teksten kunt halen en waarmee organisaties hun medewerkers van kant-en-klare definities of synoniemen voorzien. Dat las ik net bij KennisLink. Dat lijkt me ideaal voor mijn deelnemers van gisteren. In één keer met een druk op de knop de oogkleppen kwijt. Tot die tijd, de Kiezel schrijftips.
Slim verkopen in vier eenvoudige stappen, hoe gaat dat? Sonia Simone van Copyblogger legt het me uit in aflevering 14 van haar gratis cursus Internetmarketing voor Slimme Mensen. Natuurlijk ben jij ook slim, en abonneer je je direct op deze geweldige artikelenreeks, maar dan duurt het nog 14 weken voordat je deze top-aflevering onder ogen krijgt. Ik vat ‘m vast voor je samen.
Het is een trucje van iemand die het weer van iemand anders heeft, en die wéér van iemand anders, en die… Sonia geeft het eerlijk toe, ze heeft het niet zelf verzonnen. Een klassieker, zullen we maar zeggen.
Laat ik meteen een poging doen haar methode toe te passen. Lees mee en laat me weten of het voor jou werkt.
Stap 1. Wat heb ik voor je in petto?
Beantwoord kort de volgende vragen over je product: wat is het, voor wie is het, wat doet het?
Een ultrakorte workshop bloggen van één avond op donderdag 20 mei, voor professionals die hun weblog interessant willen maken en tot leven willen wekken.
Dat is voorlopig genoeg. Door naar…
Stap 2. Wat levert het je op?
Hier gaat het om de vraag: hoe maakt mijn dienst of product jouw leven beter of makkelijker? Valkuil bij deze stap is om hier de eigenschappen van je product of dienst te beschrijven, maar vergis je niet, het gaat om het eindresultaat. Het aloude plaatje van vóór en na de behandeling, met nadruk op erná.
Na de workshop kun je:
interessante nieuws-items selecteren;
op een actieve, prikkelende en aansprekende manier schrijven;
inspiratie vinden op internet en in het nieuws.
Nu ga je nog even terug naar stap 1: beschrijf een paar eigenschappen van je product. Wat zit er in de doos? In mijn geval:
Je leert:
heldere en directe berichten te schrijven voor jouw eigen doelgroep;
hoe je direct ter zake komt en lezers meteen je verhaal binnentrekt;
hoe je ze in actie krijgt en reacties losmaakt.
En leg de nadruk op een aantrekkelijk extraatje:
Bovendien krijg je een handige checklist – Tien Blogregels waarmee je lezers trekt – die je direct kunt toepassen.
Stap 3. Wie ben je?
In deze stap gaat het om het aloude geloofwaardigheidsprincipe, de ethos uit de Griekse retoricaleer. Als de lezer jou autoriteit toekent en welwillend tegenover je staat, zal hij eerder iets van je aannemen. Laat hier bijvoorbeeld ook zien dat je uit eigen ervaring weet met welke problemen je potentiële klant worstelt.
Bloggen is een kwestie van discipline en gewoon doen. We weten zelf al te goed hoe lastig het is om het vol te houden en steeds trouw te schrijven, maar we weten ook hoe leuk het is om stukjes te publiceren en reacties van lezers te krijgen.
Stap 4. De call-to-action!
Vertel de lezer klip en klaar wat hij moet doen. Het liefst met een flinke button, zonder omhaal van woorden en als het even kan met nadruk op een beperkte verkrijgbaarheid:
Er zijn nog slechts drie plaatsen open; inschrijven kan tot en met 21 juni.
Je naam in de aanhef van een nieuwsbrief. Is dat prettig? Je wordt tenslotte persoonlijk aangesproken. Socialmediaguru Erwin Blom vindt het maar niks. Doen alsof je persoonlijk iemand aanspreekt terwijl overduidelijk is dat je voornaam uit een database komt, is het hoogstonpersoonlijke wat er is, volgens hem. En daar zit wel wat in.
Het is enorm verleidelijk om je nieuwsbrief te personaliseren. Onderzoek wijst uit dat die dan veel beter gelezen wordt. Maar als je tegelijkertijd meer irritatie opwekt, schiet je wellicht in je eigen voet. Mij irriteert het niet, als mijn voornaam tenminste maar met mate gebruikt wordt. En met mate, dat is dus één keer. Het bevestigt dat het een nieuwsbrief is waar ik me zelf voor ingeschreven heb.
Automatische Twitterberichtjes van mensen die zogenaamd blij zijn dat je ze volgt, vind ik net zo irritant als Erwin. Als je al de behoefte voelt om mensen daarvoor te bedanken, doe dat dan persoonlijk. Zulke massa’s followers krijg je nou ook weer niet. (Al gebiedt de eerlijkheid toe te geven dat ik ook kort zo’n melding had, tot ik inderdaad besefte dat dit het toppunt van onpersoonlijk is).
En nu we toch socialmediaetiquettevoorschriften aan het formuleren zijn: als je verheugd bent dat iemand je volgt op Twitter, vertel dat niet alleen ongeautomatiseerd, maar ook privé aan je nieuwe follower, via een direct message. Het ziet er zo zelfingenomen uit, die openbare verkondigingen. Ik krijg dan de neiging om je weer te unfollowen. Met mijn persoonlijke groeten – Carola.
Hoe oubollig is het woord oubollig? In elk geval is het een woord dat de moeite van het bewaren waard is, vind ik. Het is een fijne voor de Vereniging ter bevordering van het gebruik van het bedreigde Nederlandse woord. Ik ben gek op oubollige woorden. Maar niet in teksten die voor iedereen zijn, zoals ambtelijke teksten. Ambtelijk taalgebruik zou gelijk moeten staan aan helder, concreet, eenvoudig, begrijpelijk. Het tegendeel is waar. Ambtenaren horen te schrijven voor iedereen, maar ze doen het niet.
Taalcampagne Helder Haags
In Den Haag werken ze er al jaren hard aan om helder Haags tot norm te verheffen. De taalcampagne met die naam poogde tussen 2006 en 2008 ambtenaren op het rechte schrijfpad te krijgen en te houden. Zo kwam er een woordenboek voor ambtenaren die helder willen schrijven. Sinds deze week staat dit ambtelijk woordenboek online. Ook reuzehandig voor mensen die documenten van de overheid niet begrijpen.
Puistjes uitknijpen
In het woordenboek, ontwikkeld door collega Wouter de Koning van Tekstbureau Lekker Helder, vind je de hedendaagse vertaling van oubollige woorden, moeilijke woorden, en zogenaamde puistwoorden. Dat zijn woorden zoals middelen in plaats van geld, of pilot in plaats van proef(project). Die woorden moet je je tekst uitknijpen zoals een puistje, schrijft Wouter. Brr.
Lintje
Wouter verdient wat mij betreft een lintje. En als alle ambtelijke schrijvers zijn woordenboek nu gaan gebruiken wordt ambtelijketaalgebruiker misschien zelfs wel een geuzennaam. En als dat woord je te oubollig is: dat is een erenaam die eerst scheldwoord was…
Onder dankzegging voor uw aanvrage doet het ons genoegen u als volgt te mogen offreren.
Huh? Welk jaar is het ook weer? Van welke eeuw? Deze offerte kreeg ik zojuist per e-mail, maar de tekst zou je eerder verwachten op geschept papier, handgeschreven en met lakzegel bekrachtigd. Nu weet ik toevallig dat de afzender een goede leverancier is, maar als het ons eerste contact was geweest, ging ik twijfelen aan zijn uiterste houdbaarheidsdatum.
Hoe moet het wel? Ach, ik ben snel tevreden.
Bedankt voor uw aanvraag. Met plezier breng ik deze offerte uit.
Zoiets. Doe niet moeilijk, doe niet dik, wees direct en schrijf wat je zou zeggen. Verzorgde spreektaal, meer is niet nodig om mij aan te spreken.
Hopende u hiermede van dienst geweest te zijn.
Voor den donder. Hij sluit af in stijl, zullen we maar denken.
Je gaat naar een webwinkel om iets te bestellen. Op de eerste pagina krijg je uitleg waarom het zo handig is om in een webwinkel te kopen. Je kunt bestellen wanneer je wilt, je krijgt de spullen de volgende dag thuis bezorgd. Je betaalt veilig en de spullen zijn verzekerd.
Ja duh! Dat zijn precies de redenen dat je naar die webwinkel gaat!
Ander voorbeeld. Je wilt een hulp in de huishouding. Je gaat naar de website van een bemiddelingsbureau en die verwelkomt je met uitleg hoe fijn het wel niet is om een hulp te hebben. Zo houd je namelijk meer tijd over voor je gezin en de dingen die je echt wilt doen.
Goh, wat een eye-opener. Je had zeker géén idee dat je daarom iemand zocht, toch?
Voordelen
Dit tweede voorbeeld is van Gerry McGovern die in een hilarische blogpost beschrijft hoe zijn zoektocht naar iemand die zijn huis wil poetsen, gefrustreerd wordt door ’silly marketeers’. Je bezoekt een website niet om te weten te komen wat de voordelen zijn van die dienst of dat product. Die weet je namelijk als geen ander. Je wilt een taak volbrengen. Iets kopen. Je inschrijven. Informatie aanvragen. Te weten komen wat iets kost. Een telefoonnummer achterhalen. WAAROM LATEN ZE JE DAT NIET GEWOON DOEN?
Tijd verliezen
McGovern noemt het één van de grootste valkuilen van webtekstenschrijvers. Je concentreren op de doelen van je lezer, in plaats van de taken die je wilt uitvoeren. Die doelen zijn natuurlijk belangrijk, maar op het moment dat je ‘hulp in de huishouding’ bij Google intikt, zijn die je al lang duidelijk. Daar wil je geen tijd aan verliezen.
Een andere ergernis van McGovern zijn de grote foto’s van blije mensen. “Vind je bij Twitter een knappe man die je toelacht en zegt: “Communicatie is zó leuk, moet je ook eens proberen?” Hup, weg ermee en help me mijn taak volbrengen.
Wil je op de hoogte blijven van nieuws over digitale communicatie, schrijftips en speciale aanbiedingen van Kiezel Communicatie? Schrijf je dan in voor onze maandelijkse Kiezelbrief.
Reacties