De drie angsten van de expert

Door Carola Janssen in de categorie Losse kiezels op 21 maart 2013
Tags: , ,

Luister naar de audioversie:


Waarom experts bang zijn voor tekstschrijvers

Tekstschrijver Carola Janssen

De engste tekstschrijver van Kiezel

Inhoudelijk experts, technische mannen en vrouwen, wetenschappers. Ze lijken zo zeker van zichzelf, maar ze zijn bang. Ze zijn als de dood, en voor wie? Voor mij! Voor de afschrikwekkende tekstschrijver. Brrrr, een tekstschrijver! Zo’n commercieel type zonder verstand van zaken die alles in jip-en-janneketaal wil zeggen. En die moet over dit onderwerp gaan schrijven?!

De drie grote angsten van de expert en waarom ze ongegrond zijn.

Angst 1: De tekstschrijver heeft geen verstand van mijn onderwerp

Moet je als tekstschrijver verstand hebben van het onderwerp waarover je schrijft? Je moet op de eerste plaats verstand hebben van de lezer. Met de ogen van de toekomstige lezer naar het onderwerp kunnen kijken en dan de juiste vragen stellen. Als je die vragen en de antwoorden daarop paraat hebt én die antwoorden begrijpt, kun je een verhaal schrijven waardoor iedereen er verstand van krijgt. Veel verstand van een onderwerp is bij het schrijven vaak zelfs een sta-in-de-weg. Het wordt namelijk lastiger om je te verplaatsen in iemand die die kennis (nog) niet heeft.

Angst 2: De tekstschrijver heeft geen oog voor de nuances

Inhoudelijk experts zijn expert omdat ze alle ins en outs van hun onderwerp kennen. Het kleinste detail doet er toe, maakt verschil. Hoe kan een tekstschrijver een goed verhaal schrijven zonder al die details te kennen of te noemen? Dat is eenvoudig. Een goed verhaal is niet gebaat bij te veel detaillering. Een enkel detail verscherpt het perspectief, een teveel is vermoeiend.
Een tijdje terug kreeg ik een rondleiding door de machinekamers van de SS Rotterdam. Prachtig, indrukwekkend. Maar ook slaapverwekkend. Want de gids, oud-machinist, wist van geen ophouden. Hij wilde niet alleen vertellen hoe er tijdens een lange reis schoon drinkwater werd gemaakt , maar ook hoe er omgegaan werd met het grijze water en het zwarte water en waar het werd bewaard en waarom het werd bewaard en hoe en… Pfff. En we konden niet weg, we zaten onder in een boot! Lezers kunnen altijd weg, onthoud dat.

Angst 3: De tekstschrijver gaat met mijn onderwerp aan de haal

Experts hebben zich misschien wel jaren gebogen over een onderwerp. En dan komt er een of andere tekstschrijver of communicatieadviseur en die zou dan weten hoe je het onderwerp over het voetlicht brengt! Die van iets onbenulligs zegt: o, maar dit is interessant! Dit gaan we in de inleiding zetten. Of die, God verhoede, de hele conclusie in de inleiding wil weggeven! De angst ontstaat omdat de tekstschrijver een ander doel heeft met een tekst dan de expert. De expert is gewend om verhalen op een bepaalde manier te vertellen. Een tekstschrijver wordt ingehuurd omdat er een boodschap overgebracht moet worden. Het doel is zelden: de kennis van de lezer op hetzelfde niveau brengen als dat van de expert…

Wees maar niet bang

Als tekstschrijver zijn we een groot deel van de tijd bezig om deze angsten te bezweren. Nee, we weten niet alles van een onderwerp, maar we weten wel veel van de lezer. En we willen genoeg weten om zijn vragen te beantwoorden. We helpen kiezen welke details nodig zijn om het verhaal te begrijpen, en welke nodig zijn om het verhaal zo boeiend te maken dat de lezer erdoor gegrepen wordt en het tot het eind wil uitlezen. Jij blijft de expert en jij houdt de controle. Wees maar niet bang!


‘We en wij niet door elkaar’ (Schoolmeesterregel 2)

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 14 september 2012
Tags: ,

Luister naar de audio-versie:


Hé Kiezel, wij hebben een klacht. Jullie gebruiken je en jij door elkaar in die webteksten van jullie. Er staat ook zowel we als wij, ze én zij. Corrigeer dat even.

Nee, dat doen we niet.

Je en jij, we en wij. Je mag ze best door elkaar gebruiken. Hoeveel mensen op de basisschool ook geleerd hebben dat dat niet hoort. En als we in het ene geval voor jij kiezen en in diezelfde zin nog een keer je gebruiken, dan heeft dat een reden.

Lees dit eens hardop voor:

  • Ik zoek jou.
  • Ik zoek je.
  • Zij bellen een communicatiebureau.
  • Ze bellen een communicatiebureau.

Hoor je het verschil tussen jou en je, zij en ze? Natuurlijk. Jou en zij hebben nadruk. Ze gaan specifiek over jou, over hun hen. Je en ze zijn veel minder nadrukkelijk. Nog afgezien van het feit dat je ook een minder formeel men is. Maar er is nog een verschil. Met je, we en ze verschuift de nadruk van de persoon naar het werkwoord, dé plek voor actie in een zin. Soms wil je het ene, soms het andere. (Stel dat ik hier had geschreven, soms wil jij het ene, soms het andere?)

Kortom: weg met die schoolmeesterregel. Schrijf met effectbejag en gebruik wat je (en jij ook) daarvoor nodig hebt.

Reken, als je toch bezig bent, meteen af met  Schoolmeesterregel 1: een aantal mensen lopen mag niet.

Over ons – vier tips

Door Carola Janssen in de categorie Internetmarketing op 10 april 2012
Tags: , , ,
Blije Aziaten stralen uit waar Cisco voor staat

Beeldbron: www.cisco.com

Over ons. Niks zo lastig als over jezelf schrijven. Want wat schrijf je op die pagina? Ga je jezelf de hemel in prijzen? Vertel je wat je resultaten zijn – zoals copywriters je altijd aanraden? Vertel je wie je bent, wat je drijft? Sinds wanneer je bedrijf bestaat en hoeveel mensen er werken? En waar zet je al die informatie?

Omschrijving Toen ik vandaag voor een artikel op zoek ging naar wat Cisco nu eigenlijk precies doet, wist ik wat ik zocht: een omschrijving van hun activiteiten. Die verwachtte ik in de vorm van een tagline op de homepage. Een tagline is namelijk een omschrijving van wat je doet. Kort en bondig, niet meer en niet minder. CreateSend: digitale nieuwbrieven versturen zonder omkijken. Zoiets.

Wat doet Cisco? Als je op de homepage van Cisco kijkt, zie je blije Aziaten met mobieltjes en tablets. Je ziet scorende basketballers. Maar wat, o wat doet Cisco? Dan maar op zoek naar de pagina Over ons. Die verwacht ik bovenin, want dat is de internetconventie: de link naar Over ons staat rechts bovenin. Maar niet bij Cisco, die heeft onderin About Cisco. Een klik daar helpt je niet verder. Wat contactinfo en heel veel links. Onder Facts and Information vind ik dan gelukkig de Company Overview. Maar eh….

At Cisco (NASDAQ: CSCO) customers come first and an integral part of our DNA is creating long-lasting customer partnerships and working with them to identify their needs and provide solutions that support their success. The concept of solutions being driven to address specific customer challenges has been with Cisco since its inception.

Wat doet Cisco? Nog steeds geen idee. Door naar de Nederlandse Over-onspagina. Helpt niet. Doorklikken naar Overzicht van het bedrijf? Foutmelding. Pas als ik in het linkermenu klik op Cisco Nederland krijg ik een beetje info. Nou ja een beetje… 1500 woorden info. In lettertjes die ik tien jaar geleden nog goed kon lezen…

Genoeg gebasht. Hoe moet het wel?

  1. Zorg dat op elke pagina van je website staat wat je doet. Als je naam dat al voldoende uitdrukt – zo veel te beter. Anders: gebruik een tagline.
  2. Zorg voor een goed vindbare Over ons. Rechtsboven. Punt.
  3. Beschrijf ook daar op de eerste plaats wat je doet. De resultaten daarvan mogen erbij. Maar vooral: wat.
  4. Neem daarna de ruimte om te vertellen wat je nog meer kwijt wilt. Hoe je het doet, sinds wanneer, met wie… Maar hou je in. 1500 woorden. Tsss – zoveel wil niemand van je weten.

Kort en bondig of lang en lekker?

Door Maria Neele in de categorie Internetmarketing op 2 september 2011
Tags: , , , , ,

Zo’n beetje een week geleden begon ik met een blog over lange teksten. De aanleiding: een blogpost van Copyblogger over long copy. Daarover straks meer.

De blog werd geïllustreerd met een voorbeeld van Highrise van 37signals, een fijn online programma waarin we contacten, notities, leads en deals bijhouden.

Een verrassende A/B-test had uitgewezen dat een zeven keer zo lange tekst maar liefst 37,5 procent meer inschrijvingen opleverde dan de eerdere korte tekst. Dat was op z’n minst opmerkelijk. Kort en bondig, hét recept voor een goede webtekst, gaat niet altijd op, leek dit aan te tonen. Ik las verder, klikte links in de blogs aan verdiepte me in long copy.

Wanneer is lang beter?

Volgens Brian Clark van Copyblogger is lang beter dan kort bij:

  • dure producten en diensten;
  • online cursussen of informatie waarvoor mensen moeten betalen;
  • producten met veel kenmerken die je stuk voor stuk wilt beschrijven;
  • innovatieve producten en diensten waarbij je alles uit de kast moet halen om mensen te overtuigen van alle mogelijke voordelen.
  • In feite alle online verkoop – alles wat je niet kunt zien, beetpakken, proberen. Je hebt woorden nodig om mensen over de streep te trekken.

Scanners, springers en woordenvreters

Verder lezend in lange, lange teksten kwam ik op uitspraken van de Amerikaanse copywriter Jeremy Reeves. Hij nuanceert de aanname dat mensen op internet uitsluitend scannen en onderscheidt drie soorten lezers: scanners, springers en woordenvreters.

De scanners, nou ja, die scannen. Ze beslissen razendsnel: ja of nee. De springers blijven hangen bij de stukjes die hen interesseren en lezen die helemaal. De woordenvreters zijn langzame beslissers. Twijfelaars die je met iedere zin een beetje meer overtuigt. Totdat ze uiteindelijk onderaan op de knop ‘download’, ‘inschrijven’ of ‘in winkelwagentje’ klikken.

Fris, afwisselend en luchtig

Die drie soorten lezers, die ken ik. Die ben ik! Soms scan ik, soms spring ik en soms eet ik alle woorden op, het ligt eraan. In dit geval heb ik heel wat letters tot me genomen, bijvoorbeeld.

37signals houdt terdege rekening met al die scannende, springende en lezende types. Ook de lange tekst uit de A/B-test blijft fris, afwisselend en luchtig. Met plaatjes, bullets, pijlen, tekstballonnetjes en persoonlijke uitspraken. Hink-stap-sprong naar de call-to-action.

Maar toen…

De test van 37signalsBij Highrise bleven ze testen. Uiteindelijk met een heel andere aanpak: mensen in beeld. Vriendelijk kijkende echte klanten, geen fotomodellen. Korte tekst erbij, testimonials ernaast. En toen steeg het aantal inschrijvingen ineens met meer dan 100 procent ten opzichte van de eerste versie! Weg theorie over long copy, want met een toevoeging van meer tekst zakte het inschrijfresultaat weer met bijna 23 procent. Daar ging mijn blog… Korte tekst bleek uiteindelijk nóg beter te werken dan lange.

Wat is jouw ervaring? Heb jij voordat je online iets duurs koopt veel informatie nodig om te beslissen? Wat vind jij van de tests van 37signals?

Lees mij, geloof mij

Door Carola Janssen in de categorie Internetmarketing op 18 februari 2011
Tags: , ,
Fijne stockfoto

Lees mij, geloof mij

Lees dit artikel en word rijk, gelukkig, gezond en aantrekkelijk. Ik heb er een foto met mensen bij gezet, want dan blijf je langer op deze pagina, zo is onderzocht. En de kans dat je dit daadwerkelijk leest is groter als de blik richting tekst staat. Daarom staat deze fantastische stockfoto rechts. Slim hè?

Geloof

Maar geloof je nu ook dat je rijk, gelukkig, gezond en aantrekkelijk wordt? Bij Gerry McGovern las ik dat juist die foto ervoor zorgt dat je minder geneigd bent mijn verhaal te accepteren. Dat was althans de conclusie van Fidelity Investments, een investeringsmaatschappij die dat heeft onderzocht. In een a/b-test maakten ze twee pagina’s aan met de volgende (door mij vrij vertaalde) tekst:

Wist je dit al? Verhoog je pensioenbijdrage van 5% naar 7% en je werkgever geeft je datzelfde.

In het ene geval zetten de onderzoekers de welbekende lachende dame naast de tekst, in het andere plaatsten ze de tekst zonder illustratie. Met het plaatje keken de mensen zoals verwacht langer naar de pagina en dacht 80 procent dat de bewering klopte. Zonder plaatje nam maar liefst 90 procent van de deelnemers de tekst voor waar aan.

Roze velletjes

De onderzoekers keken ook naar hoe makkelijk een taak werd uitgevoerd of hoe makkelijk mensen informatie konden vinden. In beide gevallen ging dat beter zonder gezichten. En nu denk je misschien dat dat ligt aan die malle stockfoto’s van overdreven blije mensen met pukkelloze, roze velletjes en gephotoshopte lichtjes in de ogen. Dat blijkt niet het geval, zo zagen de onderzoekers aan de pagina’s over de financieel adviseurs van de firma. Hoewel ook op die pagina’s de klanten langer keken naar de tekst als er een portret bij stond (een echt portret van de echte expert), hadden ze minder vertrouwen in de juistheid van de tekst.

Blikje

Het onderzoek klinkt niet zo uitgebreid, en het is gevaarlijk om er zo maar verregaande conclusies aan te verbinden. Het laat wel zien dat aandacht niet alles is en het goed is je twee keer achter de oren te krabben voor je een blikje lekkere wijven opentrekt om over je pagina’s te strooien. Overigens heb ik het onderzoek zelf niet teruggevonden op de site van Fidelity Investments. Maar omdat er geen foto van Gerry McGovern bij zijn eigen artikel stond, geloof ik hem wel. Geloof jij mij?



Meer over blije mensen en aandacht:

Tien valkuilvragen social media

Door Carola Janssen in de categorie Social media op 23 november 2010
Tags: , , ,

Afgelopen zaterdag liet ik een groepje van tien vrouwen proeven aan social media. Belangrijk onderwerp van gesprek was welke informatie je privé houdt en wat je aan de openbaarheid prijs geeft. Maar dat is niet het enige wat je je moet afvragen voor je iets post op Twitter, Facebook, LinkedIn of welk social medium dan ook. Tien valkuilvragen om bij de hand te houden.

1. Ben ik dit, is het waar, klopt het?
Er is één jij. Probeer je nergens anders voor te doen, want je valt onverbiddelijk door de mand. En sowieso: al is de leugen nog zo snel, internet achterhaalt ‘m wel.

2. Ga ik in gesprek of houd ik een monoloog?
Het woord social voor media betekent tweerichtingsverkeer. Reageer op anderen en wees minstens bereid om het te hebben over wat je post.

3. Wil ik dat iemand zoiets over mij zegt?
Kwestie van Twittiquette. Ga niet twoddelen!

4. Wat zegt dit over mij?
“Weer geen zin om te werken.”
“Zó, wat ben ik brak vandaag.”
“Wat een uilskuiken, die opdrachtgever van me.”
Mmm, met jou ga ik niet in zee.

5. Voegt het iets toe?
“I just ousted de mayor of friettent het Bintje.”
“In de auto naar kantoor.”
Wat, vraag jezelf dit af, wat heb ik, jouw volger, vriend, lezer, er in hemelsnaam aan om dat te weten?

6. Kan ik het leuker brengen?
Ik vind alles leuk om te weten als je het met humor brengt. Als je me verrast. Een glimlach is genoeg.

7. Hoe kom ik eraan, wie was mijn bron?
Ere wie ere toekomt. Tweet iemand over een interessante webpagina, toepassing, aanbieding? Retweet die in plaats van ‘m brengen alsof-ie van jezelf is. Link naar de bron.

8. Voor wie is dit interessant?
Kinderuitspraken kunnen op Twitter, op LinkedIn misstaan ze. Wil je juist iets aan kinderen kwijt, dan zoek ze op Hyves, niet op Facebook. Koppel al die accounts dus niet! Kies met zorg wat je waar post. Bijvoorbeeld met Tweetdeck.

9. Is het actueel?
Houd rekening met de snelheid van het platform waarop je je bericht plaatst. Twitter heeft een hoge omloopsnelheid, en is een nieuwtje al snel geen nieuwtje meer. Een statusupdate op LinkedIn wil je een paar dagen kunnen laten staan. Ook daarom: koppel je accounts niet.

10. Ik probeer toch niks te verkopen, hè?
Op LinkedIn verwachten mensen dat je jezelf verkoopt. Op Facebook, Twitter, en andere social media is dat veel minder voor de hand liggend. Een incidentele aanbieding is prima, zolang de basis maar sociale interactie is. Wat niet wil zeggen dat je geen werk krijgt uit social media, integendeel zelfs. Maar indirect.

Wat vraag jij je af voor je iets post?

Wil je ook proeven aan social media? Schrijf je in voor de Twitter Tryout.

Wat heeft spelling met schrijven te maken?

Door Carola Janssen in de categorie Losse kiezels op 13 augustus 2010
Tags: ,

De werkdagen op het Kiezelkantoor beginnen steevast met een rondje Beter Spellen. Elke dag beantwoorden Maria en ik vier spellingsvragen zoals deze:

Moderne auto’s hebben een …….. .

katalisator

catalisator

catalysator

katalysator

In grote steden is de lucht sterk ……..  door vrachtverkeer.

vervuilt

vervuild

Scoreverloop Carola

Een miezerige 91 procent

Slechter of beter?

In het scoreverloop van de afgelopen zes weken zie je terug welk percentage van de vragen je goed had. Dat kun je dan afzetten tegen de score van de gemiddelde deelnemer. En ja hoor, ik ben veel beter dan de gemiddelde deelnemer. Tot mijn grote frustratie ben ik ook véél slechter dan mijn compañera. Ik zit momenteel op een miezerige 91 procent, Maria meestal op rond de 98 procent. Is Maria daarmee een betere schrijver? Gelukkig niet.

Onnavolgbaar

Je wordt al snel minder serieus genomen als je spelfouten maakt. Mensen zien je als dom. Dat is volslagen onterecht natuurlijk. Veel spellingregels zijn onnavolgbaar, niet uit te leggen en aanleiding tot oeverloze discussies. Toch hoor je van mij geen pleidooi om maar raak te spellen. Als je niet (op een bepaald niveau) kunt spellen begrijpen je lezers je niet of doen ze er veel langer over om je  te begrijpen. In die zin is Maria wel een betere schrijver dan ik. Ze is ook geweldig in zinsontleding. Ze kan me altijd precies vertellen waarom een snelle samenvoeging die ik heb gemaakt, fout is. Die grammaticale kennis is ook hard nodig bij het spellen, zeker bij die van de werkwoorden.

Woordbeeld

En al zijn veel spellingsregels vaak niet uit te leggen, mensen wennen aan een bepaald woordbeeld. Nou ja, afgezien van draken als geüpload of gedeletet dan. En omdat mensen eraan wennen en tekst sneller begrijpen als dat woordbeeld geen vragen oproept, moeten we ons wel aan die regels houden. Er zit dus (in ieder geval voor mij) niks anders op dan ze maar uit het hoofd te leren en de spellingchecker zorgvuldig te gebruiken. En natuurlijk alles wat ik schrijf eerst door Maria te laten lezen. Zal blij zijn als ze terug is van vakantie.

O ja, de oplossing….
˙uǝqqǝɥ pɹooʍʇuɐ ǝpǝǝʍʇ ʇǝɥ ʞoo ǝɾ ʇǝoɯ ǝpǝǝʍʇ ǝp ɾıq uǝ ‘ƃɐɐɹʌ ǝʇsɹǝǝ ǝp ɾıq ʇɔǝɹɹoɔ sı pɹooʍʇuɐ ǝpɹǝıʌ ʇǝɥ

Jargon en beleidstaal. 3 tips om ermee af te rekenen

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 19 juni 2010
Tags: , ,

LectuurGrondrechten waarborgen bij uitstek de menselijke autono­mie en de ontplooi­ing van de individuele persoonlijk­heid.

Ik zeg het dagelijks tegen de buurvrouw. Jij ook? En wat vind je van deze zinnen over marktwerking?

Het gaat namelijk niet simpel om de keuze overheid of markt bij het organiseren van de publieke diensten. Het gaat veel meer om een afweging van de effecten op de maatschappelijke welvaart en publieke belangen, waaronder werknemersbelangen.

Ben je er nog? Knipper even met je ogen, knijp jezelf in je arm.

Jargon. Goed of fout?

Jargon zijn alle begrippen waar je uitleg bij nodig hebt om de tekst te begrijpen. Jargon is dus niet per definitie fout. In gesprekken tussen collega’s scheelt jargon veel tijd, er schuilt dan weinig kwaad in. Behalve als je ook buiten je eigen kringetje verwacht dat iedereen weet waar je het over hebt.

Nog erger: beleidstaal

Beleidstaal is veel erger. Dat is taal die niet alleen krom staat van alle jargon maar bovendien zinnen bevat die zo ingewikkeld zijn dat je ze drie keer moet lezen om te begrijpen wat er staat (en dat heeft dus niet te maken met de lengte van de zin). Echt hardcore beleidstaal is dan ook nog eens zo genuanceerd dat je erbij in slaap valt. Het-kan-vriezen-het-kan-dooientekst. Misschien-wellicht-eventueelstukken. Je weet wel, zoals in de voorbeelden.

Afrekenen graag

Toch vonden de deelnemers aan onze training speech-schrijven deze zinnen heel normaal. Ze zagen het niet meer, want ze werken er dagelijks mee. Ze laten dagelijks zulke monsters uit hun tekstverwerkers glijden. Zo gaat dat als je lang voor dezelfde werkgever of in dezelfde branche werkt. Hoe reken je ermee af?

Tip 1: Vertel je verhaal aan de buurvrouw

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn

en door de letters heen van dit gedicht

kijken naar uw lezende gezicht

Dat dichtte Vroman ooit. Tekst wordt bloedeloos als je niet een mens van vlees en bloed voor je hebt om het verhaal aan te vertellen. Ik zie jou nu voor me, ik kijk door het beeldscherm heen naar je lezende gezicht.

Tip 2: Zeg wat je wil zeggen

Wat wil je nu eigenlijk zeggen? Wat bedoel je? Wat wil je van me? Maak expliciet wat je met alle woorden probeert duidelijk te maken. Wat betekent elk woord voor jou? Is dat hetzelfde als wat het voor mij wil zeggen? Zitten er holle woorden bij zonder betekenis? Stel jezelf deze vragen en geef antwoord. En doe iets met de antwoorden, natuurlijk. Soms krijg je met het antwoord per direct een betere, jargonvrije tekst retour.

Tip 3: Wees stoer, durf iets te beweren

Zet je benen stevig op de grond, je armen in je zij en roep het maar gewoon hard tegen de wereld. Zeker in de eerste versie van je tekst. Nuance is kruiderij, die voeg je aan het eind nog toe.

Toekomsttip: Gebruik TermTreffer

Volgend jaar komt TermTreffer op de markt, software waarmee je jargon uit je teksten kunt halen en waarmee organisaties hun medewerkers van kant-en-klare definities of synoniemen voorzien. Dat las ik net bij KennisLink. Dat lijkt me ideaal voor mijn deelnemers van gisteren. In één keer met een druk op de knop de oogkleppen kwijt. Tot die tijd, de Kiezel schrijftips.


Geprikkeld? Lees ook deze blog:

Schrijven met emotie

Door Carola Janssen in de categorie Losse kiezels op 25 mei 2010
Tags: ,

Huilende vrouw - via Flickr CommonsIs mondeling communiceren beter, makkelijker, effectiever dan schriftelijk communiceren? En zeker als het gaat om emoties. Kun je die wel echt overbrengen via geschreven tekst?

Die vraag kreeg ik vandaag van één van de deelnemers aan onze blogworkshop afgelopen donderdag. Hij liep ertegenaan dat emoties zo lastig over te brengen zijn op papier (of dat nou virtueel papier is of niet).

Communicatierangorde

J. schreef: “In mondelinge communicatie kun je de emoties gewoon overbrengen, met je gezichtsuitdrukking, intonatie en lichaamstaal.” In zijn mail komt hij tot de volgende rangorde als het gaat over communicatie en emotie:

  • Mondelinge 1-op-1 communicatie
  • Telefoneren
  • Schrijven (bloggen)
  • Sms’en

Sms’en beschrijft hij als heel kort en bondig je boodschap overbrengen, “dus bijna emotieloos…”.

Feedback

Maar wie heeft nooit een sms’je gehad dat ontroerde, boos maakte of verraste? J’s hiërarchische indeling klopt dan ook niet. Ja, het is waar dat je in een gesprek makkelijker emoties overbrengt. Omdat de luisteraar je stimuleert door vragen te stellen, omdat je directe feedback krijgt (in woord en beeld) op wat je te berde brengt. Maar als je je oefent in schrijven kun je daarmee alle emoties (maar ook ideeën, plannen, overwegingen, strategieën) doelgericht en direct overbrengen.

In je hoofd

Als je schrijft kom je direct in iemands hoofd. Ik zit nu pontificaal in jouw hoofd. Je wordt niet afgeleid door mijn blote zomerjurk, je ruikt niet dat ik al te lang in een te warm kantoor hard aan het werk was, je vraagt je niet af of ik met die zachte g wel een echte Rotterdammer ben. Ik zit nu in jouw hoofd en fluister rechtstreeks je gedachten in. En als ik zou willen, je hart in. Maar het gaat me er nu niet om je te emotioneren.

Emoties kun je altijd kwijt

Welke vorm van communicatie je kiest hangt af van je vaardigheden, de gelegenheid, het onderwerp, je doelgroep. Maar emoties kun je altijd kwijt. Of het nu in een gesprek is of via het kortste sms’je.



Wil je ook je emoties overdragen in pakkende blogs? Schrijf je in voor de Powerworkshop Bloggen.

Positivo

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 30 maart 2010
Tags: , , ,

Ik lees op de winkeldeur: ‘Vandaag gesloten vanaf 12 uur’. ‘Geopend tot 12 uur’ kan toch ook?

In een stappenplan: ‘Zorg dat er geen obstakels in de weg staan’. Schrijf liever: ‘Zorg voor een vrije doorgang’.

In een brief, hoe klantgericht (NOT!): ‘Pas als wij uw volledig ingevulde en ondertekende aanvraag hebben ontvangen…’ Ik word blijer van: ‘Zodra wij uw aanvraag hebben ontvangen…’

Oog voor afwijking

Hoe komt het toch dat we geneigd zijn om het negatieve te benadrukken? De verklaring is simpel. Ons brein heeft meer oog voor de afwijking dan voor het normale. Vanuit evolutionair standpunt handig en logisch, want iedere afwijking betekent: even opletten!

Resultaatpositief    schrijven heeft niets te maken met een roze bril

Maar nu de lezer. Je lezer is de klant van je boodschap. Je wilt dat hij je informatie of je standpunt accepteert. Handig om hem dan in een positieve stemming te brengen. Dragen woorden als gesloten, obstakels, pas als daartoe bij? Neu, ik denk ’t niet. Leer het van rasechte verkopers: houd de klant het resultaat voor. In dit geval: Geopend, vrije doorgang en zodra.


Neem een ander standpunt in

Positief schrijven heeft niets te maken met halfvolle of halflege glazen. Eerder met klant- en lezergericht communiceren. Er is net iets meer moeite voor nodig: neem letterlijk een ander standpunt in dan het voor de hand liggende.

Positief schrijven went snel. Als je de truc eenmaal door hebt, is het een eitje. En je wordt er blij van. Nu zet ik mijn roze bril op.