Metselen met woorden

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 8 december 2011
Tags: , , ,

Vandaag gaan we metselen; zet de specie maar klaar! Specie maakt van losse stenen een stevig bouwsel. Precies zo gaat het met teksten. Ook daar moet je de losse onderdelen, woorden, zinnen, alinea’s, zorgvuldig samenvoegen. Met taalspecie.

Van de tuinman naar de metselaar
In een vorige blogpost namen we les bij de tuinman. Die leert je flink te snoeien in de tekst, zodat je een verhaal krijgt zonder overbodige woorden. Wil je weten hoe je korte tekst begrijpelijk blijft? Dat leer je van de metselaar. Zoals die specie aanbrengt om de stenen met elkaar in verband te brengen, zo gebruik je als schrijver signaalwoorden: woorden die zinnen en alinea’s met elkaar verbinden. Ze heten zo omdat ze je seintjes geven: let op, het een heeft te maken met het ander. Wees er scheutig mee, want ze maken de tekst gemakkelijker te begrijpen.

Signaalwoorden
Wat moet je je voorstellen bij signaalwoorden? Er zijn er honderden. Een paar voorbeelden:

  • opsommend: ten eerste, vervolgens
  • oorzakelijk: want, daarom, dan ook
  • toelichtend: bijvoorbeeld, zoals
  • tegenstellend: maar, toch
  • vergelijkend: net als, op die manier.

Kleine woordjes, groot gemak.

Lekker
Zonder signaalwoorden krijg je een tekst zonder samenhang, vol wankele argumentaties en misverstanden. Mét help je de lezer om je redenering te volgen. Signaalwoorden brengen bovendien een prettig ritme in de tekst, omdat ze je dwingen korte zinnen af te wisselen met langere. Oorzakelijke verbanden (omdat) of een toelichting (zoals) komen al gauw in een bijzin terecht in plaats van in een tweede zinnetje. En juist die afwisseling leest lekker. Op beeldscherm én op papier.

Meer lezen?

Helpen de signaalwoorden in deze tekst om ‘m snel te begrijpen? Laat het me weten.

Hallo, ik ben afwezig

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 19 oktober 2011
Tags: ,

Ik ben afwezig

Het is herfstvakantie in Midden-Nederland. Onze sympathieke collega-ondernemer B., met wie Kiezel geregeld samenwerkt, is ook een paar dagen weg. Toen ik hem mailde, kreeg ik deze melding:

Hallo,
Ik ben afwezig.
Op 24-10 zal ik pas de verzonden e-mail kunnen inzien.
Ik wens je nog een fijne dag.

Mis of niet mis?
Er is feitelijk niks mis met deze afwezigheidsmelding. Er staat keurig in dat B. er niet is en wanneer hij weer terug is. Hij begroet me en wenst me aan het eind ook nog een fijne dag. Maar tegelijkertijd is alles mis. Hallo – dat zeg je toch niet tegen een gewaardeerde collega, opdrachtgever of partner? En zo zonder datum wekt afwezig bij mij de associatie van ‘een beetje afwezig, er niet helemaal bij met je hoofd’. De rest van de zin met dat de verzonden e-mail is ook niet echt lekker. En als ik B. nu écht nodig had? Dan werd het nooit een fijne dag, hoe zeer hij mij dat ook toewenst.
Vijf tips voor een klantgerichte, duidelijke afwezigheidsmelding.

1. Gebruik geen aanhef, of een vriendelijke aanhef
Zelf gebruik ik meestal geen aanhef – de mensen die de afwezigheidsmelding ontvangen weten wel dat het een geautomatiseerd bericht is. Vind je dat onbeleefd, schrijf dan: Beste mailer.

2. Meld tot wanneer je er niet bent
Dat doet B. prima, alleen die zin die hij er achteraan heeft geplakt… De verzonden e-mail inzien, zo zeg je dat niet. Hoe wel? Tot 24 oktober ben ik afwezig, bijvoorbeeld. Dat is genoeg. Ben je wat breedsprakiger, dan zet je er bij dat je tot die tijd niet (of maar af en toe) je mail leest.

3. Vertel waar iemand in de tussentijd terecht kan
Help de ander uit de brand. Hij mailt je niet voor niets. Schrijf iets als:
Heb je een vraag die niet kan wachten? Neem dan contact op met mijn collega A. via e-mailadres a@b.nl of telefoonnummer ……

4. Sluit af zoals je altijd afsluit
Met vriendelijke groet,
B

Met vriendelijke groet is misschien saai, maar ook neutraal, altijd passend, nooit storend en voor iedere lezer de juiste afsluiting.

5. Zet je afwezigheidsmelding ook weer uit
Een andere ondernemer, K., mailde mij op 17 oktober dat hij pas 17 oktober weer in staat zou zijn mijn mail te beantwoorden. In Gmail kun je instellen tot wanneer je afwezig bent. Bij een grotere organisatie willen ze zoiets vaak wel voor je regelen op de server. De rest zal zelf een herinnering of notificatie moeten instellen om ervoor te zorgen dat ze niet vergeten hun afwezigheidsmelding weer uit te zetten.

Fijne vakantie nog, B. En fijn dat je weer terug bent, K.!

Hoe laat jij de thuisblijvers weten dat je er even niet bent? Heb je voorbeelden van hoe het niet moet?

Associëren: inspiratie op commando

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 12 oktober 2011
Tags: ,
Kiezels

Kiezel is een metafoor

In mijn vorige blogpost vergeleek ik tekst inkorten met de snoeischaar hanteren. De tuinman in het blog geeft je automatisch de associatie met ambachtelijk handwerk, die ik de blog wilde meegeven. Schrijven is noeste arbeid – dat idee. Het mooie van een metafoor is dus niet niet alleen dat je er abstracte of complexe begrippen concreet en begrijpelijk mee maakt, je roept er ook de hele wereld* achter die beeldspraak mee tot leven.

Metaforen die je inspireren

De metafoor is een vorm van beeldspraak, waarin je het een vergelijkt met het ander zonder dat je een woordje als als gebruikt. Dat kan op woordniveau (iemand een spiegel* voorhouden, een stormachtige* relatie). Voor de lol heb ik bij al die mini-metaforen in dit artikel een sterretje geplaatst. Op verhaalniveau komen metaforen natuurlijk ook veel voor. Een roman of film over een kind dat symbool staat voor de staat van de wereld, of voor ouderliefde in het algemeen – ik verzin maar iets.

Voor schrijvers is een goede metafoor een bron* van inspiratie. Snoeien deed mij denken aan het ultieme snoeien van de bonsaikweker. Dat was gefundenes fressen* natuurlijk: de bonsai-meester laat een boom (tekst) niet groot worden. Als ik verder zou willen gaan met het onderwerp, dan was die tuiniermetafoor nog lang niet uitgeput* (uitgeput – ook al een tuiniermetafoor). Mesten, poten, zaaien, de seizoenen, oogsten, groeizaam weer – elk woord roept een wereld* aan associaties op waarmee ik het hele Kiezelblog tot de nok* zou kunnen vullen.

Associëren, hoe doe je dat?

Als je lekker in je schrijversvel zit, vallen vergelijkingen je gewoon in. Dat is de kunst van het associëren. Maar hoe vind je de juiste metafoor als die niet vanzelf opborrelt*? Dan moet je het hebben van associëren als kunde.

Kietelen of afdwingen

Je kunt je creativiteit kietelen* door een mindmap te tekenen, een brainstorm te organiseren of door erover te mediteren. Best lastig allemaal, om verschillende redenen. Tot verrassing van veel mensen kun je creativiteit ook afdwingen. Daar ken ik twee methodes voor die ik je nu aan de hand ga doen. Ik heb ze veel gebruikt toen ik mensen leerde hoe je een personeelsadvertentie schrijft. De spin in het web, de duizendpoot en andere insecten… uitgekauwde* beelden.

De gedwongen metafoor

Je hebt een onderwerp waarover je wilt schrijven, een product, een dienst, een functie… Vervolgens pik je een voorwerp uit de ruimte waar je bent (de plant, een koffiekop, een schilderij, de blocnote) en je draagt jezelf op om minstens twintig overeenkomsten te vinden tussen dat voorwerp en je onderwerp. Of pik blind* uit de krant of in een willekeurig boek een zin en neem de eerste de beste eigennaam of het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. Een slimme tussenstap is om op die manier eerst vijf begrippen te verzamelen en die te nemen die je het meest aanspreekt. Maar dwing jezelf wel om die twintig overeenkomsten te vinden. Als je net iets langer nadenkt, valt je misschien alsnog die ene associatie in waaraan je je verhaal kunt ophangen*.

De vrije metafoor

De vrije metafoor is minder vrij dan-ie heet. Stel je zelf de volgende vraag:

Als je onderwerp een *** was, wat voor (of welke) *** zou het dan zijn?

Op de plaats van de sterretjes vul je vervolgens in: een auto, een film, een land, een gerecht, een hond, een politicus, een muziekstijl, een drank, een tas, een kledingmerk, een woning, een … Zeg er meteen achteraan waarom. Op deze manier kwam KLM waarschijnlijk aan zijn zwaan, symbool voor vrijheid, vliegen en trouw. Ook zo dwing je jezelf om te associëren en beelden te bedenken die minder voor de hand* liggen.

Inspiratie nodig? Associëren? Gewoon de zweep* erover!

Lees ook: Grafisch associëren

PS: De begrippen gedwongen en vrije metafoor heb ik niet zelf verzonnen, maar ik kan niet meer achterhalen uit welk boek ik ze heb. Weet iemand dat? Ik geef graag credits waar credits are due.

Hoe schrijf je kort en bondig? Vijf tips

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 5 oktober 2011
Tags: ,

Schrijf kort en bondig. De opdracht is snel gegeven, maar hoe doe je dat, kort en bondig schrijven? Voor de meeste mensen is het makkelijker gezegd dan gedaan. Voor veel tekstschrijvers ook: een opdrachtgever zou eigenlijk meer moeten betalen voor een korte tekst, want bondig schrijven is méér werk. Alleen voor mij niet, ik ben hier in het Kiezelhuis de kort-en-bondigspecialist. Ik vind het juist lastig om lang te schrijven.
Grofweg zijn er twee manieren om je tekst hapklaar te maken: wees bonsaimeester of tuinman.

De weg van de bonsaimeester

Bonsai boom op rots Een bonsai krijgt de kans niet om groot te worden, al heeft hij de potentie tot woudreus uit te groeien. Waarom? Omdat de bonsaimeester ‘m die kans niet geeft. De bonsaimeester ziet de vorm die de boom moet krijgen, en de boom krijgt die vorm. De eisen zijn:

  • Exact weten wat het resultaat moet zijn
  • Toewijding, concentratie en een ijzeren wil

Bonsaimeester worden vergt aanleg en oefening. Ik schreef een paar jaar stukjes voor NRC next. Die mochten 150 woorden lang zijn. Ik pende ze uiteindelijk zo neer. Ik kan nu, na drie jaar dagelijks tweeten, mijn boodschap in zinnen van 140 lettertekens tikken. Maar ik ben dan ook tekstschrijver. Als je een ander vak hebt, ligt de wijze van de tuinman waarschijnlijk meer binnen bereik.

De wijze van de tuinman

Is de weg van de bonsaimeester je te zwaar? Word tuinman en snoei achteraf. Schrijf wat je wilt schrijven en schrap daarna. Vijf tips.

  1. Ga niet uit van de vraag wat voegt dit toe? Maar is de tekst nog begrijpelijk als ik deze informatie weglaat? Hiermee kom je het verst.
  2. Snoei in je teksten om ze korter en bondiger te maken

  3. Formuleer direct. De meeste hulpwerkwoorden kun je missen als kiespijn (lees mijn blog over zullen, kunnen, mogen en willen) en de meeste voorzetselconstructies (met betrekking tot) zijn te vervangen door één voorzetsel (over).
  4. Gebruik opsommingen. Dat scheelt tussenzinnen en signaalwoorden die het verband tussen de ene zin en de andere zin verduidelijken.
  5. Schrap herhalingen. Het is heel natuurlijk om je punt op verschillende manieren te willen maken. Maar één keer is genoeg. Op zinsniveau: maak slim gebruik van verwijswoorden (maar dan niet welke :-) ), waardoor je lange begrippen of eigennamen niet opnieuw hoeft te gebruiken.
  6. Wees streng voor jezelf en kill your darlings. Ik heb net een heel leuke alinea weggegooid over hoe ik zelf kort heb leren schrijven (dat was op de Academie voor Journalistiek waar ik twee maanden lang de kabelkrant beheerde – al het nieuws binnen 400 tekens).

Kort en/of bondig?

Ze vragen mij wel eens: zijn kort en bondig niet twee begrippen voor hetzelfde, bonsaimeester Carola?
Nee, zeker niet. Kort betekent weinig woorden, het is een kwantitatief begrip. Bondigheid is kwalitatief. Het staat voor compact. Je kunt bondig zijn in een lange tekst, boordevol inhoud.

Had je wat aan deze informatie? Heb je zelf tips? Deel ze met ons bij de reacties. En als je dit allemaal gelezen hebt, vind je deze blog waarschijnlijk ook interessant:
Kort en bondig of lang en lekker.

Lui, ongeduldig, egocentrisch

Door Martine van Blaaderen in de categorie Gratis schrijftips op 14 juni 2011
Tags: , ,

Slecht nieuws: de titel slaat op jou. Jij bent lui, ongeduldig en egocentrisch.

Dat zegt Tekstblad-columniste Louise Cornelis over lezers. Ze onderbouwt deze stelling met universitaire onderzoeken. Snel zelfonderzoek bevestigt haar punt.

Als ik lees, wil ik…
1. met zo min mogelijk inspanning (lui)
2. zo snel mogelijk (ongeduldig)
3. weten wat ik eraan heb (egoïstisch).

Als ik schrijf denk ik aan mezelf als lezer
Ik lees graag:

  • Actieve, soepele zinnen
  • Prikkelende kopjes
  • Bulletpoints als deze.

Artikel voor een personeelsblad, blogje, reportage, webtekst. Ik zet iets op papier zoals ik het zou vertellen aan mijn buurvrouw of collega. In verzorgde spreektaal. Meestal levert dat duidelijke en aansprekende tekst op. Weg met vaagtaal en woorden-die-niet-meer-mogen. Zo houd je je ongeduldige, luie lezer bij de les.

Een vierde eigenschap

Cornelis schrijft dat lezers niet alleen lui, ongeduldig en egoïstisch zijn, maar ook nog conservatief. Ze haalt onderzoek aan, waarin wordt beweerd dat lezers in juridische tekst of wetenschappelijke onderzoeksrapporten graag jargon en ingewikkelde formuleringen zien. Dat vinden ze horen bij het professionele imago. Deze vierde eigenschap staat lijnrecht tegenover die andere eigenschappen van lezers. Formele teksten zijn meestal stroperig en langdradig. Weg is je lezer, zou je denken.

Wat moet je als webschrijver met deze vierde eigenschap?

Op zich helemaal niets. Het is een karaktertrek die alleen de kop opsteekt als een lezer een formele brief of zakelijk rapport onder ogen krijgt. Het geldt niet voor het genre websites. Vergelijk het met een netwerkborrel. Daar zet je je eigenschappen ’sociaal’ en ‘communicatief’ in. Zo is de weblezer ook eerst ‘lui’ en ‘ongeduldig’. Toch is het wel handig om te weten dat die lezer ook een verborgen conservatief trekje heeft. Het kan natuurlijk helemaal geen kwaad als je tussendoor heel nonchalant wat jargon laat vallen. Dat zou je tenslotte op die netwerkborrel misschien ook doen.

Schudden aan die mouw

Door Martine van Blaaderen in de categorie Gratis schrijftips op 29 april 2011

Hoe schrijf je een dijk van een tekst over een onderwerp, waar je al eerder een dijk van een tekst over hebt geschreven? Of al drie keer eerder? Vind dan maar eens nieuwe woorden en een verrassende insteek!

Precies dát was onze uitdaging de afgelopen maand. We schreven de webpagina’s voor een bureau dat trainingen geeft. Veel trainingen. Terwijl de voorjaarszon ons vrolijk maakte, verdiepten wij ons in mensen met slapeloosheid, teveel stress en licht depressieve klachten. Sommige trainingen leken enorm op elkaar. Zoek de verschillen:
- ‘In de put, uit de put’
- ‘Je dip te lijf’
- ‘Voel je goed’

Er waren natuurlijk wel verschillen (zeker voor de trainers zelf), maar geen wereldschokkende. En toen gingen we schrijven. Hoeveel woorden zijn er voor licht depressieve klachten? Je komt een eind door het fenomeen te omschrijven: ‘Je hebt sombere gevoelens. Lusteloos zijn. Down, neerslachtig. Nergens zin in hebben.’ Schudden aan die mouw. Komt er nog één? Ja, je kunt de titels hergebruiken: ‘In een dip zitten of uit de put kruipen.’ Maar dan ben je er toch wel.

Drie oplossingen
…hielpen ons om de teksten onderscheidend te maken.

1. Bedenk voor je begint zoveel mogelijk synoniemen voor het onderwerp dat je gaat beschrijven. Maak een mindmap. Vul ook wat woorden in op www.synoniemen.net.
2. Doe een dansje, maak een ommetje, rek je uit, neem een extra sterke kop koffie, voordat je aan tekst 2 begint.
3. Wissel bij tekst 2 al in het intro van perspectief. Beschrijf dit keer bijvoorbeeld uitgebreid een situatie die bijna iedereen met licht depressieve klachten zal herkennen. Of ga juist dit keer voor een opsomming van de klachten. Bij elke tekst geldt: show, don’t tell. Beschrijf, beschrijf, beschrijf.

Laat je niet afschrikken! Maak er gewoon een sport of spel van. Wij zijn na een dipje uiteindelijk uit de put gekropen en dat voelde extra goed. :)

Een cliché met een strikje

Door Irene de Vette in de categorie Gratis schrijftips op 6 april 2011
Tags: , , , ,
Vermijd clichés. Deze tip gaf ik lezers van het Kiezelblog, waarop ik er zelf vervolgens doodleuk vier in mijn tekst stopte. Een opmerkzame lezer wees me er fijntjes op en het schaamrood stond me op de kaken. Nu ik dit schrijf, twijfel ik ineens of ik dat eigenlijk wel mag zeggen. Is het schaamrood op de kaken een uitdrukking of een cliché? En er fijntjes op wijzen? Help!

Eerst maar eens helder krijgen wat we precies bedoelen met een cliché. De beste definitie die ik vond: een stijlfiguur waarbij een beeldspraak wordt gebruikt die zijn kracht door het vele gebruik ervan heeft verloren.

Maar, juist omdat iedereen een cliché herkent, kan de beeldspraak ook in je voordeel werken. Ooit waren schiet mij maar lek of zo gek als een deur grappig en vindingrijk. Als je niet wist dat het inmiddels sleetse stijlfiguren waren, vond je dat waarschijnlijk nog. Als je een cliché dus een beetje afstoft werkt ‘ie wel. Een cliché met een strikje, noemen we dat.

Loesje beheerst haar strikjes als geen ander. Surf naar haar site voor inspiratie.
Wees jezelf. Er zijn al zoveel anderen.
Kijk ik om me heen, sta ik midden in het leven.
Je weet pas of het leven hard is als je je tanden erin zet.

Bedenk voor elk cliché dat in je tekst dreigt te sluipen hoe Loesje het zou zeggen. Om dit blogje dan ook in haar woorden af te sluiten: Geef door die zin!


Clichés? Liever niet. Lees ook:

Nou en? Dé vraag om webtekst te verbeteren

Door Martine van Blaaderen in de categorie Gratis schrijftips op 5 april 2011

Stel, jij en ik runnen samen een bloeiende business: een kersenboomgaard. Het is maart en er moet gesnoeid worden. De gekapte bloesemtakken brengen we aan de man via onze webwinkel. We bedenken de volgende tekst:

Boomgaard De gouden pit heeft zijn kersenbomen gesnoeid. De prachtige en volle bloesemtakken verkopen we voor slechts €2,50 per tien stuks. Boomgaard De gouden pit garandeert dat de takken zeker twee weken staan. We bezorgen de verse takken één dag na bestelling thuis.

Zendergericht
Er is helemaal niets mis met deze tekst en tegelijkertijd alles. Niets, omdat de zinnen grammaticaal in orde zijn, de feiten kloppen en de tekst beantwoordt aan het tekstdoel (takken verkopen). En alles, omdat de tekst 100 procent zendergericht is. Wij hebben gesnoeid, wij verkopen onze takken tegen onze prijs.
Online vind je honderden, zo niet duizenden van die zendergerichte teksten. Als je er eenmaal op let, zie je hoe vaak het draait om ‘us, ourselves and we’.

Goede vraag
Als je wilt verkopen, wissel dan eens van perspectief. Start niet vanuit het vertrekpunt ‘dit doen wij’, maar begin met de vraag ‘wat heeft mijn lezer eraan?’ Als schrijver maak je dan de omslag van verkoopargumenten ‘wij verkopen een mooie tak’ naar koopargumenten: ‘je hebt morgen een mooie tak in huis’. Dé vraag die je hierbij helpt is: ‘Nou en?’

Lentegevoel
Wat doet die vraag? Wij verkopen takken. Nou en? Uhm, nou… die kun je kopen. Nou en? Die takken kun je op de keukentafel in een vaas zetten. Nou en? Dat staat vrolijk en geeft een lentegevoel. Herschreven ziet de tekst er zo uit:

Eindelijk, lente! En wat staat nu vrolijker dan een paar prachtige takken met kersenbloesem op je keukentafel? Een voor een zie je de knopjes uitkomen en je hebt er zeker twee weken plezier van. Bestel ze vandaag vóór 18.00 uur en je hebt ze morgen tussen de middag in huis. De prijs: tien takken voor 2,50.

Nu komen de dorre, zendergerichte bloesemtakken tot leven. Je ziet ze in een vaas op je eigen keukentafel staan. Hebben!, denk je dan.

Geen verkooppraatje
Aardappelen of wasknijpers. Trainingen of financiële dienstverlening. Waar je ook over schrijft, het kan met iedere tekst zo’n beetje twee kanten op. En het begin zet de toon. Kijk uit dat je er geen verkooppraatje van maakt. Twee woorden met pit houden je op het juiste (kiezel)spoor:

Nou en?


Meer lezen over schrijven voor het web? Ga naar:

Zakelijk, maar smakelijk

Door Irene de Vette in de categorie Gratis schrijftips op 18 maart 2011
Tags: , , , ,
De tekst moet zakelijk zijn, dus dan maken we ‘m ook meteen maar lekker saai. Die indruk krijg je als je langs websites van bedrijven surft. Een gortdroge brij waar je je als lezer bij de eerste alinea al in verslikt. Wil je schrijven over serieuze zaken? Dan mag je best wat kruiden en een beetje boter gebruiken. Van flauw en zoutloos loopt het water je niet in de mond.

Oeps, die uitdrukking mag eigenlijk niet. Water dat je in de mond loopt, vreselijk! Ik schrijf veel over eten en redigeer al een paar jaar recensies voor SpecialBite. Die recensies worden geschreven door mensen die op de eerste plaats eetgek zijn en lang niet altijd professioneel schrijver. Fijnproeven staat niet gelijk aan fijn schrijven, heb ik gemerkt. Ik help ze op weg met een paar tips.

• Laat zien, proeven, ruiken en voelen
Maak je tekst concreet. Ofwel: show, don’t tell. Dat is eigenlijk de basis van alle lekkere teksten. In een recensie over een restaurant in Twente las ik: Het maandelijks wisselende verrassingsmenu bestaat geheel uit dagverse, eerlijke en biologische producten, op ambachtelijke wijze klaargemaakt door de chef-kok. Een heleboel holle termen. Beschrijf een gerecht. Het mes glijdt door de lende van Saasvelds rund. Daarnaast vind ik op mijn bord zachtgegaard buikspek, zoetzure cherrytomaatjes en tot mijn verrassing krokant gebakken gamba’s. Je weet nu: de chef gebruikt lokaal vlees, kent klassieke bereidingen, maar is ook origineel.

Een ander voorbeeld: het interieur. ‘Stijlvol en klassiek’, of ‘echt van deze tijd’, daar heeft je lezer helemaal niets mee. ‘Spannende LED-verlichting dompelt de muren iedere tien minuten in een andere kleur’ (interieur is trendy), ‘Gebutste houten tafels geven je het gevoel dat je bij de chef thuis in de keuken zit’ (landelijk, huiselijk), ‘Zacht tapijt waar je stilettohakken helemaal in wegzakken’ (chic, klassiek). Je hoeft niet alles te benoemen: beschrijf een paar opvallende details die de zaak karakteriseren.

• Wees origineel

Je moest eens weten hoe vaak ik ‘culinaire hoogstandjes’, ‘verrukkelijke smaakexplosies’ of ‘echt smullen geblazen’ ben tegengekomen. Bleh. Als je de tekst concreet hebt gemaakt, ben je al een eind op weg om clichés uit je tekst te bannen, maar loop je tekst altijd nog eens na. Kan het origineler? Was de bediening langzaam? Zeg: ‘Er mag af en toe best een pepertje in.’ Het chocoladetoetje heerlijk? Schrijf dan: ‘De chocolate delight was een gulle toegift.’

Terug naar de zakelijke tekst
Nu denk je misschien: maar ik schrijf helemaal nooit over eten! Ik verkoop horren. Ik bezorg medicijnen via internet. Ik zit in verzekeringen. Verrassing: dat maakt helemaal niet uit. Laat je lezers altijd meeproeven. Beschrijf hoe zoemende muggen je slaap verstoren: dat gebeurt nooit meer met een hor! Beschrijf hoe makkelijk je medicijnen vanuit je luie stoel kan bestellen: nooit meer door weer en wind naar de apotheek! Beschrijf hoe je op reis in een onbewaakt ogenblik je tas kwijt kunt zijn: prettig dat je dan met een telefoontje alles regelt.

Details, details, details. Smakelijk lezen!

Van – over – voor – met – tot; vijf tips tegen voorzetseldiarree

Door Carola Janssen in de categorie Gratis schrijftips op 8 december 2010
Tags: , ,
  • Bij zorgorganisaties ontbreekt het vaak aan kennis over de behoefte van ouderen aan zorg voor het mentaal welbevinden.
  • De juiste aanpak bij de ondersteuning van vrijwilligers bij het omgaan met probleemjongeren hangt samen met de visie van de organisatie.
  • Dit zorgt voor het openen van de ogen voor het belang van samen sporten.

Need I say more? Voorzetseldiarree (ook wel bekend als voorzetselconstructies), weg ermee!

Mmm, misschien toch even toelichten. Voorzetsels zijn de voegen tussen de stenen. Je metselt er zo een fijn woordmuurtje mee. Maar te veel voegsel maakt je bouwwerk instabiel. Het wordt angstaanjagend. Ik griezel van deze voorzetselzinnen. Wat kun je er aan doen? Vijf tips.

    1.    Haal de naamwoordstijl eruit. Dat scheelt een slok op een borrel. De ondersteuning van vrijwilligers wordt dan bijvoorbeeld: vrijwilligers ondersteunen.
    2.    Koppel woorden aan elkaar. Invulling van de zorg is hetzelfde als zorginvulling. Dat is fijn van het Nederlands, dat dat kan.
    3.    Gooi de volgorde van de zin om. In dit soort zinnen blijkt het belangrijkste vaak achteraan te staan.
    4.    Herschrijf radicaal.
    5.    Durf die laatste voorzetsels te laten staan.

Dit levert het op:

  • Ouderen hebben specifieke zorg nodig voor hun mentaal welbevinden. Zorgorganisaties hebben daarover vaak onvoldoende kennis in huis.
  • De visie van de organisatie bepaalt hoe je vrijwilligers ondersteunt die te maken krijgen met probleemjongeren.
  • Dit laat zien hoe belangrijk het is om samen te sporten.

Toegegeven, sommige keuzes die we hier gemaakt hebben zijn discutabel. Voor jouw voorstel tot verbetering van de voorbeeldzinnen staat hieronder het reactieveld open.


Willen jij en je collega’s van voorzetseldiarree af? Kiezel Communicatie organiseert maatwerktrainingen voor bedrijven!