Metselen met woorden

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 8 december 2011
Tags: , , ,

Vandaag gaan we metselen; zet de specie maar klaar! Specie maakt van losse stenen een stevig bouwsel. Precies zo gaat het met teksten. Ook daar moet je de losse onderdelen, woorden, zinnen, alinea’s, zorgvuldig samenvoegen. Met taalspecie.

Van de tuinman naar de metselaar
In een vorige blogpost namen we les bij de tuinman. Die leert je flink te snoeien in de tekst, zodat je een verhaal krijgt zonder overbodige woorden. Wil je weten hoe je korte tekst begrijpelijk blijft? Dat leer je van de metselaar. Zoals die specie aanbrengt om de stenen met elkaar in verband te brengen, zo gebruik je als schrijver signaalwoorden: woorden die zinnen en alinea’s met elkaar verbinden. Ze heten zo omdat ze je seintjes geven: let op, het een heeft te maken met het ander. Wees er scheutig mee, want ze maken de tekst gemakkelijker te begrijpen.

Signaalwoorden
Wat moet je je voorstellen bij signaalwoorden? Er zijn er honderden. Een paar voorbeelden:

  • opsommend: ten eerste, vervolgens
  • oorzakelijk: want, daarom, dan ook
  • toelichtend: bijvoorbeeld, zoals
  • tegenstellend: maar, toch
  • vergelijkend: net als, op die manier.

Kleine woordjes, groot gemak.

Lekker
Zonder signaalwoorden krijg je een tekst zonder samenhang, vol wankele argumentaties en misverstanden. Mét help je de lezer om je redenering te volgen. Signaalwoorden brengen bovendien een prettig ritme in de tekst, omdat ze je dwingen korte zinnen af te wisselen met langere. Oorzakelijke verbanden (omdat) of een toelichting (zoals) komen al gauw in een bijzin terecht in plaats van in een tweede zinnetje. En juist die afwisseling leest lekker. Op beeldscherm én op papier.

Meer lezen?

Helpen de signaalwoorden in deze tekst om ‘m snel te begrijpen? Laat het me weten.

Hallo, ik ben afwezig

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 19 oktober 2011
Tags: ,

Ik ben afwezig

Het is herfstvakantie in Midden-Nederland. Onze sympathieke collega-ondernemer B., met wie Kiezel geregeld samenwerkt, is ook een paar dagen weg. Toen ik hem mailde, kreeg ik deze melding:

Hallo,
Ik ben afwezig.
Op 24-10 zal ik pas de verzonden e-mail kunnen inzien.
Ik wens je nog een fijne dag.

Mis of niet mis?
Er is feitelijk niks mis met deze afwezigheidsmelding. Er staat keurig in dat B. er niet is en wanneer hij weer terug is. Hij begroet me en wenst me aan het eind ook nog een fijne dag. Maar tegelijkertijd is alles mis. Hallo – dat zeg je toch niet tegen een gewaardeerde collega, opdrachtgever of partner? En zo zonder datum wekt afwezig bij mij de associatie van ‘een beetje afwezig, er niet helemaal bij met je hoofd’. De rest van de zin met dat de verzonden e-mail is ook niet echt lekker. En als ik B. nu écht nodig had? Dan werd het nooit een fijne dag, hoe zeer hij mij dat ook toewenst.
Vijf tips voor een klantgerichte, duidelijke afwezigheidsmelding.

1. Gebruik geen aanhef, of een vriendelijke aanhef
Zelf gebruik ik meestal geen aanhef – de mensen die de afwezigheidsmelding ontvangen weten wel dat het een geautomatiseerd bericht is. Vind je dat onbeleefd, schrijf dan: Beste mailer.

2. Meld tot wanneer je er niet bent
Dat doet B. prima, alleen die zin die hij er achteraan heeft geplakt… De verzonden e-mail inzien, zo zeg je dat niet. Hoe wel? Tot 24 oktober ben ik afwezig, bijvoorbeeld. Dat is genoeg. Ben je wat breedsprakiger, dan zet je er bij dat je tot die tijd niet (of maar af en toe) je mail leest.

3. Vertel waar iemand in de tussentijd terecht kan
Help de ander uit de brand. Hij mailt je niet voor niets. Schrijf iets als:
Heb je een vraag die niet kan wachten? Neem dan contact op met mijn collega A. via e-mailadres a@b.nl of telefoonnummer ……

4. Sluit af zoals je altijd afsluit
Met vriendelijke groet,
B

Met vriendelijke groet is misschien saai, maar ook neutraal, altijd passend, nooit storend en voor iedere lezer de juiste afsluiting.

5. Zet je afwezigheidsmelding ook weer uit
Een andere ondernemer, K., mailde mij op 17 oktober dat hij pas 17 oktober weer in staat zou zijn mijn mail te beantwoorden. In Gmail kun je instellen tot wanneer je afwezig bent. Bij een grotere organisatie willen ze zoiets vaak wel voor je regelen op de server. De rest zal zelf een herinnering of notificatie moeten instellen om ervoor te zorgen dat ze niet vergeten hun afwezigheidsmelding weer uit te zetten.

Fijne vakantie nog, B. En fijn dat je weer terug bent, K.!

Hoe laat jij de thuisblijvers weten dat je er even niet bent? Heb je voorbeelden van hoe het niet moet?

Kort en bondig of lang en lekker?

Door Maria Neele in de categorie Internetmarketing op 2 september 2011
Tags: , , , , ,

Zo’n beetje een week geleden begon ik met een blog over lange teksten. De aanleiding: een blogpost van Copyblogger over long copy. Daarover straks meer.

De blog werd geïllustreerd met een voorbeeld van Highrise van 37signals, een fijn online programma waarin we contacten, notities, leads en deals bijhouden.

Een verrassende A/B-test had uitgewezen dat een zeven keer zo lange tekst maar liefst 37,5 procent meer inschrijvingen opleverde dan de eerdere korte tekst. Dat was op z’n minst opmerkelijk. Kort en bondig, hét recept voor een goede webtekst, gaat niet altijd op, leek dit aan te tonen. Ik las verder, klikte links in de blogs aan verdiepte me in long copy.

Wanneer is lang beter?

Volgens Brian Clark van Copyblogger is lang beter dan kort bij:

  • dure producten en diensten;
  • online cursussen of informatie waarvoor mensen moeten betalen;
  • producten met veel kenmerken die je stuk voor stuk wilt beschrijven;
  • innovatieve producten en diensten waarbij je alles uit de kast moet halen om mensen te overtuigen van alle mogelijke voordelen.
  • In feite alle online verkoop – alles wat je niet kunt zien, beetpakken, proberen. Je hebt woorden nodig om mensen over de streep te trekken.

Scanners, springers en woordenvreters

Verder lezend in lange, lange teksten kwam ik op uitspraken van de Amerikaanse copywriter Jeremy Reeves. Hij nuanceert de aanname dat mensen op internet uitsluitend scannen en onderscheidt drie soorten lezers: scanners, springers en woordenvreters.

De scanners, nou ja, die scannen. Ze beslissen razendsnel: ja of nee. De springers blijven hangen bij de stukjes die hen interesseren en lezen die helemaal. De woordenvreters zijn langzame beslissers. Twijfelaars die je met iedere zin een beetje meer overtuigt. Totdat ze uiteindelijk onderaan op de knop ‘download’, ‘inschrijven’ of ‘in winkelwagentje’ klikken.

Fris, afwisselend en luchtig

Die drie soorten lezers, die ken ik. Die ben ik! Soms scan ik, soms spring ik en soms eet ik alle woorden op, het ligt eraan. In dit geval heb ik heel wat letters tot me genomen, bijvoorbeeld.

37signals houdt terdege rekening met al die scannende, springende en lezende types. Ook de lange tekst uit de A/B-test blijft fris, afwisselend en luchtig. Met plaatjes, bullets, pijlen, tekstballonnetjes en persoonlijke uitspraken. Hink-stap-sprong naar de call-to-action.

Maar toen…

De test van 37signalsBij Highrise bleven ze testen. Uiteindelijk met een heel andere aanpak: mensen in beeld. Vriendelijk kijkende echte klanten, geen fotomodellen. Korte tekst erbij, testimonials ernaast. En toen steeg het aantal inschrijvingen ineens met meer dan 100 procent ten opzichte van de eerste versie! Weg theorie over long copy, want met een toevoeging van meer tekst zakte het inschrijfresultaat weer met bijna 23 procent. Daar ging mijn blog… Korte tekst bleek uiteindelijk nóg beter te werken dan lange.

Wat is jouw ervaring? Heb jij voordat je online iets duurs koopt veel informatie nodig om te beslissen? Wat vind jij van de tests van 37signals?

Dat zou u kunnen mogen willen

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 6 juni 2011
Tags: , ,

Flauw

Wil je me doorverbinden met collega X?
Ja hoor, dat wil ik wel. (actie: nul)

Mag ik er even langs?
Ja hoor, dat mag. (actie: nul)

Kan ik Z even spreken?
Ja hoor, dat kan. (actie: nul)

Kantoorhumoristen - foto VPRO

Zullen, kunnen, mogen en willen. Het zijn werkwoorden met weinig inhoud, terwijl ze toch de  sociale smeerolie van elk gesprek vormen. Sommige mensen pakken dat expres niet op; een heel erge vorm van kantoorhumor. Dergelijke kantoorhumoristen vragen erom bevolen te worden. Verbind me door, laat me erlangs. Ik vraag me af hoe ze dan zouden reageren, maar daar gaat deze blog niet over. Dit is alleen maar een inleiding bij een pleidooi om zullen, kunnen, mogen en willen in webteksten en e-mails zoveel mogelijk uit te bannen.

Vorige week kreeg ik een mail van een onderzoeker van de Universiteit van Tilburg. En daarom lees je nu deze blogpost. Ik knip en plak een paar zinnen. In vet alle lege werkwoorden die er wat mij betreft uit mogen (ja, mogen :-) ).

Door deel te nemen aan dit onderzoek, kunt u bijdragen aan de verbetering van express diensten zodat deze beter zullen aansluiten bij uw wensen.

Ik zou het zeer op prijs stellen als u alsnog zou willen deelnemen aan dit onderzoek, door middel van het invullen van deze vragenlijst. Mogelijk heeft u per mail aan ons doorgegeven dat u niet kunt deelnemen aan deze enquête.

Mocht u vragen hebben over dit onderzoek, dan kunt u contact met mij opnemen via het volgende e-mailadres.

Het effect van al deze hulpwerkwoorden is een kruiperige toon waar ik naar van word. De actie zit verstopt. Hup, weg ermee, is mijn devies. Haal je ze eruit, dan is het alsof je een dikke laag modder wegspoelt. Met nog een paar minieme tekstaanpassingen klinkt het dan fris en fruitig:

Door deel te nemen aan dit onderzoek, draagt u bij aan het verbeteren van express diensten [sic, wat dat dan ook mogen wezen - CJ] zodat deze beter aansluiten bij uw wensen.

Ik stel het zeer op prijs als u deelneemt aan dit onderzoek door de vragenlijst in te vullen.

Hebt u vragen over dit onderzoek, neem dan contact met mij op via het volgende e-mailadres.

Beste onderzoeker en lieve alle anderen die wat van mij zouden mogen willen. Spreek me in je mails en op je website direct aan, zonder omwegen, zonder omzichtigheid, zonder overbodige beleefdheidsfrases. Bewaar die maar voor je heeroom of de notaris. Omfloerst schrijven mag je kunnen willen, ik zal het niet lezen.

Woorden die niet meer mogen (aflevering 1)

Door Maria Neele in de categorie Steentje in je schoen op 28 december 2010
Tags: , ,

‘Wij willen u tevens bedanken…’ Ja hoor! Tevens. Dat zég je toch niet!

Dan moet je het ook niet schrijven.

Reeds. Mag je alleen bij wijze van grap schrijven.Hetzelfde geldt voor reeds. Ook dat woord is bij ons in de ban. Jammer genoeg denken veel mensen dat het chiquer en dus beter is dan al. Zodra ze achter een toetsenbord zitten, kiezen ze andere, duurdere woorden. Zoals tevens in plaats van ook en betreffende in plaats van over. Ze denken dat je zo laat zien dat je niet van de straat bent.

Je hoeft geen formele taal te gebruiken om verzorgd en deskundig over te komen. Formele taal is niet fout, maar je doet er je lezer geen plezier mee. Ouderwetse woorden en zinnen helpen je niet om je doel te bereiken.

Het verschil tussen spreektaal en schrijftaal is iets wat door steile schoolmeesters en stoffige klerken is verzonnen. Het is denkbeeldig.

Goed voornemen voor 2011: weg ermee.

Reeds!

Wat mag ook nooit meer in 2011?

Belofte maakt schuld

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 30 november 2010
Tags: ,

Ik ga je in dit blogbericht wat vertellen over focus, de insteek van je verhaal. Over het feit dat je moet kiezen wat je gaat vertellen én de manier waarop je dat vertelt.

Pepernootdrolletjes

Nu ik dit eenmaal beloofd heb, zou het je vies tegenvallen als je een interview te lezen kreeg met een judoleraar. Een reisimpressie zou je in verwarring brengen. Een recept voor pepernootdrolletjes deed je de wenkbrauwen fronsen. Dat ligt allemaal voor de hand. Meestal ligt het wat subtieler. Ongemerkt zwalkt een verhaal alle kanten op. Wat begint als column, blijkt een interview te zijn. Bij een informatief stuk wordt plotseling om mijn mening gevraagd. En ik raak teleurgesteld, verward of geïrriteerd. Een verhaal heeft focus nodig en een duidelijke insteek.

Houvast

Misschien weet je voor je gaat schrijven in grote lijnen wat je wilt vertellen. Of wellicht staat het onderwerp je helder voor ogen. Of je weet voor welke gelegenheid je schrijft en wie je lezers zullen zijn. Je bent gevraagd om een column, een blogje of een voorwoord, dus de vorm ligt al min of meer vast. Het zijn allemaal elementen die jou als schrijver houvast geven. En in de eerste zin die je schrijft geef je die houvast door aan je lezer. Ik herken het onderwerp, ik merk of ik bij je doelgroep hoor, ik weet wat ik ongeveer kan verwachten. Als je een goede schrijver bent…

Alle ballen verzamelen

Als je een goede schrijver bent, jongleer je met alle ballen. Je kunt doen alsof je er een laat vallen, maar je vangt ‘m toch weer op. Je kunt ballen achter je rug om gooien of onder je been door. Je jongleert met drie ballen of met twintig- dat maakt niet uit. Je gaat in ieder geval niet opeens paarden dresseren. Of als al, dan jonglerend. :-) Ben je geen goede schrijver dan helpt het om heel helder het antwoord voor ogen te hebben van de vragen die ik hierboven stelde: wat wil je schrijven, voor wie en op welke manier? Jongleer (voor publiek) niet met meer ballen dan je aankunt. En onthoud: belofte maakt schuld.

Boeiend bloggen, hoe doe je dat? Leer het op onze Powerworkshop Bloggen.

Description tag: verborgen verleider

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips, Internetmarketing op 17 november 2010
Tags: , , , ,

Hij is vrijwel onzichtbaar, maar speelt wel degelijk een rol om je website te laten scoren: de meta description tag, of kortweg de description. Schrijf je een pittige tekst voor je homepage, maar vergeet je aandacht te besteden aan de title en de description? Dan mis je een kans van jewelste om de bezoeker te verleiden juist op jouw website terecht te komen.

Korte samenvatting

We gaven eerder al tien tips voor top titles, nu laten we je zien welke kracht de verborgen verleider meta description tag heeft. De description is een korte samenvatting van je webpagina, onzichtbaar voor de bezoeker van je site. Hij zit aan de achterkant, in de code verwerkt. Alleen zoekmachines als Google of Bing halen hem naar voren. Het is de zwarte tekst onder dat blauwe of paarse regeltje dat Google laat zien.

Geen description: een gemiste kans

Geen wervende tekst in de 'snippet' van Kinderdagverblijf Kiekeboe

Een blik in de code van de site van Kinderdagverblijf Kiekeboe: geen description te vinden. En zonder description kiest Google een willekeurig stukje tekst van de pagina. In dit geval: ‘welkom’. Dat doen de concurrenten beter…

De description van kinderdagverblijf Hoipipeloi

Dat doet kinderopvang Hoipipeloi, ook uit Oldenzaal, een stuk beter

Vijf tips voor meta descriptions die bezoekers trekken

  1. Schrijf een samenvatting waarin je belangrijke zoekwoorden verwerkt
  2. Maak de tekst wervend door je in de lezer te verplaatsen
  3. Verleid je lezer met een call to action of een antwoord op een vraag
  4. Maak voor iedere pagina een unieke, eigen samenvatting
  5. Gebruik maximaal 160 tekens, inclusief spaties

Hieronder meer over deze tips. Eerst een filmpje van het Google Webmaster Blog. Dat gaat voor het grootste deel over meta key words, die Google niet gebruikt. We leren eruit dat de description wél van belang is: hij verschijnt in de Google-resultaten.

Snippets

Telt de description ook mee om hoger te scoren in Google? Nee, dat niet. Toch moet je er op een slimme manier zoekwoorden in verwerken. Waarom? Als de woorden die de zoeker intikt niet in de samenvatting staan, gaat Google op zoek naar stukjes tekst waar ze wel staan. De zoekmachine laat dan andere ‘snippets’ zien, knipsels uit de pagina die de woorden bevatten die de zoeker heeft ingetikt. Maar als Google die zoekwoorden al in de description vindt, kiest hij daarvoor.

Call to action

Een tweede reden om descriptions met aandacht te schrijven is dat een verleidelijke tekst natuurlijk beter werkt dan een willekeurige snippet. Met een doordachte description kun je de lezer sturen en verleiden om verder te klikken. Ga, zoals bij alle wervende teksten die je schrijft, in de schoenen van de lezer staan en bedenk waarom die zou willen doorklikken naar jouw pagina. Grijp je kans om een call to action te verwerken, de lezer te informeren over de inhoud van de pagina, een kort antwoord te geven op de vraag van de lezer. ‘Download de brochure’, ‘Bekijk alle trainingen’, ‘De voordelen van busreizen’, ‘Kies uit honderden vakantiewoningen in Spanje’. Een slimme tip van het Vlaamse Usability Blog: verwerk je telefoonnummer erin!

Houd de lengte beperkt tot 160 tekens, inclusief spaties, want meer laat Google toch niet zien.

Elke pagina een unieke description

Google houdt niet van geknipte en geplakte stukken tekst. De robots die je website verkennen, waarderen je site hoger als je op elke pagina een unieke inhoud laat zien, inclusief de title en de meta description. Die samenvatting moet zo precies mogelijk overeenkomen met wat er op de pagina te vinden is. Maak je er niet van af met een rij zoekwoorden, want ook al laat Google die misschien soms zien, veel minder mensen zullen erop doorklikken (click-through-rate).

Waar verander je de descriptions?

Ben je bekend met html-code? Daarin vind je de description vrijwel bovenaan de pagina, herkenbaar als <meta name=”description” content=’Alle  benodigdheden voor uw tropische aquarium. Koop ze voordelig in onze webwinkel’/> . Vaak is het gemakkelijker. Veel sites zijn gebouwd in een CMS (Content Management System), waarin je ‘aan de achterkant’ gemakkelijk pagina’s verandert of toevoegt. Daar vind je meestal ook een vakje waarin je een description of samenvatting zet.

Zoek de descriptions

Wil je weten welke descriptions er allemaal aan jouw site hangen? Tik dan op Google in het zoekveld “site:[URL]” (bijvoorbeeld site:www.bol.com/). De zoekmachine toont dan een hele reeks zoekresultaten uit de site met de titles en de bijbehorende descriptions. Aan jou de schone taak om te bepalen wat je wilt en kunt verbeteren.

Kiezeltekst is altijd geoptimaliseerd. Lees meer over hoe wij schrijven.

U of jij?

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 13 november 2010
Tags: ,

Jacques PlafondJacques Plafond van Ronflonflon had het goed van de Engelstaligen afgekeken. Die sprak iedereen aan met ‘joe’. Een poldermodelkeuze die navolging verdient. Maar ja, als jij en ik voor onze klanten schrijven, komen we daar over het algemeen toch niet mee weg. We moeten kiezen. Spreken we onze klanten aan met u of jij? Het is een van de allermoeilijkste keuzes bij webteksten. U of jij. Soms weet je het voor een deel van je doelgroep zeker. Dat zijn u’tjes. Maar ja, die anderen… Dat zijn jij’tjes. Zonder twijfel… Maar u en jij op één kussen? Daar slaapt de duivel tussen!

Mevrouw/meneer
Kiezel Communicatie heeft het er ook moeilijk mee gehad. Toen wij anderhalf jaar geleden de teksten voor deze site schreven, vonden we onze klant een ‘u’. Een pagina of zestig lang schreven we formele zinnen. Tot we bedachten: herkennen we ons hierin? Spreken we onze huidige klanten met u aan? Zeggen we meneer, mevrouw, als we ze voor het eerst ontmoeten? De antwoorden luidden: nee. Vervolgens hebben we alle zestig pagina’s omgeturnd. Dat was een klus! Tot een half jaar na dato kwamen we nog wel eens een verdwaald u’tje tegen dat we over het hoofd hadden gezien. (Sterker nog, ik heb zojuist nog wat u’tjes verwijderd uit een weinig bezochte pagina, ons privacy-reglement!)

Bij twijfel, oversteken
Maar wat moet jij nu kiezen? Bij twijfel is mijn advies: kies voor ‘je’. Internet komt heel dicht bij. Je zit tegenover iemand, zo’n veertig, vijftig centimeter van zijn gezicht. Je spreekt een lezer (bij voorkeur) direct aan. Je wilt geen afstand. En als je het niet te nadrukkelijk doet, valt het niet eens op. In de anderhalf jaar dat onze site nu live is, is het nog nooit iemand opgevallen dat alle pagina’s in ‘je’ gesteld staan. Zelfs als we er expliciet op wezen en ernaar vroegen, bleek niemand erover te vallen. Tot onze verrassing.

En joe?
Wat wel belangrijk is: maak er geen Ikea- of Veronica-jij-tekst van. Door ‘jij’ en ‘jouw’ waar mogelijk te vervangen door ‘je’ valt het tutoyeren minder op, wordt het minder nadrukkelijk. Overigens, hier in Zeeland (waar Maria en ik zijn voor onze heidagen) spreken ze ons net als Jacques met joe aan. Dat hoort bij het Zeeuws dialect.
En hoe spreek joe oew klant aan?


Hoe spreek je je lezers aan? Lees meer:

Beste,

Door Carola Janssen in de categorie De wenkbrauw op 20 augustus 2010
Tags: , , ,

Carola en Maria trekken de wenkbrauwen op

Beste,

Zo begint het mailtje dat ik van de week kreeg van Usability Vlaanderen. Ik schreef me in voor de nieuwsbrief, de blog is namelijk interessant. Je kunt er nieuws en tips vinden over hoe je bezoekers van je site helpt om de taak die ze in hun hoofd hebben uit te voeren. Dat willen wij met onze teksten ook, dus ik wil er meer van weten. Ik schrijf me dus in en krijg per kerende post het ‘beste’-mailtje. Personaliseren is ook niet alles, maar dit is een ander uiterste. Vlaams zeker, dacht ik nog, om mensen zo aan te spreken.

Maar het gaat verder.

U heeft onlangs verzocht om u te abonneren op de E-mail nieuwsbrief van Usability Vlaanderen.
We kunnen amper wachten met u nieuwe artikelen door te sturen, klik daarom op de volgende link om je abonnement onmiddellijk te activeren:

>link<

(Indien deze link niet klikbaar is of wanneer je browser niet opent wanneer u op de link klikt, kopieer en plak deze dan in uw web browser.)

Afgezien van de foute spaties en andere missertjes is het vooral de wisseling van persoon die opvalt. Ja, de keuze tussen u en jij is een lastige. We hebben daar bij Kiezel Communicatie ook enorm mee gestoeid. Eerst alle honderdvierendertig pagina’s van deze site iedereen gevousvoyeerd, en toen toch maar besloten overal te jijen en te jouwen. Een andere optie is natuurlijk: niet kiezen. En dan krijg je dit.
De link bleek klikbaar, maar toen wachtte mij een nieuwe verrassing…

Daar is geen woord Vlaams bij. En als je geen Engels beheerst, is de usability opeens ver te zoeken. Echt een aanrader hoor, die nieuwsbrief van Usability Vlaanderen. Maar een beetje meer aandacht voor alle teksten waar je je bezoeker mee confronteert kan geen kwaad. Bij nadere beschouwing staan ook de blogposts vol taalfouten. Dat leidt me af, ik moet langer nadenken over wat de schrijver bedoelt. Hartstikke jammer, want op de inhoud is niks aan te merken.

Jargon en beleidstaal. 3 tips om ermee af te rekenen

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 19 juni 2010
Tags: , ,

LectuurGrondrechten waarborgen bij uitstek de menselijke autono­mie en de ontplooi­ing van de individuele persoonlijk­heid.

Ik zeg het dagelijks tegen de buurvrouw. Jij ook? En wat vind je van deze zinnen over marktwerking?

Het gaat namelijk niet simpel om de keuze overheid of markt bij het organiseren van de publieke diensten. Het gaat veel meer om een afweging van de effecten op de maatschappelijke welvaart en publieke belangen, waaronder werknemersbelangen.

Ben je er nog? Knipper even met je ogen, knijp jezelf in je arm.

Jargon. Goed of fout?

Jargon zijn alle begrippen waar je uitleg bij nodig hebt om de tekst te begrijpen. Jargon is dus niet per definitie fout. In gesprekken tussen collega’s scheelt jargon veel tijd, er schuilt dan weinig kwaad in. Behalve als je ook buiten je eigen kringetje verwacht dat iedereen weet waar je het over hebt.

Nog erger: beleidstaal

Beleidstaal is veel erger. Dat is taal die niet alleen krom staat van alle jargon maar bovendien zinnen bevat die zo ingewikkeld zijn dat je ze drie keer moet lezen om te begrijpen wat er staat (en dat heeft dus niet te maken met de lengte van de zin). Echt hardcore beleidstaal is dan ook nog eens zo genuanceerd dat je erbij in slaap valt. Het-kan-vriezen-het-kan-dooientekst. Misschien-wellicht-eventueelstukken. Je weet wel, zoals in de voorbeelden.

Afrekenen graag

Toch vonden de deelnemers aan onze training speech-schrijven deze zinnen heel normaal. Ze zagen het niet meer, want ze werken er dagelijks mee. Ze laten dagelijks zulke monsters uit hun tekstverwerkers glijden. Zo gaat dat als je lang voor dezelfde werkgever of in dezelfde branche werkt. Hoe reken je ermee af?

Tip 1: Vertel je verhaal aan de buurvrouw

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn

en door de letters heen van dit gedicht

kijken naar uw lezende gezicht

Dat dichtte Vroman ooit. Tekst wordt bloedeloos als je niet een mens van vlees en bloed voor je hebt om het verhaal aan te vertellen. Ik zie jou nu voor me, ik kijk door het beeldscherm heen naar je lezende gezicht.

Tip 2: Zeg wat je wil zeggen

Wat wil je nu eigenlijk zeggen? Wat bedoel je? Wat wil je van me? Maak expliciet wat je met alle woorden probeert duidelijk te maken. Wat betekent elk woord voor jou? Is dat hetzelfde als wat het voor mij wil zeggen? Zitten er holle woorden bij zonder betekenis? Stel jezelf deze vragen en geef antwoord. En doe iets met de antwoorden, natuurlijk. Soms krijg je met het antwoord per direct een betere, jargonvrije tekst retour.

Tip 3: Wees stoer, durf iets te beweren

Zet je benen stevig op de grond, je armen in je zij en roep het maar gewoon hard tegen de wereld. Zeker in de eerste versie van je tekst. Nuance is kruiderij, die voeg je aan het eind nog toe.

Toekomsttip: Gebruik TermTreffer

Volgend jaar komt TermTreffer op de markt, software waarmee je jargon uit je teksten kunt halen en waarmee organisaties hun medewerkers van kant-en-klare definities of synoniemen voorzien. Dat las ik net bij KennisLink. Dat lijkt me ideaal voor mijn deelnemers van gisteren. In één keer met een druk op de knop de oogkleppen kwijt. Tot die tijd, de Kiezel schrijftips.


Geprikkeld? Lees ook deze blog: