Zakelijk, maar smakelijk

Door Irene de Vette in de categorie Gratis schrijftips op 18 maart 2011
Tags: , , , ,
De tekst moet zakelijk zijn, dus dan maken we ‘m ook meteen maar lekker saai. Die indruk krijg je als je langs websites van bedrijven surft. Een gortdroge brij waar je je als lezer bij de eerste alinea al in verslikt. Wil je schrijven over serieuze zaken? Dan mag je best wat kruiden en een beetje boter gebruiken. Van flauw en zoutloos loopt het water je niet in de mond.

Oeps, die uitdrukking mag eigenlijk niet. Water dat je in de mond loopt, vreselijk! Ik schrijf veel over eten en redigeer al een paar jaar recensies voor SpecialBite. Die recensies worden geschreven door mensen die op de eerste plaats eetgek zijn en lang niet altijd professioneel schrijver. Fijnproeven staat niet gelijk aan fijn schrijven, heb ik gemerkt. Ik help ze op weg met een paar tips.

• Laat zien, proeven, ruiken en voelen
Maak je tekst concreet. Ofwel: show, don’t tell. Dat is eigenlijk de basis van alle lekkere teksten. In een recensie over een restaurant in Twente las ik: Het maandelijks wisselende verrassingsmenu bestaat geheel uit dagverse, eerlijke en biologische producten, op ambachtelijke wijze klaargemaakt door de chef-kok. Een heleboel holle termen. Beschrijf een gerecht. Het mes glijdt door de lende van Saasvelds rund. Daarnaast vind ik op mijn bord zachtgegaard buikspek, zoetzure cherrytomaatjes en tot mijn verrassing krokant gebakken gamba’s. Je weet nu: de chef gebruikt lokaal vlees, kent klassieke bereidingen, maar is ook origineel.

Een ander voorbeeld: het interieur. ‘Stijlvol en klassiek’, of ‘echt van deze tijd’, daar heeft je lezer helemaal niets mee. ‘Spannende LED-verlichting dompelt de muren iedere tien minuten in een andere kleur’ (interieur is trendy), ‘Gebutste houten tafels geven je het gevoel dat je bij de chef thuis in de keuken zit’ (landelijk, huiselijk), ‘Zacht tapijt waar je stilettohakken helemaal in wegzakken’ (chic, klassiek). Je hoeft niet alles te benoemen: beschrijf een paar opvallende details die de zaak karakteriseren.

• Wees origineel

Je moest eens weten hoe vaak ik ‘culinaire hoogstandjes’, ‘verrukkelijke smaakexplosies’ of ‘echt smullen geblazen’ ben tegengekomen. Bleh. Als je de tekst concreet hebt gemaakt, ben je al een eind op weg om clichés uit je tekst te bannen, maar loop je tekst altijd nog eens na. Kan het origineler? Was de bediening langzaam? Zeg: ‘Er mag af en toe best een pepertje in.’ Het chocoladetoetje heerlijk? Schrijf dan: ‘De chocolate delight was een gulle toegift.’

Terug naar de zakelijke tekst
Nu denk je misschien: maar ik schrijf helemaal nooit over eten! Ik verkoop horren. Ik bezorg medicijnen via internet. Ik zit in verzekeringen. Verrassing: dat maakt helemaal niet uit. Laat je lezers altijd meeproeven. Beschrijf hoe zoemende muggen je slaap verstoren: dat gebeurt nooit meer met een hor! Beschrijf hoe makkelijk je medicijnen vanuit je luie stoel kan bestellen: nooit meer door weer en wind naar de apotheek! Beschrijf hoe je op reis in een onbewaakt ogenblik je tas kwijt kunt zijn: prettig dat je dan met een telefoontje alles regelt.

Details, details, details. Smakelijk lezen!

Van – over – voor – met – tot; vijf tips tegen voorzetseldiarree

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 8 december 2010
Tags: , ,
  • Bij zorgorganisaties ontbreekt het vaak aan kennis over de behoefte van ouderen aan zorg voor het mentaal welbevinden.
  • De juiste aanpak bij de ondersteuning van vrijwilligers bij het omgaan met probleemjongeren hangt samen met de visie van de organisatie.
  • Dit zorgt voor het openen van de ogen voor het belang van samen sporten.

Need I say more? Voorzetseldiarree (ook wel bekend als voorzetselconstructies), weg ermee!

Mmm, misschien toch even toelichten. Voorzetsels zijn de voegen tussen de stenen. Je metselt er zo een fijn woordmuurtje mee. Maar te veel voegsel maakt je bouwwerk instabiel. Het wordt angstaanjagend. Ik griezel van deze voorzetselzinnen. Wat kun je er aan doen? Vijf tips.

    1.    Haal de naamwoordstijl eruit. Dat scheelt een slok op een borrel. De ondersteuning van vrijwilligers wordt dan bijvoorbeeld: vrijwilligers ondersteunen.
    2.    Koppel woorden aan elkaar. Invulling van de zorg is hetzelfde als zorginvulling. Dat is fijn van het Nederlands, dat dat kan.
    3.    Gooi de volgorde van de zin om. In dit soort zinnen blijkt het belangrijkste vaak achteraan te staan.
    4.    Herschrijf radicaal.
    5.    Durf die laatste voorzetsels te laten staan.

Dit levert het op:

  • Ouderen hebben specifieke zorg nodig voor hun mentaal welbevinden. Zorgorganisaties hebben daarover vaak onvoldoende kennis in huis.
  • De visie van de organisatie bepaalt hoe je vrijwilligers ondersteunt die te maken krijgen met probleemjongeren.
  • Dit laat zien hoe belangrijk het is om samen te sporten.

Toegegeven, sommige keuzes die we hier gemaakt hebben zijn discutabel. Voor jouw voorstel tot verbetering van de voorbeeldzinnen staat hieronder het reactieveld open.


Willen jij en je collega’s van voorzetseldiarree af? Kiezel Communicatie organiseert maatwerktrainingen voor bedrijven!

Belofte maakt schuld

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 30 november 2010
Tags: ,

Ik ga je in dit blogbericht wat vertellen over focus, de insteek van je verhaal. Over het feit dat je moet kiezen wat je gaat vertellen én de manier waarop je dat vertelt.

Pepernootdrolletjes

Nu ik dit eenmaal beloofd heb, zou het je vies tegenvallen als je een interview te lezen kreeg met een judoleraar. Een reisimpressie zou je in verwarring brengen. Een recept voor pepernootdrolletjes deed je de wenkbrauwen fronsen. Dat ligt allemaal voor de hand. Meestal ligt het wat subtieler. Ongemerkt zwalkt een verhaal alle kanten op. Wat begint als column, blijkt een interview te zijn. Bij een informatief stuk wordt plotseling om mijn mening gevraagd. En ik raak teleurgesteld, verward of geïrriteerd. Een verhaal heeft focus nodig en een duidelijke insteek.

Houvast

Misschien weet je voor je gaat schrijven in grote lijnen wat je wilt vertellen. Of wellicht staat het onderwerp je helder voor ogen. Of je weet voor welke gelegenheid je schrijft en wie je lezers zullen zijn. Je bent gevraagd om een column, een blogje of een voorwoord, dus de vorm ligt al min of meer vast. Het zijn allemaal elementen die jou als schrijver houvast geven. En in de eerste zin die je schrijft geef je die houvast door aan je lezer. Ik herken het onderwerp, ik merk of ik bij je doelgroep hoor, ik weet wat ik ongeveer kan verwachten. Als je een goede schrijver bent…

Alle ballen verzamelen

Als je een goede schrijver bent, jongleer je met alle ballen. Je kunt doen alsof je er een laat vallen, maar je vangt ‘m toch weer op. Je kunt ballen achter je rug om gooien of onder je been door. Je jongleert met drie ballen of met twintig- dat maakt niet uit. Je gaat in ieder geval niet opeens paarden dresseren. Of als al, dan jonglerend. :-) Ben je geen goede schrijver dan helpt het om heel helder het antwoord voor ogen te hebben van de vragen die ik hierboven stelde: wat wil je schrijven, voor wie en op welke manier? Jongleer (voor publiek) niet met meer ballen dan je aankunt. En onthoud: belofte maakt schuld.

Boeiend bloggen, hoe doe je dat? Leer het op onze Powerworkshop Bloggen.

Description tag: verborgen verleider

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips, Internetmarketing op 17 november 2010
Tags: , , , ,

Hij is vrijwel onzichtbaar, maar speelt wel degelijk een rol om je website te laten scoren: de meta description tag, of kortweg de description. Schrijf je een pittige tekst voor je homepage, maar vergeet je aandacht te besteden aan de title en de description? Dan mis je een kans van jewelste om de bezoeker te verleiden juist op jouw website terecht te komen.

Korte samenvatting

We gaven eerder al tien tips voor top titles, nu laten we je zien welke kracht de verborgen verleider meta description tag heeft. De description is een korte samenvatting van je webpagina, onzichtbaar voor de bezoeker van je site. Hij zit aan de achterkant, in de code verwerkt. Alleen zoekmachines als Google of Bing halen hem naar voren. Het is de zwarte tekst onder dat blauwe of paarse regeltje dat Google laat zien.

Geen description: een gemiste kans

Geen wervende tekst in de 'snippet' van Kinderdagverblijf Kiekeboe

Een blik in de code van de site van Kinderdagverblijf Kiekeboe: geen description te vinden. En zonder description kiest Google een willekeurig stukje tekst van de pagina. In dit geval: ‘welkom’. Dat doen de concurrenten beter…

De description van kinderdagverblijf Hoipipeloi

Dat doet kinderopvang Hoipipeloi, ook uit Oldenzaal, een stuk beter

Vijf tips voor meta descriptions die bezoekers trekken

  1. Schrijf een samenvatting waarin je belangrijke zoekwoorden verwerkt
  2. Maak de tekst wervend door je in de lezer te verplaatsen
  3. Verleid je lezer met een call to action of een antwoord op een vraag
  4. Maak voor iedere pagina een unieke, eigen samenvatting
  5. Gebruik maximaal 160 tekens, inclusief spaties

Hieronder meer over deze tips. Eerst een filmpje van het Google Webmaster Blog. Dat gaat voor het grootste deel over meta key words, die Google niet gebruikt. We leren eruit dat de description wél van belang is: hij verschijnt in de Google-resultaten.

Snippets

Telt de description ook mee om hoger te scoren in Google? Nee, dat niet. Toch moet je er op een slimme manier zoekwoorden in verwerken. Waarom? Als de woorden die de zoeker intikt niet in de samenvatting staan, gaat Google op zoek naar stukjes tekst waar ze wel staan. De zoekmachine laat dan andere ‘snippets’ zien, knipsels uit de pagina die de woorden bevatten die de zoeker heeft ingetikt. Maar als Google die zoekwoorden al in de description vindt, kiest hij daarvoor.

Call to action

Een tweede reden om descriptions met aandacht te schrijven is dat een verleidelijke tekst natuurlijk beter werkt dan een willekeurige snippet. Met een doordachte description kun je de lezer sturen en verleiden om verder te klikken. Ga, zoals bij alle wervende teksten die je schrijft, in de schoenen van de lezer staan en bedenk waarom die zou willen doorklikken naar jouw pagina. Grijp je kans om een call to action te verwerken, de lezer te informeren over de inhoud van de pagina, een kort antwoord te geven op de vraag van de lezer. ‘Download de brochure’, ‘Bekijk alle trainingen’, ‘De voordelen van busreizen’, ‘Kies uit honderden vakantiewoningen in Spanje’. Een slimme tip van het Vlaamse Usability Blog: verwerk je telefoonnummer erin!

Houd de lengte beperkt tot 160 tekens, inclusief spaties, want meer laat Google toch niet zien.

Elke pagina een unieke description

Google houdt niet van geknipte en geplakte stukken tekst. De robots die je website verkennen, waarderen je site hoger als je op elke pagina een unieke inhoud laat zien, inclusief de title en de meta description. Die samenvatting moet zo precies mogelijk overeenkomen met wat er op de pagina te vinden is. Maak je er niet van af met een rij zoekwoorden, want ook al laat Google die misschien soms zien, veel minder mensen zullen erop doorklikken (click-through-rate).

Waar verander je de descriptions?

Ben je bekend met html-code? Daarin vind je de description vrijwel bovenaan de pagina, herkenbaar als <meta name=”description” content=’Alle  benodigdheden voor uw tropische aquarium. Koop ze voordelig in onze webwinkel’/> . Vaak is het gemakkelijker. Veel sites zijn gebouwd in een CMS (Content Management System), waarin je ‘aan de achterkant’ gemakkelijk pagina’s verandert of toevoegt. Daar vind je meestal ook een vakje waarin je een description of samenvatting zet.

Zoek de descriptions

Wil je weten welke descriptions er allemaal aan jouw site hangen? Tik dan op Google in het zoekveld “site:[URL]” (bijvoorbeeld site:www.bol.com/). De zoekmachine toont dan een hele reeks zoekresultaten uit de site met de titles en de bijbehorende descriptions. Aan jou de schone taak om te bepalen wat je wilt en kunt verbeteren.

Kiezeltekst is altijd geoptimaliseerd. Lees meer over hoe wij schrijven.

U of jij?

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 13 november 2010
Tags: ,

Jacques PlafondJacques Plafond van Ronflonflon had het goed van de Engelstaligen afgekeken. Die sprak iedereen aan met ‘joe’. Een poldermodelkeuze die navolging verdient. Maar ja, als jij en ik voor onze klanten schrijven, komen we daar over het algemeen toch niet mee weg. We moeten kiezen. Spreken we onze klanten aan met u of jij? Het is een van de allermoeilijkste keuzes bij webteksten. U of jij. Soms weet je het voor een deel van je doelgroep zeker. Dat zijn u’tjes. Maar ja, die anderen… Dat zijn jij’tjes. Zonder twijfel… Maar u en jij op één kussen? Daar slaapt de duivel tussen!

Mevrouw/meneer
Kiezel Communicatie heeft het er ook moeilijk mee gehad. Toen wij anderhalf jaar geleden de teksten voor deze site schreven, vonden we onze klant een ‘u’. Een pagina of zestig lang schreven we formele zinnen. Tot we bedachten: herkennen we ons hierin? Spreken we onze huidige klanten met u aan? Zeggen we meneer, mevrouw, als we ze voor het eerst ontmoeten? De antwoorden luidden: nee. Vervolgens hebben we alle zestig pagina’s omgeturnd. Dat was een klus! Tot een half jaar na dato kwamen we nog wel eens een verdwaald u’tje tegen dat we over het hoofd hadden gezien. (Sterker nog, ik heb zojuist nog wat u’tjes verwijderd uit een weinig bezochte pagina, ons privacy-reglement!)

Bij twijfel, oversteken
Maar wat moet jij nu kiezen? Bij twijfel is mijn advies: kies voor ‘je’. Internet komt heel dicht bij. Je zit tegenover iemand, zo’n veertig, vijftig centimeter van zijn gezicht. Je spreekt een lezer (bij voorkeur) direct aan. Je wilt geen afstand. En als je het niet te nadrukkelijk doet, valt het niet eens op. In de anderhalf jaar dat onze site nu live is, is het nog nooit iemand opgevallen dat alle pagina’s in ‘je’ gesteld staan. Zelfs als we er expliciet op wezen en ernaar vroegen, bleek niemand erover te vallen. Tot onze verrassing.

En joe?
Wat wel belangrijk is: maak er geen Ikea- of Veronica-jij-tekst van. Door ‘jij’ en ‘jouw’ waar mogelijk te vervangen door ‘je’ valt het tutoyeren minder op, wordt het minder nadrukkelijk. Overigens, hier in Zeeland (waar Maria en ik zijn voor onze heidagen) spreken ze ons net als Jacques met joe aan. Dat hoort bij het Zeeuws dialect.
En hoe spreek joe oew klant aan?


Hoe spreek je je lezers aan? Lees meer:

Waarover schrijf je niet? Deel 1: twoddelen

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips, Social media op 9 september 2010
Tags: , ,

‘Dus jij kon vannacht ook niet goed slapen!’, hoorde mijn vriendin N. haar baas zeggen.

Huh?

‘Hoe kom je daar nou bij?’, was haar verbaasde reactie.

‘Ik zag ’t op Twitter langskomen’, zei de baas doodleuk.

Vriendin: ‘Maar ik doe niks met Twitter.’

Baas: ‘Je collega Harry wel. Die zag dat je midden in de nacht een e-mailtje had gestuurd. En die tweette dat.’

Vriendin boos. Want: mag dat zomaar? Over iemand anders twitteren?

Twoddelen

Ik vind van niet. Zij ook niet, overigens. Dat heeft ze de collega later wel duidelijk gemaakt. Toen ze mij dit verhaal vertelde, kwamen we zo op het onderwerp Twittiquette. Er is op internet voldoende te vinden over hoe je wel/niet zou moeten tweeten en over ‘gedragsregels’. Maar nergens vond ik een antwoord voor de situatie van N. Over welke onderwerpen moet je nog eens drie keer nadenken voordat je op de knop ‘verzenden’ klikt?

Dat roddelen niet zo netjes is, weten we allemaal. Toch doet iedereen ’t wel eens. Tegen één vriendin of collega. Maar roddel jij tegen 400 andere mensen? Via de megafoon die Twitter heet?

Regel 1: Niet tweeten over anderen met naam en toenaam.

Breek ik met dit verhaal mijn eigen regel? Nee. Mijn vriendin N. weet dat ik hierover blog. En ook dat ik alleen de naam van de collega heb veranderd.

O ja, ik noemde pas nog @carolajanssen in een antwoord op een tweet die voorbijkwam. Brak ik toen wél regel 1? Ook niet. Ik weet zeker dat ze het niet erg vindt wat ik vertel (ze heeft het zelf al dagen over).

Nog een absolute Twitter-no-go:

Jargon en beleidstaal. 3 tips om ermee af te rekenen

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 19 juni 2010
Tags: , ,

LectuurGrondrechten waarborgen bij uitstek de menselijke autono­mie en de ontplooi­ing van de individuele persoonlijk­heid.

Ik zeg het dagelijks tegen de buurvrouw. Jij ook? En wat vind je van deze zinnen over marktwerking?

Het gaat namelijk niet simpel om de keuze overheid of markt bij het organiseren van de publieke diensten. Het gaat veel meer om een afweging van de effecten op de maatschappelijke welvaart en publieke belangen, waaronder werknemersbelangen.

Ben je er nog? Knipper even met je ogen, knijp jezelf in je arm.

Jargon. Goed of fout?

Jargon zijn alle begrippen waar je uitleg bij nodig hebt om de tekst te begrijpen. Jargon is dus niet per definitie fout. In gesprekken tussen collega’s scheelt jargon veel tijd, er schuilt dan weinig kwaad in. Behalve als je ook buiten je eigen kringetje verwacht dat iedereen weet waar je het over hebt.

Nog erger: beleidstaal

Beleidstaal is veel erger. Dat is taal die niet alleen krom staat van alle jargon maar bovendien zinnen bevat die zo ingewikkeld zijn dat je ze drie keer moet lezen om te begrijpen wat er staat (en dat heeft dus niet te maken met de lengte van de zin). Echt hardcore beleidstaal is dan ook nog eens zo genuanceerd dat je erbij in slaap valt. Het-kan-vriezen-het-kan-dooientekst. Misschien-wellicht-eventueelstukken. Je weet wel, zoals in de voorbeelden.

Afrekenen graag

Toch vonden de deelnemers aan onze training speech-schrijven deze zinnen heel normaal. Ze zagen het niet meer, want ze werken er dagelijks mee. Ze laten dagelijks zulke monsters uit hun tekstverwerkers glijden. Zo gaat dat als je lang voor dezelfde werkgever of in dezelfde branche werkt. Hoe reken je ermee af?

Tip 1: Vertel je verhaal aan de buurvrouw

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn

en door de letters heen van dit gedicht

kijken naar uw lezende gezicht

Dat dichtte Vroman ooit. Tekst wordt bloedeloos als je niet een mens van vlees en bloed voor je hebt om het verhaal aan te vertellen. Ik zie jou nu voor me, ik kijk door het beeldscherm heen naar je lezende gezicht.

Tip 2: Zeg wat je wil zeggen

Wat wil je nu eigenlijk zeggen? Wat bedoel je? Wat wil je van me? Maak expliciet wat je met alle woorden probeert duidelijk te maken. Wat betekent elk woord voor jou? Is dat hetzelfde als wat het voor mij wil zeggen? Zitten er holle woorden bij zonder betekenis? Stel jezelf deze vragen en geef antwoord. En doe iets met de antwoorden, natuurlijk. Soms krijg je met het antwoord per direct een betere, jargonvrije tekst retour.

Tip 3: Wees stoer, durf iets te beweren

Zet je benen stevig op de grond, je armen in je zij en roep het maar gewoon hard tegen de wereld. Zeker in de eerste versie van je tekst. Nuance is kruiderij, die voeg je aan het eind nog toe.

Toekomsttip: Gebruik TermTreffer

Volgend jaar komt TermTreffer op de markt, software waarmee je jargon uit je teksten kunt halen en waarmee organisaties hun medewerkers van kant-en-klare definities of synoniemen voorzien. Dat las ik net bij KennisLink. Dat lijkt me ideaal voor mijn deelnemers van gisteren. In één keer met een druk op de knop de oogkleppen kwijt. Tot die tijd, de Kiezel schrijftips.


Geprikkeld? Lees ook deze blog:

Vijf redenen om vandaag niet te schrijven

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 30 mei 2010
Tags: , ,

Een blog schrijven, een artikel, een reactie op een ander artikel? De wil is er, maar er zijn altijd redenen waarom je aan het einde van de dag nog geen alinea hebt geproduceerd. Wat houdt je tegen?

Reden 1: Ik kan het beter vertellen dan schrijven

“Het zit wel goed in mijn hoofd en ik kan het ook vertellen, maar hoe schrijf ik het nou op?” Vaste prik, elke schrijftraining weer wordt me deze vraag gesteld. Veel mensen denken namelijk dat je ineens anders, formeler en officiëler moet formuleren als je schrijft. Alsof schrijftaal een vreemde taal is die je zou moeten leren.

Onzin!

De beste schrijftaal is normale, verzorgde spreektaal. Een truc die helpt: zoek het opnameprogramma op je mobiel of je computer op, vertel je verhaal zoals je het aan een vriend, collega of klant zou doen en luister het terug. Schrijf letterlijk op wat je hoort en maak er daarna goedlopende, korte zinnen van.

Reden 2: Al die onbenullige dingen, wie wil dat nou lezen?

“Zoveel bijzonders heb ik niet te melden.” Als je gaat wachten met schrijven totdat je het middelpunt van het wereldnieuws wordt, kun je je toetsenbord beter op Marktplaats gaan aanbieden. Zoek het liever in het alledaagse, het gewone.

Alles wat jou bezighoudt, kan ook voor iemand anders interessant zijn. Je bent nooit de enige die iets merkwaardig, afschuwelijk, geweldig of raar vindt. Als je iets tegenkomt wat je opvalt, bijvoorbeeld op jouw vakgebied, ga dan na waarom dat is. En schrijf dat op. Zo precies mogelijk.

Reden 3: Anderen hebben er al over geschreven

“Er is al zoveel over geschreven. Wie zit er nou op mijn mening te wachten?” Alles is al gezegd en geschreven. En vaak heel goed, beter dan jij het doet misschien. Wie ben jij dan om er het zoveelste stuk over te schrijven? Wat voegt jouw mening toe?

Toen ik een paar weken geleden over dit onderwerp wilde gaan bloggen, schreef Suzanne Meijles van ProTaal er net over, en dat deed ze goed. Niets op af te dingen of aan toe te voegen. Ik liet het onderwerp liggen.

En toch heb ik het weer opgepakt. Ten eerste omdat jij het blog van Suzanne misschien niet kent – als dat zo is, moet je daar absoluut verandering in brengen – en ook omdat ik het weer net iets anders wil verwoorden. En tenslotte omdat ik mezelf wil bewijzen dat ik me van Reden 3 niets meer aantrek.

Reden 4: Het is zoveel werk

“Schrijven kost me zoveel tijd.” Ja. Dat klopt. Vooral als je niet vaak schrijft, is het een megaklus om er een goed, samenhangend en boeiend artikel uit te persen.

Begin daarom met korte stukjes. Eén gedachte, uitgewerkt in twee of drie alinea’s. Het hoeft niet allesomvattend te zijn en het hoeft niet perfect (zie Reden 2). En verzoen je met de gedachte dat je er tijd voor moet vrijmaken. Als je wilt bloggen, doe je dat met een reden. Je wilt in contact komen met de wereld, met je lezers. Je wilt ze deelgenoot maken van jouw kennis, van de ontwikkelingen op jouw vakgebied. Je wilt je profileren als deskundige.

Als je blogt over onderwerpen die te maken hebben met je vak, beschouw dat dan als investering in marketing en in je eigen expertise.

Reden 5: Hoe weet ik of het goed genoeg is?

“Wat als ze vinden dat het dom geklets is?” Middelmatige of slechte teksten, daar zijn er al genoeg van. Daar zit niemand op te wachten. Het moet dus perfect, niks op aan te merken, waterdicht, messcherp én onderhoudend. Was Reden 3 al een tegenhouder van jewelste, Reden 5 heeft mij nog vaker in zijn greep.

De angst om iets de wereld in te slingeren waar anderen schamper om zullen lachen, houdt me keer op keer tegen. Wat doe ik ertegen? Nog meer lezen, me documenteren, me indekken. Helpt dat? Nee natuurlijk.

Faalangst, de angst voor middelmatigheid, steeds weer opnieuw willen beginnen, niets goed genoeg vinden. En dus maar liever niets publiceren, dat is veel veiliger.

Een troostrijke tekst vond ik bij Copyblogger: “Understanding that you’re your own worst enemy when it comes to writing is invaluable, because you can conquer that enemy just by deciding to.”

Ter harte genomen. Gedaan.

Een, twee, drie, vier… Verkocht!

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 17 mei 2010
Tags: , , ,

verkocht

Slim verkopen in vier eenvoudige stappen, hoe gaat dat? Sonia Simone van Copyblogger legt het me uit in aflevering 14 van haar gratis cursus Internetmarketing voor Slimme Mensen. Natuurlijk ben jij ook slim, en abonneer je je direct op deze geweldige artikelenreeks, maar dan duurt het nog 14 weken voordat je deze top-aflevering onder ogen krijgt. Ik vat ‘m vast voor je samen.

Het is een trucje van iemand die het weer van iemand anders heeft, en die wéér van iemand anders, en die… Sonia geeft het eerlijk toe, ze heeft het niet zelf verzonnen. Een klassieker, zullen we maar zeggen.

Laat ik meteen een poging doen haar methode toe te passen. Lees mee en laat me weten of het voor jou werkt.

Stap 1. Wat heb ik voor je in petto?

Beantwoord kort de volgende vragen over je product: wat is het, voor wie is het, wat doet het?

Een ultrakorte workshop bloggen van één avond op donderdag 20 mei, voor professionals die hun weblog interessant willen maken en tot leven willen wekken.

Dat is voorlopig genoeg. Door naar…

Stap 2. Wat levert het je op?

Hier gaat het om de vraag: hoe maakt mijn dienst of product jouw leven beter of makkelijker? Valkuil bij deze stap is om hier de eigenschappen van je product of dienst te beschrijven, maar vergis je niet, het gaat om het eindresultaat. Het aloude plaatje van vóór en na de behandeling, met nadruk op erná.

Na de workshop kun je:

  • interessante nieuws-items selecteren;
  • op een actieve, prikkelende en aansprekende manier schrijven;
  • inspiratie vinden op internet en in het nieuws.

Nu ga je nog even terug naar stap 1: beschrijf een paar eigenschappen van je product. Wat zit er in de doos? In mijn geval:

Je leert:

  • heldere en directe berichten te schrijven voor jouw eigen doelgroep;
  • hoe je direct ter zake komt en lezers meteen je verhaal binnentrekt;
  • hoe je ze in actie krijgt en reacties losmaakt.

En leg de nadruk op een aantrekkelijk extraatje:

Bovendien krijg je een handige checklist – Tien Blogregels waarmee je lezers trekt – die je direct kunt toepassen.

Stap 3. Wie ben je?

In deze stap gaat het om het aloude geloofwaardigheidsprincipe, de ethos uit de Griekse retoricaleer. Als de lezer jou autoriteit toekent en welwillend tegenover je staat, zal hij eerder iets van je aannemen. Laat hier bijvoorbeeld ook zien dat je uit eigen ervaring weet met welke problemen je potentiële klant worstelt.

Bloggen is een kwestie van discipline en gewoon doen. We weten zelf al te goed hoe lastig het is om het vol te houden en steeds trouw te schrijven, maar we weten ook hoe leuk het is om stukjes te publiceren en reacties van lezers te krijgen.

Stap 4. De call-to-action!

Vertel de lezer klip en klaar wat hij moet doen. Het liefst met een flinke button, zonder omhaal van woorden en als het even kan met nadruk op een beperkte verkrijgbaarheid:

Er zijn nog slechts drie plaatsen open; inschrijven kan tot en met 21 juni.

Je bepaalt zelf na afloop hoeveel je betaalt.

Schrijf je nu in!

Verkocht?

En? Heb je geklikt? Werkt het voor jou of wacht je nog even? Wat maakte dat je wel of niet geïnteresseerd raakte? Laat het me weten, ik ben benieuwd.

Linke soep… lekker!

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 21 april 2010
Tags: , , ,

LinkedIn: tien tipsEr werd wat afgelinkt, gisterenavond op onze kantooretage. Met elf deelnemers aan de nieuwe workshop LinkedIn – de een ervaren, de ander newbie – was het workshoplokaal druk bezet. Laptops aansluiten, het netwerk op, profielen stap voor stap aan een kritisch onderzoek onderwerpen.

Natuurlijk is LinkedIn hét netwerk waarmee je opdrachten kan binnenhalen of ander werk vindt. Maar het is veel meer dan je cv op internet. Je blijft in contact. Het is een middel om jezelf te profileren in je netwerk: je laat jezelf zien. Persoonlijk én professioneel.

Opvallen, onderscheiden

Profileren doe je met een reden. Je wilt opvallen, je onderscheiden van anderen. Je wilt gekozen worden vanwege je kwaliteiten. Dan zul je duidelijk moeten maken waarom. Iets vertellen over je sterke kanten en de resultaten die je daarmee boekt. Dat ligt niet direct in de Nederlandse volksaard: die gaat meer over ‘doe maar gewoon’.

Headline

De eerste opdracht was daarom meteen een van de moeilijkste: schrijf een resultaatgerichte, aansprekende professional headline waarmee je jezelf onderscheidt. Die headline is een uiterst belangrijk stukje tekst bij je foto. Dat stukje tekst verschijnt overal waar je je in LinkedIn laat zien. In groepen, bij je berichten aan je contacten, bij je updates. Bij veel mensen staat er jammer genoeg alleen iets nietszeggends als owner, founder of consultant.

Kiezel-linkers

Dan liever een bezielde praktijkopleider of een schrijver van levende en werkende teksten. Dat vertelt tenminste een verhaal. Aan het einde van de avond was iedereen het er wel over eens dat het allemaal niet in één keer af is. Lid worden van groepen, daaraan meedoen, contacten verzamelen, persoonlijke uitnodigingen schrijven, kortom, in contact blijven. Veel werk! In contact blijven met elkaar kan in elk geval, want we hebben ter plaatse een nieuwe groep in het leven geroepen: de Kiezel-linkers.

Interessant voor iedereen die bij ons een workshop LinkedIn doet. Wil jij ook meer halen uit LinkedIn? In mei en juni geven we weer zo’n workshop. Geen linke soep, maar een kans om je netwerk gewoon slimmer te gebruiken.