Update: verhuizing

Door Carola Janssen in de categorie Losse kiezels op 29 december 2009
Tags: , ,

Strak vloertje, nieuwe bureausHet is erg rustig op het Kiezelblog. Maar we hebben een goed excuus: Kiezel Communicatie is aan het verhuizen. Van een “verkantoriseerde” zolderkamer naar een ruim, licht kantoor in een monumentaal pand aan de Witte de Withstraat/hoek Eendrachtsstraat. Samen met nog een stuk of acht, negen bedrijven hebben we op de tweede verdieping allemaal een eigen kantoorruimte, een gemeenschappelijke lounge en een spreekkamer, de Duiventil, met uitzicht op de binnenstad.

We hebben inmiddels een mooi, strak vloertje gelegd, gisteren hebben we drie bureaus in elkaar geknutseld en vandaag is dan alles overgehuisd. Begin van het nieuwe jaar krijgen we nog een archiefkast en stoelen bij onze eigen vergadertafel, maar vanaf maandag zitten we er prinsheerlijk bij. En gaan we ook weer minstens twee keer in de week een nieuwe blogpost schrijven. Beloofd.

Wat telt nú? Gratis e-book!

Door Maria Neele in de categorie Losse kiezels op 16 december 2009
Tags: , ,

Schrijvers en denkers over wat nú telt

Wat telt nú? What Matters Now? Blogger, schrijver en marketinggoeroe Seth Godin (van Tribes en Purple Cow) stelde die vraag aan zeventig belangrijke schrijvers en opinieleiders en componeerde van de antwoorden een gratis e‑book. En vulde die aan met een vraag aan de lezer: draag bij aan leesonderwijs aan kinderen in de Derde Wereld. Zeventig bijdragen over kennis, verandering, creativiteit, social networking, communicatie. Van schrijvers (en bloggers) als Chip en Dan Heath (de Plakfactor), Elisabeth Gilbert (Eten, bidden, beminnen), Chris Anderson (Wired, The Long Tail), internetondernemer Jason Fried (37Signals) en blogger Ariana Huffington (The Huffington Post).

Al aan het nadenken over goede voornemens voor 2010? Dan heb je hier ter inspiratie wel wat onderwerpen te pakken. Wat vind jij belangrijk op dit moment?

 

Vaagtaal. Wie is daar niet tegen?

Door Maria Neele in de categorie Losse kiezels op 9 december 2009
Tags: , ,

Vaagtaal, ten strijde tegel beleidsbabbels en managementspeakMet hooggespannen verwachtingen las ik het boekje Vaagtaal! De ondertitel Vecht mee tegen beleidsbabbels, managementspeak en zorggezemel had me verleid om het boekje aan te schaffen, want daar kon ik het als ambassadeur van heldere teksten alleen maar mee eens zijn. Op de barricaden!

Vaagtaal: een LOA
Ja, ja, ja, knik ik als ik het uitgangspunt van het boekje lees: ‘Vaagtaal is een epidemische en besmettelijke ziekte’. Jonge professionals die bij mij een schrijftraining moeten volgen van hun baas, lijden er allemaal aan. Oudere werknemers net zo goed trouwens. Wie net begint als junioradviseur of beleidsmedewerker, houdt zich staande met rapporten die uit hun voegen barsten van interessante woorden, lijdende vormen en de naamwoordstijl. Die bol staan van clichés, tangconstructies en voorzetseluitdrukkingen. En wie zich al lang in die rapportenwereld beweegt, kan gewoon niet anders meer: “Met betrekking tot de vorige maand door het management genomen besluiten moeten de volgende conclusies getrokken worden…” Ja. Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser hebben gelijk: vaagtaal is een LOA. Een door Lezen en Luisteren Overdraagbare Aandoening.

Baat bij vaagtaal
Maar Ligtvoet en De Busser schieten in hun ijver af en toe door. Ze leggen de schuld van alles bij reclamemakers, journalisten en politici. Ten eerste: te veel eer. En bovendien, snap dat dan! Deze taalgebruikers bedienen zich van vage taal omdat ze er garen bij spinnen. Politici omdat ze nu eenmaal tijd moeten volpraten, moeten afleiden van waar het echt om gaat en überhaupt niet veel te zeggen hebben. Nieuwsmakers omdat het nieuws het best landt als ze clichés gebruiken als ‘banen die op de tocht staan’ en ‘het groene licht geven’, reclamemakers omdat hun mooie praatjes gewoon lekker verkopen. Zijn die dan de schuld van ambtenaritis en managementspeak? Nee, schud ik. Dat geloof ik niet.

Vermakelijke voorbeelden
Ligtvoet en De Busser schetsen levendige en vermakelijke voorbeelden – soms wat overtrokken, maar goed, wie niet overdrijft, wordt niet gehoord. Ze laten zien dat het meeste interessante gebabbel uitsluitend een rookgordijn is voor ondeskundigheid en grootspraak en ontmaskeren tussen neus en lippen door bezuinigingsmaatregelen, manipulaties en regelrechte leugens. Jammer dat ze daar weinig voorbeelden tegenover zetten van hoe het beter zou kunnen. Want daar zouden stoffige ambtenaren, zemelende zorgverleners en wolspinnende politici wel iets mee opschieten.

Vaagtaal is een fijn cadeau voor onder de kerstboom voor iedereen die zich ergert aan onduidelijke woorden, omslachtige taal en oeverloos gebabbel. Strijdend het nieuwe jaar in, dus. Helder, concreet en actief.

 

Weg met de duizenddingendoekjes!

Door Maria Neele in de categorie Gratis schrijftips op 9 december 2009
Tags: , , ,

DuizenddingendoekjeEr wordt heel veel plaatsgevonden in het Nederlandse taalgebied. Je kunt het zo gek niet bedenken of het vindt plaats. Google maar eens: 1.650.000 resultaten! Plaatsvinden is dan ook een handig woord, net als zijn broertje gebeuren. Het is een stoplap. Nee, erger nog: een duizenddingendoekje. Je kunt het overal voor gebruiken. Jammer alleen dat die woorden je tekst zo saai, kleurloos en star maken. Want waar blijft de actie?

Wat willekeurige voorbeelden:

De voorstelling vindt plaats om 20.00 uur…
De eerstvolgende meeloopdag (…) vindt plaats op woensdag (…)
De juryvergadering vindt plaats om 12.00 uur.
De pleurapunctie vindt plaats om de longen te ontlasten van een patiënt die een te grote hoeveelheid pleuravocht produceert.
Financiële instellingen zijn verplicht om de identiteit van hun cliënten vast te stellen. Deze identificatie vindt plaats om ongebruikelijke transacties te kunnen melden.

En nu hoe het anders kan:

De voorstelling begint om 20.00 uur…
De eerstvolgende meeloopdag is op woensdag (…)
De jury vergadert vanaf 12.00 uur.
De pleurapunctie ontlast de longen van een patiënt die een te grote hoeveelheid pleuravocht produceert.
Financiële instellingen zijn verplicht om de identiteit van hun cliënten vast te stellen. Door deze identificatie kunnen ze ongebruikelijke transacties melden.

Plaatsvinden is een mooie truc om de handelende persoon uit beeld te houden, net als de passieve of lijdende vorm. Dat is niet altijd fout, maar vraag je elke keer af als je plaatsvinden of gebeuren wilt schrijven of het ook anders kan. En doe dat dan. Varieer. Schrijf actief. Lekker fris.

Want dat heb je met duizenddingendoekjes: ze gaan al snel muf ruiken.

Kopzorg over plantpot

Door Carola Janssen in de categorie Steentje in je schoen op 7 december 2009
Tags: , ,

Tussen-e, wanneer wel, wanneer nietPlantpot. Het woord staart me aan in 12 centimeter grote letters in de parkeergarage van Ikea (we hebben een nieuw kantoor in te richten en we letten op de kleintjes). Plantpot. Jongens en meisjes advertentieschrijvers, dat kán toch niet? Dat hóór je toch!

Maar waarom weet ik zo zeker dat plantpot niet kan? Mmm, daar moet ik het antwoord op schuldig blijven. Ja, omdat het ook plantenbak is. Maar dat is nog geen reden. Je hebt visnet én vissenkop, bijvoorbeeld. Ja, het is wel plantkas, maar daarbij is het eerste deel afgeleid van het werkwoord planten, niet van het zelfstandig naamwoord plant.

Toegegeven, je hebt plantnaam in het woordenboek, als vormvariant van plantennaam, maar dat is een uitzondering tussen meer dan honderd samenstellingen met het zelfstandig naamwoord plant. Plantenpot echter staat er helaas niet in.

Schiet je al wortel? De regels voor de tussenklank e (sjwa geheten, prachtig woord voor de ‘uh’-klank) zijn niet eenduidig, zo blijkt ook uit een artikel van Onze Taal. Je schrijft hem als je ‘m hoort en meestal is er een tussen-e(n) als het eerste deel een zelfstandig naamwoord van één lettergreep is.

Tja, daar kunnen we geen wedstrijd op fluiten natuurlijk. Het woord plantpot druist gewoon tegen mijn woordgevoel in. Is dat genoeg?

Cursus klantgerichte adressering. Voor de KPN

Door Maria Neele in de categorie De wenkbrauw op 1 december 2009
Tags: , ,

Kiezel Communicatie gaat verhuizen. We vroegen dus een telefoonaansluiting aan op ons nieuwe adres. Moed verzameld. KPN gebeld. Een half uur verder, alle gegevens verteld, gespeld en herhaald en het leek geregeld.

De tussenstappen wil ik je besparen (want het ging natuurlijk niet in één keer goed), maar uiteindelijk ontvingen we een brief met de opdrachtbevestiging en de afspraken voor een bezoek van de monteur. So far, so good. O nee, toch niet!

klantgericht adresseren? KPN zou het moeten kunnenWas die brief gericht aan Kiezel Communicatie? Welnee. Geadresseerd aan Nelle. Niet aan mevrouw Neele, ook niet aan mevrouw M. Neele, nee, aan Nelle. Zonder enige toevoeging. Had die KPN-mevrouw haar nagels zitten lakken toen ik haar braaf meldde: “N-E-E-L-E, voorletter M”? En waarom stond in de aanhef ‘Geachte heer/mevrouw Nelle’? Had ze geen keuzeknopje man/vrouw in haar elektronische formulier?

KPN vraagt je na een gesprek met de serviceafdeling mee te doen met een klantonderzoek. Of het telefoongesprek naar wens is verlopen, zeg maar. Ja hoor, dat ging prima. Ik ben alleen niet erg gecharmeerd van het schriftelijke vervolg.

Los van de inhoud verwacht ik van de KPN dat elementaire zaken als adressering en aanhef van een brief kloppen. En daar doen ze dan weer geen klantonderzoek naar.

Bij deze dan maar: Boe!