Het verschil tussen show en tell

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 28 oktober 2013
Tags: ,

Waaraan zie je dat?
Die vraag stelde ik afgelopen week talloze keren aan mijn studenten op de Hogeschool Journalistiek (waar ik gastdocent ben) en ook: gebruik woorden, geen gebarentaal.

In die colleges had ik ze de Worldpress Photo van 2013 laten zien. Wat zie je, had ik ze gevraagd.
Ik zie bedroefde moslims, hoorde ik sommigen antwoorden. Of: een woedende menigte.
Met mijn vraag dwong ik ze te formuleren wat ze precies waarnamen.

Waaraan zie je dat het moslims zijn? Waaraan zie je dat ze boos zijn?
Nou, gewoon… was het antwoord in veel gevallen. Ze doen zo [...] met hun wenkbrauwen.
Hoe doen ze met hun wenkbrauwen? Gebruik tekst! Jullie zijn journalist in spe! Meesters van het woord! Kom op! (Ik ben heel streng als juf. Verrassend, hè?)

Wat zie je?, vroeg ik ook over dit fragment waarin Man Bijt Hond rapper Sjors portretteerde.

Een burgerlijk huisje!
Waaraan zie je dat?

Een zwakbegaafde, kinderlijke man.
Waaraan zie je dat?

Een gesloten, verlegen jongen die ervan overtuigd is dat ie goed kan rappen.
Waaraan zie je dat?

Gek werden ze van me. Denk ik. Maar dat kon me niks schelen, há! Ik wilde dat ze woorden gebruikten voor wat ze zagen en hun gevolgtrekkingen even voor zich hielden. Want als je goed observeert en woorden vindt voor wat je ziet, precies en creatief formuleert, dan mag de lezer zijn eigen conclusies trekken.

Hij heeft een babyblauwe slaapkamer met een zebraprintsprei, zei er een.
Hij beweegt als een duif, zei een ander.

Ja, ja, ja, riep ik enthousiast. Dat was nou eens concreet gezegd. Ik zie Sjors voor me. Er wordt me niet gezegd wie of hoe hij is, ik mag dat afleiden uit de omschrijving. Ik mag mijn eigen verbeelding laten spreken. Zo wordt tekst spannend en overtuigend.

Show, don’t tell is niet alleen functioneel in journalistieke teksten of in literaire teksten, maar net zo goed in wervende teksten op je website bijvoorbeeld. Als kritische lezer komt ik liever tot mijn eigen slotsom dan dat ik die door de strot geduwd krijg.

Is het het weer?

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 28 juni 2013
Tags: ,

Ik zie je heus wel, hoor, rotzon!

Is het het weer? Dat vreselijke, druilerige, kille rotzomerweer? Is het beroepsdeformatie? Een doorgeslagen allergische reactie misschien? Ik zit namelijk onder de rode vlekjes.

Wat is er aan de hand? Ik erger mij opeens enorm aan marketing- en reclameteksten (ook die van mezelf) en meer specifiek aan alle bijvoeglijke naamwoorden. Ik kan er niet meer tegen. Ze moeten dood.

[Even voor wie het vergeten is: bijvoeglijke naamwoorden zijn woorden die iets zeggen van een zelfstandig naamwoord en die herken je dan weer aan de lidwoorden (de, het of een) die ervoor kunnen.]

Waar de uitslag dit keer door getriggerd werd: een mailing van de Rabobank. Die hadden interessante seminars in de aanbieding en handige apps. Nee maar. Een interessant seminar. In tegenstelling tot de bloedsaaie seminars die ze normaal organiseren? En dan: handige apps, die hadden ze ook. Natuurlijk, daar zit iedereen op te wachten.

Ik weet wel waar die behoefte aan bvnw’en vandaan komt: het is zo kaal zonder. En ook wel een beetje saai, eerlijk gezegd. Als je iets wilt verkopen, ontkom je er bijna niet aan. Als ik op onze eigen site kijk, zie ik:
Leer wervende webteksten en blogs schrijven, prikkelende nieuwsberichten, aansprekende teksten voor LinkedIn, Facebook en Twitter.

En ja ik krijg vandaag net zo hard pukkels van dat wervend, prikkelend en aansprekend. Maar haal je die weg dan staat er:
Leer webteksten en blogs schrijven, nieuwsberichten, teksten voor LinkedIn, Facebook en Twitter.
Pfff. Het kan, maar inderdaad: saai en ook weinig sprekend tot nietszeggend.

Als ik dit na een kalmerend glas vage thee nog eens lees, vind ik onze bvnw’en niet meer zó erg. Het zijn onderscheidende bvnw’en. Er zijn ook workshops literair of (godverhoede) creatief schrijven. Dat leer je bij ons niet. Ook dat prikkelende is zo overbodig nog niet. Prikkelen kun je leren namelijk, en wel bij ons. Dat aansprekende is wel hemeltergend – dat haal ik weg. Tenzij nu (maar dan bedoel ik ook nu onmiddellijk en direct) de zon gaat schijnen. Die oogverblindende, hartverwarmende, zinnenstrelende zon. In tegenstelling tot de huidige afwezige, lakse, overspelige, onbetrouwbare rotzon die zich maar blijft verstoppen.

Hmpf. Misschien ben ik aan vakantie toe.

Onverwacht werkt – SUCCES deel 2

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 6 mei 2013
Tags: , ,

Luister naar de audioversie:


Afrikanen die radiatoren inzamelen om het koulijdende Noorwegen te helpen. Zodat kinderen daar in de koude winters niet meer dood hoeven te vriezen. De actie heet Radi-Aid, compleet met een gelikte video, een ‘We Are The World’-achtig lied en enthousiast kijkende hulpverleners die blij van deur tot deur gaan om elektrische radiatoren in te zamelen.

Een tijdje geleden schreef ik over de SUCCES-elementen die maken dat een verhaal blijft hangen. Zes verhaalkenmerken die samen de plakfactor bepalen, beschreven in het gelijknamige boek van Dan Heath en Chip Heath. Inmiddels is het een klassieker, een must-have voor iedereen die beter wil leren schrijven.






Plakkerig

Het Radi-Aidverhaal is lekker plakkerig. Het bevat dan ook verschillende SUCCES-elementen. De eerste twee, de S van simple en de U van unexpected voorop. De clip haakt aan aan iets bekends, en daardoor is het idee voor iedereen eenvoudig te begrijpen. Je weet meteen: dit gaat over een goed doel. Maar tegelijkertijd zet het je op het verkeerde been. Bekend en toch anders, dat is de U van unexpexted.

Klappertandende Noren

Wij uit het noorden waren toch degenen die het hongerende, zielige Afrika moeten helpen? Wat willen die zelfbewuste, prachtige, goed geklede Afrikanen dan met hun Radi-Aid? Precies! Ons aan het denken zetten. Want dit is het beeld dat wij hebben wij van Afrika: honger, oorlog, corruptie, armoede. Die plaatjes krijgen we voortdurend voorgeschoteld. Als we Noorwegen alleen maar zouden kennen van bevroren straten, sneeuwstormen en geklappertand, hoe zouden we dan over Scandinavië denken?

Wrijving

Radi-Aid laat ons met een knipoog zien dat Afrika meer kanten heeft. Dat verrast en zorgt ervoor dat het vaststaande beeld verschuift. Overtuigingen beginnen te wankelen en de wrijving die daarbij hoort, maakt dat het verhaal blijft hangen.

Ook zonder humor

Onverwacht en humor vormen een gekende combinatie. Maar het plakelement ‘onverwacht’ werkt ook zonder humor: in een boek of film waarin de introverte buurman een seriemoordenaar blijkt, of bij een technische innovatie, zoals de eerste smartphone zonder toetsenbord.

Ik zoek ze!

Ken jij goede voorbeelden van het plak-element ‘onverwacht’? Ik ben ernaar op zoek. Maak me blij!

Lees ook deel 1 van deze serie, over eenvoud.

Beter schrijven? Makkelijk zat!

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 14 januari 2013
Tags: ,

De meestvoorkomende vragen aan het begin van een training?

‘Ik wil sneller schrijven en gemakkelijker.’

‘Ik wil met meer plezier schrijven, hoe doe ik dat?’

‘En hoe zorg ik ervoor dat mensen het ook nog graag lezen?’

De gouden tips uit mijn schrijftrainingen lees je hieronder. Ik geef ze weg. Zomaar. Omdat elke schrijver die zijn teksten wil verbeteren er recht op heeft. En omdat ieder mens genoeg lastig gevallen wordt met slechte tekst. Als één van deze tips ook maar iemand ergens een betere zin laat schrijven, ben ik al tevreden.

Begin gewoon ergens

Weet je waarover je wilt schrijven en voor wie, maar kun je niet op het begin komen? Schrijf een paar steekwoorden op, begin er een uit te werken en kijk waar je uitkomt. Je hoeft niet aan het begin te beginnen. Dat werkt lekker snel, en het motiveert, want er staat in elk geval vast iets.

Je kan het!

‘Ik kan het wel vertellen, maar als ik het ga opschrijven, lukt dat niet.’ Ook dat zeggen veel cursisten. Als je schrijft, moet je preciezer zijn in je woordkeus en zinsbouw dan wanneer je spreekt. Het is niet: ene oor in, andere oor uit, maar zwart op wit en voor de eeuwigheid. Daarom kost schrijven per definitie tijd. Leg je daarbij neer. Maar laat je er ook niet door van de wijs brengen. Als je vertelt, weet je hoe je moet beginnen, wat je daarna moet zeggen en hoe je je verhaal afrondt. Schrijvend is dat niet anders. Met een beetje zelfvertrouwen doe je op schrift precies hetzelfde.

Schrijf zoals je het zegt

vertel het aan de buurvrouw

De klacht hierboven (‘Ik kan het niet op papier krijgen’) komt vaak voort uit het misplaatste idee dat schriftelijke taal chiquer en formeler moet zijn dan gesproken taal. Ik herhaal het nog maar eens: dat klopt niet. Schrijf in gewonemensentaal. Deftige, formele, ouderwetse woorden, weg ermee! Schrijf zoals je het aan de buurvrouw, je collega of desnoods je nichtje van 16 vertelt. Je bent net zo geloofwaardig – misschien geloofwaardiger – als je schrijft in eenvoudige taal. En: mensen onthouden je verhaal beter.

Schrijf lekker door

Oordeel niet meteen. Je kent ze wel, of misschien bén je zo iemand: een zin opschrijven en die meteen weer wegdoen. Hou jezelf in en laat alles staan. Schrijf lekker door en begin pas met weggooien of herschrijven als het hele stuk klaar is. Wees niet bang om fouten te maken. Zo’n zin waar je niet tevreden over was, helpt je misschien wel op weg naar een andere zin die je totaal van je sokken blaast.

Onderscheid jezelf

Saaie stukken zijn er al genoeg. Zorg dat dat van jou eruit springt. Zoek naar contrasten, vergroot uit, overdrijf. Verkondig je mening onverbloemd en nuanceer met mate. Lok discussie uit.

Omarm kritiek

Laat je stuk lezen door een kritische collega. Vraag om gerichte feedback, bijvoorbeeld: “Kijk eens of de volgorde klopt? Sla ik geen stappen over? Staan er dingen dubbel in?” Of : “Let vooral op de stijl. Is die niet te formeel of te los? Past die bij de doelgroep en het stuk?” Voel je vervolgens niet persoonlijk aangevallen door kritische kanttekeningen en doe er je voordeel mee. Carola heeft ook naar mijn tekst gekeken en je wil niet weten hoe ze er in huisgehouden heeft. Au! Maar het is er wel beter van geworden.

Woordspelregels

Door Maria Neele in de categorie Steentje in je schoen op 29 november 2012
Tags: ,

‘En ze scheiden nog lang en gelukkig’ roept een billboard van ABN AMRO mij toe. De copywriter heeft succes, want ik zit meteen rechtop. Omdat het een gekke woordspeling is, maar vooral omdat het irriteert. Mijn eerste reactie: dat is fout. Er ontbreekt een D in scheiden. Als je een spreekwoord gebruikt dat in zijn oorspronkelijke vorm in de verleden tijd stond, zet je het in de getweakte versie ook in de verleden tijd – vindt ook Schrijverdezes. Behalve als het een specifieke betekenis heeft, en die kan ik hier niet direct aan ontdekken.

ABN AMRO: En ze scheiden nog lang en gelukkig

Jeuk
Toch is die kwestie met die D nog tot daaraan toe. Er is iets met dit billboard dat meer jeuk veroorzaakt. ‘En ze scheiden nog lang en gelukkig’. Wat betekent die boodschap? Lang scheiden lijkt me niet iets waar je blij van wordt. Je moet er niet aan denken. Hoe korter de scheiding duurt, hoe beter. En ‘gelukkig’ is een scheiding al helemaal niet. Mensen die op roze wolkjes door een scheiding dansen ben ik nog nooit tegengekomen. Sommigen worden ná de scheiding gelukkiger, dat wel, maar de periode zelf is voor iedereen een rottijd.

Analogie
Ook voor woordspelingen gelden spelregels. Ze moeten kloppen en dat doet die van ABN AMRO niet. De analogie ontbreekt. In het oorspronkelijke ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’ drukt het werkwoord een toestand uit die (lang en gelukkig) voortduurt. In de billboardslogan gaat het over het moment van scheiden, de handeling waarna er misschien weer lang en gelukkig verder geleefd kan worden.

Regel?
Getver. Alweer een regel. Moet je je daar ook weer aan houden? Nee, natuurlijk niet. Lap ‘m aan je naaldhakje of sneaker. Het heet niet voor niets woordspeling. Knutsel en experimenteer er lustig op los. Je ontdekt vanzelf wat werkt en wat niet. Al is het wel zonde als je er pas achter komt als-ie op honderden billboards in heel Nederland hangt.

Welke verrassende of irritante woordspeling is jou de laatste tijd opgevallen?

Eenvoud moet – SUCCES deel 1

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 2 november 2012
Tags: ,

Je gaat een tekst schrijven. Je weet waarover, waarom en voor wie. Kat in het bakkie. Maar nu: hoe krijg je voor elkaar dat je lezer de tekst begrijpt en onthoudt? Dat is simpel: door eenvoud.

Jip en Janneke: eenvoudig of simpel?

Jip en Janneke: eenvoudig of simpel?

Plakfactor

Eenvoud is de eerste van zes elementen uit het boek De Plakfactor van Chip en Dan Heath. Deze twee Amerikaanse broers hebben onderzocht hoe het komt dat sommige (soms onware) verhalen hardnekkig de ronde blijven doen terwijl andere (vaak waardevolle) ideeën maar nauwelijks voedingsbodem vinden. De beginletters van de zes factoren die daar een rol bij spelen vormen het woord SUCCES. Niet helemaal toevallig…

De zes factoren zijn Simple, Unexpected, Concrete, Credible, Emotional en Stories. Ze zorgen ervoor dat verhalen je bij de kladden grijpen en blijven plakken in je geheugen. Hoe meer van die elementen een tekst bevat, hoe groter de kans dat het verhaal aanslaat en blijft hangen. Eén element moet er altijd in: Simple.

Tot de kern
Simple betekent eenvoudig en dat is niet hetzelfde als simpel of kort. Integendeel, en dat bewijzen de Heath brothers, je kunt een heel boek schrijven dat boeit en beklijft, als je je maar niet laat afleiden van waar het om gaat. Of het nou een artikel wordt, een tweet of een webtekst, alles wat je opschrijft moet samenhangen met de kern van het verhaal. Ertoe bijdragen dat de boodschap blijft hangen.

Daarom zul je, voordat je gaat schrijven, heel precies moeten weten wat die boodschap is. Tot de essentie komen. Dat betekent hard nadenken en niet te gauw tevreden zijn met het resultaat. Alle kennis die je hebt over een onderwerp kan je daarbij goed dwarszitten. Jij kent alle details, de samenhang, de nuances, de valkuilen. Er is durf voor nodig om die weg te laten en te besluiten wat écht van belang is voor je lezer.

En dan?
De kern opzoeken is de basis, maar op zichzelf niet genoeg om een goed verhaal te schrijven. Daar heb je andere elementen van de succesformule voor nodig. Geef het verhaal spanning, breng er gevoel in, beschrijf feiten.

Hoe je dat doet? Daarover gaan de volgende afleveringen van deze serie.

Associëren: inspiratie op commando

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 12 oktober 2011
Tags: ,
Kiezels

Kiezel is een metafoor

In mijn vorige blogpost vergeleek ik tekst inkorten met de snoeischaar hanteren. De tuinman in het blog geeft je automatisch de associatie met ambachtelijk handwerk, die ik de blog wilde meegeven. Schrijven is noeste arbeid – dat idee. Het mooie van een metafoor is dus niet niet alleen dat je er abstracte of complexe begrippen concreet en begrijpelijk mee maakt, je roept er ook de hele wereld* achter die beeldspraak mee tot leven.

Metaforen die je inspireren

De metafoor is een vorm van beeldspraak, waarin je het een vergelijkt met het ander zonder dat je een woordje als als gebruikt. Dat kan op woordniveau (iemand een spiegel* voorhouden, een stormachtige* relatie). Voor de lol heb ik bij al die mini-metaforen in dit artikel een sterretje geplaatst. Op verhaalniveau komen metaforen natuurlijk ook veel voor. Een roman of film over een kind dat symbool staat voor de staat van de wereld, of voor ouderliefde in het algemeen – ik verzin maar iets.

Voor schrijvers is een goede metafoor een bron* van inspiratie. Snoeien deed mij denken aan het ultieme snoeien van de bonsaikweker. Dat was gefundenes fressen* natuurlijk: de bonsai-meester laat een boom (tekst) niet groot worden. Als ik verder zou willen gaan met het onderwerp, dan was die tuiniermetafoor nog lang niet uitgeput* (uitgeput – ook al een tuiniermetafoor). Mesten, poten, zaaien, de seizoenen, oogsten, groeizaam weer – elk woord roept een wereld* aan associaties op waarmee ik het hele Kiezelblog tot de nok* zou kunnen vullen.

Associëren, hoe doe je dat?

Als je lekker in je schrijversvel zit, vallen vergelijkingen je gewoon in. Dat is de kunst van het associëren. Maar hoe vind je de juiste metafoor als die niet vanzelf opborrelt*? Dan moet je het hebben van associëren als kunde.

Kietelen of afdwingen

Je kunt je creativiteit kietelen* door een mindmap te tekenen, een brainstorm te organiseren of door erover te mediteren. Best lastig allemaal, om verschillende redenen. Tot verrassing van veel mensen kun je creativiteit ook afdwingen. Daar ken ik twee methodes voor die ik je nu aan de hand ga doen. Ik heb ze veel gebruikt toen ik mensen leerde hoe je een personeelsadvertentie schrijft. De spin in het web, de duizendpoot en andere insecten… uitgekauwde* beelden.

De gedwongen metafoor

Je hebt een onderwerp waarover je wilt schrijven, een product, een dienst, een functie… Vervolgens pik je een voorwerp uit de ruimte waar je bent (de plant, een koffiekop, een schilderij, de blocnote) en je draagt jezelf op om minstens twintig overeenkomsten te vinden tussen dat voorwerp en je onderwerp. Of pik blind* uit de krant of in een willekeurig boek een zin en neem de eerste de beste eigennaam of het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. Een slimme tussenstap is om op die manier eerst vijf begrippen te verzamelen en die te nemen die je het meest aanspreekt. Maar dwing jezelf wel om die twintig overeenkomsten te vinden. Als je net iets langer nadenkt, valt je misschien alsnog die ene associatie in waaraan je je verhaal kunt ophangen*.

De vrije metafoor

De vrije metafoor is minder vrij dan-ie heet. Stel je zelf de volgende vraag:

Als je onderwerp een *** was, wat voor (of welke) *** zou het dan zijn?

Op de plaats van de sterretjes vul je vervolgens in: een auto, een film, een land, een gerecht, een hond, een politicus, een muziekstijl, een drank, een tas, een kledingmerk, een woning, een … Zeg er meteen achteraan waarom. Op deze manier kwam KLM waarschijnlijk aan zijn zwaan, symbool voor vrijheid, vliegen en trouw. Ook zo dwing je jezelf om te associëren en beelden te bedenken die minder voor de hand* liggen.

Inspiratie nodig? Associëren? Gewoon de zweep* erover!

Lees ook: Grafisch associëren

PS: De begrippen gedwongen en vrije metafoor heb ik niet zelf verzonnen, maar ik kan niet meer achterhalen uit welk boek ik ze heb. Weet iemand dat? Ik geef graag credits waar credits are due.

Zakelijk, maar smakelijk

Door Irene de Vette in de categorie Gratis schrijftips op 18 maart 2011
Tags: , , , ,
De tekst moet zakelijk zijn, dus dan maken we ‘m ook meteen maar lekker saai. Die indruk krijg je als je langs websites van bedrijven surft. Een gortdroge brij waar je je als lezer bij de eerste alinea al in verslikt. Wil je schrijven over serieuze zaken? Dan mag je best wat kruiden en een beetje boter gebruiken. Van flauw en zoutloos loopt het water je niet in de mond.

Oeps, die uitdrukking mag eigenlijk niet. Water dat je in de mond loopt, vreselijk! Ik schrijf veel over eten en redigeer al een paar jaar recensies voor SpecialBite. Die recensies worden geschreven door mensen die op de eerste plaats eetgek zijn en lang niet altijd professioneel schrijver. Fijnproeven staat niet gelijk aan fijn schrijven, heb ik gemerkt. Ik help ze op weg met een paar tips.

• Laat zien, proeven, ruiken en voelen
Maak je tekst concreet. Ofwel: show, don’t tell. Dat is eigenlijk de basis van alle lekkere teksten. In een recensie over een restaurant in Twente las ik: Het maandelijks wisselende verrassingsmenu bestaat geheel uit dagverse, eerlijke en biologische producten, op ambachtelijke wijze klaargemaakt door de chef-kok. Een heleboel holle termen. Beschrijf een gerecht. Het mes glijdt door de lende van Saasvelds rund. Daarnaast vind ik op mijn bord zachtgegaard buikspek, zoetzure cherrytomaatjes en tot mijn verrassing krokant gebakken gamba’s. Je weet nu: de chef gebruikt lokaal vlees, kent klassieke bereidingen, maar is ook origineel.

Een ander voorbeeld: het interieur. ‘Stijlvol en klassiek’, of ‘echt van deze tijd’, daar heeft je lezer helemaal niets mee. ‘Spannende LED-verlichting dompelt de muren iedere tien minuten in een andere kleur’ (interieur is trendy), ‘Gebutste houten tafels geven je het gevoel dat je bij de chef thuis in de keuken zit’ (landelijk, huiselijk), ‘Zacht tapijt waar je stilettohakken helemaal in wegzakken’ (chic, klassiek). Je hoeft niet alles te benoemen: beschrijf een paar opvallende details die de zaak karakteriseren.

• Wees origineel

Je moest eens weten hoe vaak ik ‘culinaire hoogstandjes’, ‘verrukkelijke smaakexplosies’ of ‘echt smullen geblazen’ ben tegengekomen. Bleh. Als je de tekst concreet hebt gemaakt, ben je al een eind op weg om clichés uit je tekst te bannen, maar loop je tekst altijd nog eens na. Kan het origineler? Was de bediening langzaam? Zeg: ‘Er mag af en toe best een pepertje in.’ Het chocoladetoetje heerlijk? Schrijf dan: ‘De chocolate delight was een gulle toegift.’

Terug naar de zakelijke tekst
Nu denk je misschien: maar ik schrijf helemaal nooit over eten! Ik verkoop horren. Ik bezorg medicijnen via internet. Ik zit in verzekeringen. Verrassing: dat maakt helemaal niet uit. Laat je lezers altijd meeproeven. Beschrijf hoe zoemende muggen je slaap verstoren: dat gebeurt nooit meer met een hor! Beschrijf hoe makkelijk je medicijnen vanuit je luie stoel kan bestellen: nooit meer door weer en wind naar de apotheek! Beschrijf hoe je op reis in een onbewaakt ogenblik je tas kwijt kunt zijn: prettig dat je dan met een telefoontje alles regelt.

Details, details, details. Smakelijk lezen!

Durven en doen

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 10 maart 2010
Tags: , ,

schrijven en skiën: je moet het allebei durvenWat is de overeenkomst tussen lekker skiën en een goed stukje schrijven? Nee, dat zijn niet mijn gedachten terwijl ik Italiaanse pistes onveilig maak, maar terugkijkend op een geslaagde dag komt zoiets weleens bij me op. Dingen die je leuk vindt, hebben vaak veel met elkaar gemeen. En ja, skiën en schrijven, ik zal niet zeggen dat het mijn passies zijn – ik zou niet durven – maar ik doe het allebei graag.

Overeenkomst 1: weten waar je naar toe wilt. Nou is dat met skiën makkelijk: naar beneden. Maar op wat meer gedetailleerd niveau is het evengoed complex. Voortdurend beslis je: daar draaien, let op die andere skiër en houd die snowboarder in de gaten. Net als bij schrijven: overzicht en controle houden en tegelijk ontspannen.

Overeenkomst 2: durven. Vertrouwen op je techniek, en tegelijk de grenzen opzoeken. Dat maakt het spannend en dan blijf je leren. Iets nieuws proberen, tegen jezelf zeggen: je kan ‘t! En als je een keer een uitglijer maakt: dat hoort er ook bij. Wie nooit valt, skiet (of schrijft) onder zijn niveau.

Overeenkomst 3: beginnen is moeilijk. Bijvoorbeeld als je bovenaan een steile helling staat of een schoon, leeg document voor je hebt. Aarzeling. Je moet ergens overheen (zie overeenkomst 2) en als je eenmaal bent begonnen, volgt de rest meestal vanzelf.

Overeenkomst 4: oefenen. Beter worden gaat met vallen en opstaan (zie weer overeenkomst 2). En wat de ene keer met gemak lukt, gaat de volgende dag moeizaam. Weet dan: de volgende keer doe je hetzelfde weer fluitend. Kijk de kunst af bij anderen die het beter kunnen dan jij. En vervolgens meters maken: oefenen, oefenen, oefenen.

Van woorden omdraaien de volgorde. Goed idee?

Door Carola Janssen in de categorie De wenkbrauw op 31 januari 2010
Tags: , ,

“Meer minpunten dan verwacht bleek de oorspronkelijke praatpaal te hebben. De nieuwe kwam voort uit goed ordenen, van boven naar beneden: een reflecterende voet, een communicatiedoosje en geluidschelpen. De gebruiker kijkt, praat en luistert makkelijker. Opvallender en beter toegankelijk voor onderhoud is de paal. En zestig procent goedkoper.”

Gisteren was ik met vriendin en dochter naar de tentoonstelling Made in Holland in de Kunsthal. Een overzicht van een paar eeuwen uitvindingen en innovaties in Nederland. Van praatpaal tot klapschaats, van waterpomp tot paraplu. Mooie collectie, verrassende ontwerpen, prachtige documenten van eeuwen her. En verbijsterende onder- en bijschriften.

“In een netwerkmaatschappij wordt een auto iets anders. Hij ondersteunt communicatie en oogt benaderbaar, levendig en lekker. Tegelijk heeft hij een lage luchtweerstand, want dat spaart energie. Als een rots in een rivier is hij. Dat kan omdat hij wordt geproduceerd met de vormvrijheid van plastics. En die zijn nog te recyclen ook.”

Waar moet ik beginnen? Welke dwaas is door de Kunsthal ingehuurd om deze monstruositeiten te formuleren? Zou het iemand zijn met Engels als moedertaal? Rare woordvolgordes, foutieve samentrekkingen, bizarre overgangen, bevreemdende stijlbreuken. De schrijver heeft het Nederlands misschien opnieuw willen uitvinden, maar een innovatie kunnen we het niet noemen…

“Binnen bij de bank geeft achtergrondmuziek privacy. Muziek heeft tegelijk iets verkeerds. Maar geluid kun je ontwerpen. (…)”